15(2)18
Reflectie jaargang ı5 nummer 2, zomer 20ı8 24 velen zo weinig luisteren en waarmee ze zo weinig in verbinding staan, die ons zo vaak waarschuwt voor de resultaten en voor wat de gevolgen zijn als we op een bepaalde weg voortgaan. Waar de ziel wil groeien en zich ontwikkelen is het onze persoonlijkheid die slechts de status quo wil handhaven en helemaal geen verande- ringen wil, en zeker geen strijd. De Bhagavad Gita illustreert dit in de beschrijving van het verzet van Arjuna om de strijd aan te gaan: ‘ Het is niet te zeggen of het beter is dat zij mij overwinnen of dat ik hen overwin, want ik stel toch geen prijs meer op het leven als ik die zonen van Dhritarashtra zou doden, hoewel zij klaar staan om aan te vallen. ’ Hij weet niet wat beter is: te strijden of te gaan bedelen. Voor een kshatriya is strijden zijn taak. Bedelen behoort niet tot zijn dharma . Op zich is het antwoord duidelijk: je zult de strijd moeten aangaan . Maar Arjuna verkeert in grote innerlijke verwarring. Hij is het zicht kwijt op juist en onjuist. Deze staat is kenmerkend voor de moderne mens. Wie kent de waarheid, of nog lastiger: wie kan zeggen wat waar is en wat onwaar is? Onze menselijke geest is wars van iedere leiding en is er op grond daarvan steeds op uit om verwarring en twijfel te zaaien. Verwarring en twijfel vereisen nu eenmaal minder inspanning dan innerlijke zekerheid, standvastigheid en moed. Het lijkt paradoxaal: door de strijd aan te gaan zorgt Arjuna voor zichzelf, zijn familie en ook voor de wereld om hem heen. Op het eerste gezicht zou je zeggen dat de strijd aangaan, oorlog voeren, bepaald niet ‘zorgen voor jezelf’ is. Luisteren naar de roep van je ziel kan betekenen dat je pijnlijke keuzes moet maken, beslissingen moet ne- men, conflicten moet uitwerken. Daarom zijn stilte en meditatie zo van wezenlijk belang, want in de stilte van het hart spreekt onze ziel en raakt de stem van de persoonlijkheid op de achtergrond. Crisis als kans Eén van onze doelen is om ons individuele zelf zo volle- dig mogelijk te ontplooien, het op te bouwen en zijn mogelijkheden vrij te maken door een lange reeks van persoonlijke levens of incarnaties. Onze persoonlijk- heid moet sterven om de individualiteit te laten leven. Wie in één van zijn of haar levens geestelijk ontwaakt die zal inzien dat de persoonlijkheid een lagere uiting is van de individualiteit. De persoonlijkheid heeft ook geen ‘goddelijke natuur’. Als Omraam Mikhaël Aïvanhov zegt dat de persoonlijk- heid geen goddelijke natuur heeft , dan bedoelt hij daarmee dat zij niet de kwaliteiten van een Godheid bezit: name- lijk het licht, het evenwicht, de eeuwigheid. In deze betekenis heeft de individualiteit wél een goddelijke natuur, maar eigenlijk zijn persoonlijkheid en individu- aliteit hetzelfde. Voor een goed begrip: de persoonlijkheid vertegenwoor- digt de lagere natuur van de mens en de individualiteit zijn hogere. De oorsprong van de persoonlijkheid ligt in de geest. Ze zou niet bestaan als de geest haar niet geschapen had, als de geest die niet uit zich had laten komen. De geest is de oorsprong en omdat de geest zich wil uiten in lagere regionen, die uit een dichtere, vaak ondoorzichtige stof bestaat, neemt zij de vorm aan van drie lichamen: eerst het mentale lichaam, dan het astrale lichaam en tenslotte het fysieke lichaam (met zijn dubbel: het etherische lichaam). Het zijn deze drie lichamen die samen de persoonlijkheid vormen. De individualiteit echter is een deel van God; zij is een ‘ wezensschittering ’, een vlam, een intelligentie, en zij bezit grote mogelijkheden: zij kan alles zien, alles kennen en alles scheppen. Waar het volgens Aïvanhov om gaat, is de samensmel- ting (de hereniging tussen Pinokkio en Gepetto) van onze persoonlijkheid met onze individualiteit en daar kunnen heel wat levens mee gemoeid zijn. Sommigen maken een crisis door (verdrinken haast) om te ontwa- ken en anderen krijgen een bijna-doodervaring om als getransformeerde mensen terug te komen, bij wie de individualiteit hun leven doorschijnt. Wanneer we blijven streven naar innerlijke zuiverheid zal onze persoonlijkheid beginnen te veranderen, te evo- lueren. De gevoelens worden zuiverder, het verstand wordt helderder en de wil wordt sterker. Dan wordt de persoonlijkheid een instrument om het verheven leven van de individualiteit steeds beter uit te drukken en uit- eindelijk zullen zij één worden, zich verenigen. Er zal geen aparte persoonlijkheid meer zijn, de persoonlijk- heid en de individualiteit zullen één volmaakt wezen worden. De Rozekruisers spreken in dit verband van de ‘ chemische bruiloft ’. In de theosofische visie is het de individualiteit die incarneert en de persoonlijkheid die geïncarneerd wordt. Beiden zijn in ons aanwezig, maar de persoonlijkheid is ons tijdelijke zelf voor de duur van één leven, terwijl de individualiteit het onpersoon- lijke, wezenlijke zelf is dat al onze levens verbindt, als kralen van een ketting. Onze innerlijke helende krachten uiten zich vaak nadat we door ziekte of een crisis tot rust gekomen zijn en de ziel gelegenheid heeft gehad zich te uiten. In zijn boek ‘ Zorg voor de ziel ’ wijst Thomas Moore er terecht op dat de voornaamste kwaal van onze tijd, die deel uitmaakt van al onze problemen en die ons indivi- dueel en maatschappelijk treft, het ‘ verlies van de ziel ’ is. Wanneer de ziel wordt verwaarloosd verdwijnt zij niet De Bulgaarse meester Omraam Mikhaël Aïvanhov
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=