15(2)18
Reflectie jaargang ı5 nummer 2, zomer 20ı8 22 dat de maatschappelijke orde ernstig is gepolariseerd. Hoewel we psychisch van elkaar verschillen en we onze dat we in werkelijkheid een gemeenschappelijk bewust- zijnsveld delen. Deze kennis stelt ons in staat om inco- herente dualiteiten die splitsingen creëren tussen geest en materie, en tussen wetenschap en spiritualiteit, te overstijgen. Wanneer we waarnemen en begrijpen dat bewustzijn niet bestaat uit fragmenten maar afkomstig is uit een gemeenschappelijke bron, bereiken we het baanbrekend inzicht dat wie wij zijn in feite een inte- graal onderdeel is van de Bron. Nu we tot een dieper inzicht komen in de continuïteit van bewustzijn na de fysieke dood, zoals dit boek stelt, kunnen we ons ook bewust worden van de coherente manier waarop het heelal – het Akasha -veld – zijn kennis via ons bewaart. Voor zover we onze kennis overdragen, ontwikkelen we ons meer coherent: niet alleen onze ideeën worden coherenter, ook onze bestuurssystemen en de levenskwaliteit van onze relaties weerspiegelen meer coherentie. Via belichaming en activiteit leren we datgene wat anders abstract zou blijven. Het is onze verantwoordelijkheid spirituele inzichten, intellectuele ontdekkingen en de kennis die we vergaarden via direc- te ervaring te delen met toekomstige generaties. Het universum lijkt te zijn ontworpen om ons te helpen met deze taak. Een mysticus zou zeggen dat het universum is ontworpen voor deze taak. Voor de grote soefi-meester Ibn al-Arabi schiep de Werke- lijkheid, die door sommige mensen God wordt genoemd, de hele kosmos als een spiegel om haar eigen wezenlijke kenmerken te leren kennen, zoals die werden weerspie- geld in de proefomstandigheden van de Schepping. Zo wilde God, of de Werkelijkheid, iets leren kennen dat pas gekend kon worden via een evolutionair leerproces. Ibn al-Arabi ziet de kenmerken van de goddelijke Werkelijk- heid als onthullend voor haar natuur – haar schoonheid en waarheid – onder de toetsing die het bestaan zelf verschaft. ● Wie kent het niet, het verhaal van Pinokkio. Pinokkio zorgt niet goed voor zichzelf, zorgt niet goed voor zijn ziel. Hij is geschapen door de invloed van twee karakters: één mannelijk en één vrouwelijk. Hij wordt ‘vorm- gegeven’, gebeeldhouwd, door de houtsnijder Gepetto . Als ’s nachts de Blauwe Fee op bezoek komt, schenkt zij hem met haar toverstokje het leven. Een argeloze krekel, Jiminy , krijgt de opdracht in de buurt van Pinokkio te blijven en zijn ‘geweten’ te zijn. Pinokkio is een metaforisch sprookje waarin ook onze reis door het leven treffend beschreven wordt en waarin duidelijk wordt dat zorgen voor jezelf ook neerkomt op: zorgen voor je ziel. Zorgen voor jezelf: luisteren naar de roep van je ziel De spirituele betekenis van het Pinokkio-sprookje Aat-Lambèrt de Kwant Achtergrondfoto: Pinokkio in de buik van de monstervis, zoals uitgebeeld op de Efteling
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=