15(2)18
Reflectie jaargang ı5 nummer 2, zomer 20ı8 25 zomaar; zij komt symptomatische te voorschijn in de vorm van obsessies, verslavingen, gewelddadigheid en in de vorm van verlies van betekenis. Ergens weten we dat de ziel te maken heeft met oprecht- heid en diepte, met het contact met de ander van hart tot hart, van ziel tot ziel. Dat het te maken heeft met muziek die ons raakt, ontroert, of dat een opmerkelijk mens ons diep raakt en grote zielerijkdom geeft. Zorgen voor jezelf komt neer op het je laten leiden door je ziel, maar de menselijke geest is wars van iedere lei- ding en is er op grond daarvan steeds op uit om verwar- ring en twijfel te zaaien. Verwarring en twijfel vereisen nu eenmaal minder inspanning dan innerlijke zeker- heid, standvastigheid en moed. Het is de eeuwige strijd tussen de persoonlijkheid en datgene wat de mens echt is. Iedere mens verlangt ernaar om zich te ontwikkelen en tot wasdom te komen en wil uiteindelijk worden wie hij/zij werkelijk is. Ons gekooid bestaan Niets meer te zijn, niets meer te worden, maar worden wie ik werkelijk ben. Pinokkio en de verloren zoon den- ken pas mee te tellen op het Preteiland , in een wereld van geld, vrouwen en macht. Voor alle duidelijkheid: dit is geen veroordeling van hen die het ‘Preteiland’ verkiezen. Het gaat om ieders vrije wil. Iedereen ontwikkelt en groeit op zijn of haar ma- nier, de één doet er langer over dan de ander, maar uiteindelijk komt iedereen thuis en vindt er voor ieder van ons de hereniging plaats. Vroeg of laat komen we erachter dat het verblijf op het Preteiland neerkomt op een ‘gekooid’ bestaan, op een illusie. We hebben van nature moeite met chaos en verwarring, maar toch smoren we maar al te vaak de stille roepstem van onze ziel en van ons geweten. Eén van die doelen van het rondwentelende wiel van geboorte en dood is om onszelf zo volledig mogelijk te ontplooien, en onze mogelijkheden vrij te maken, om in één van onze levens wakker te worden. Hiervoor krijgen we een lange reeks van persoonlijke levens of incarnaties mee, totdat we de rijpheid en wijsheid hebben gevonden om niet meer ‘ terug te hoeven keren ’. Onze persoonlijke ikheid zal moe- ten sterven om de waarheid die in onze ziel is ingeplant naar buiten te laten treden. Die waarheid is onze eigen goddelijkheid en onsterfelijkheid. Paulus zegt hiervan dat niet zijn ‘ik’ maar Christus in hem leeft. In feite is de persoonlijkheid zelf de kooi op het Pret eiland waaruit we, vroeg of laat, verlost willen worden. De oorsprong van onze persoonlijkheid ligt in de wijze waarop wij met onze geest omgaan. Zo lang we ons la- ten leiden door allerlei uitingen van egoïsme, hebzucht, en begeerte, en weigeren onze patronen los te laten, heeft onze persoonlijkheid het prima naar zijn zin. Depressiviteit als inwijdingsweg Waar het om gaat is de geest te beheersen, zodat ze leert te luisteren naar de innerlijke stem van ons eigen gewe- ten, de roepstem van onze ziel, om zo onze persoonlijk- heid, onze lagere natuur, te laten opgaan in onze hogere, Goddelijke, natuur. Dit is de uitdaging van menselijke ontwikkeling: het uit- eindelijk wakker worden en opstaan om vervolgens naar huis terug te wandelen. Dit opstaan gaat gepaard met de nodige crisismomenten en met strijd. Dit is waar de boodschap van de Bhagavad Gita over gaat: Sta op en ga de strijd en uitdaging aan! Word mens! Dat is zorgen voor je zelf, zorgen voor je ziel. Maar zor- gen voor jezelf, dat betekent ook: acceptatie van de nodi- ge hobbels in je leven, ‘hobbels’ die later leermomenten, blessings , blijken te zijn geweest. Zorgen voor je zelf: je ziel leert je in te zien dat depres- siviteit eigenlijk een inwijding, een overgangsrite is. Wie het ervaart als dof en leeg, die ziet de inwijdende aspec- ten over het hoofd. Ik begeef me met deze uitspraak wellicht op glad ijs, maar mensen hebben mij meerdere keren zelf verteld dat ze deze periode als een inwijdings- fase hebben ervaren. Spirituele valkuilen Aan ‘zorgen voor zichzelf’ kwamen pas ze in deze perio- de toe, terwijl demanier waarop ze daarvoor leefden juist leidde tot ziekten en depressiviteit. Natuurlijk beschik- ken we allemaal over het zelfgenezend vermogen en hebben we toegang tot de innerlijke arts, maar wanneer we niet aan onszelf toekomen, niet aan de zorg voor ons- zelf, wordt dit wel moeilijker, zoals deze mensen mij ook vertelden. Zelf merk ik dit als ik verzuim mijzelf de nodige rust te gunnen, niet de natuur intrek, niet naar muziek luister, geen stiltemomenten inlas. Op zulke momenten raak ik als het ware ‘buiten adem’ en slaap ik slecht. Meerdere keren kreeg ik ook last van hartritmestoornissen. Pas later begreep ik dat ik niet goed voor mijzelf zorgde, door in relaties niet mijn grenzen aan te geven; ik was grenzeloos voor mijzelf. Ik las heel veel, gaf lezingen en organiseerde van alles, maar... vergat om mijn ziel te voeden. Ook wanneer je bezig bent met spiritualiteit kun je in valkuilen trappen, juist dan! Je hebt geen wezen- lijk contact met mensen, hoort niet wat ze eigenlijk zeggen, ze zoeken contact maar je draaft en ratelt maar door. Vermoeiend hoor! Natuurlijk dacht ik dat ik ‘goed bezig was’, dat al die arti- kelen en lezingen en al dat georganiseer nodig waren, maar in feite holde ik mijzelf achterna en luisterde ik niet naar de roep van mijn ziel. Nu ben ik soms midden op de dag ergens in de bossen te vinden, even twee uurtjes de natuur in, en daar word nieuwsgierig welke vogel ik hoor en welke plant ik daar tegenkom. In zijn recente boek ‘ De ziel kent geen leeftijd ’ zegt Thomas Moore (die ook ‘ Zorg voor de ziel ’ schreef): ‘ Als je je ziel niet voedt, dan word je niet ouder en rijper. Dan voel je je waar- schijnlijk een radertje binnen het mechanisme van de maat- schappij. Mogelijk leid je een actief leven, maar je ontwikkelt door je handelen geen diep gewaarzijn van en diepe verbin- ding met de wereld om je heen. Echt ouder worden betekent
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=