15(2)18

Reflectie jaargang ı5 nummer 2, zomer 20ı8 27 Het schandaal van de filosofie Hoofdlijnen van het sceptische denken van de oudheid tot heden Auteur: Henri Oosthout Uitgever: Klement, 2018 In de loop der eeuwen heeft de scepsis tenminste evenveel bestrijders als verdedigers gevonden, zegt Henri Oosthout in zijn boek ‘ Het schandaal van de filosofie ’. Zo heeft men de aan- hangers verweten dat nietsontziende twijfel in het dagelijks leven onhoud- baar is. Het levert boeiende beschou- wingen op in deze verkorte uitgave van dit boek (met een nieuwe omslag) dat eerder in 2010 verscheen. In dit boek maakt Henri Oosthout, clas- sicus, wiskundige en filosoof, een verhel- derend onderscheid tussen twee scepti- sche tradities in de Oudheid. Carneades was leider van de Nieuwe Academie , die zich vooral liet beïnvloeden door het gedachtengoed van de sofisten . Deze sofisten konden voor iedere bewering een overtuigende argumentatie leveren. Bij Carneades was dit inmiddels verwor- den tot intellectuele krachtpatserij. De scepticus heeft zich in de geschiede- nis van het westerse denken vele rollen aangemeten: pleitbezorger van het gezon- de verstand en filosofische scherpslijper, verdediger en bestrijder van het geloof, ondermijner en redder van de empirische wetenschap. Van Augustinus tot Kant, van Descartes tot Wittgenstein, hebben groten van de geest zich ingespannen om de sceptische provocaties te pareren. Sommigen, zoals Erasmus en Spinoza, hanteerden het scepticisme als vlijm- scherp intellectueel wapen; anderen, als Montaigne en Kierkegaard, vonden er de sleutel tot de menselijke conditie. Als er iets is waar een scepticus een hekel aan heeft, dan is het aan dogma’s. En omdat de geschiedenis van het westerse denken bol staat van de wijsgerige, reli- gieuze en wetenschappelijke pretenties, heeft de scepticus werk in overvloed gehad – en nog steeds. M met elkaar te brengen. Je kunt duidelijk zien dat hij zich baseert op gedegen on- derzoek van jaren en op een uitgebreide kennis van de vakliteratuur. Ik kan dit indrukwekkende boek (weer zo’n prachtige voltreffer en juweeltje van de succesvolle uitgeverij VanWarven) alleen maar warm aanbevelen. Het ver- rijkt en verruimt de blik op Jezus alleen maar. Een niet gelovige meelezer van het manuscript zei na het lezen: ‘ Ik heb nooit gesnapt waar het om ging. Dankzij Den Heyer begrijp ik het nu eindelijk. Ik ben zelfs anders tegen mijn eigen onge- lovigheid aan gaan kijken. Het gaat om bevrijding, vrede en liefde. Het kostte wat moeite om me door zo’n dikke pil heen te lezen, maar voor mijn proces was alle inspanning de moeite waard .’ En zo is het! Op de website Theoblogie (www.theoblogie.nl ) zegt Den Heyer dat de heisa over zijn boek in de gerefor- meerde kerken hem destijds volledig verraste. ‘ Noem het naïef, dat was het ook. Ik had een verdedigbaar verhaal, op goede Bijbelse gronden, maar ik werd ‘ een kwestie ’: de kwestie Den Heyer. Ik heb dit conflict nooit gezocht; het ont- stond en sleepte mij mee. Daarna heb ik de luwte gezocht, die ik vond bij de doopsgezinden. Hun voorman, Menno Simons, staat ook in dit boek met zijn verzet tegen de kinderdoop.’ Ruzie Van een lijk naast de kachel tot rijdende rechters Auteur: Enno de Witt Uitgever: Atheneaeum-Polak & van Gennep, 2018 Wij Nederlanders zijn een twistziek volk. Onze vaderlandse geschiedenis is een lange reeks conflicten en pogingen om daar een einde aan te maken. De grote lijn in dat verhaal is een steeds verder oprukkende beschaving en een uitdij- ende hoeveelheid procedures en instel- lingen die alles in goede banen zouden moeten leiden. Zouden . Want ruzie gaat vaak juist over die procedures, en wie die vaststelt. En over organisaties, verenigingen en hun statuten. En niet te vergeten over de notulen. Aanvankelijk werd er vooral gebakkeleid over religieuze zaken. Ogenschijnlijk dan, want de felste twisten gingen steevast over wereldse aangelegenheden. Over hoe een dominee gekleed moest gaan of hoe zijn haar moest zitten. Als regel geldt: hoe banaler de aanleiding, des te absurder de ruzie. Zo moest in 1932 een dominee opstappen omdat hij zijn auto in de serre van de pastorie parkeerde, terwijl de kerkenraad wilde dat hij hem in de salon zette. De aanzet voor eeuwenlang bakkeleien in onze lage landen begon aan het einde van de Middeleeuwen, toen het serieus begon te rommelen in de allesoverkoe- pelende Kerk van Rome. Religie was allesbepalend, maar wij wilden daar zelf wat over te zeggen hebben, vooral over de organisatie, en we maakten ons los en bleven dat doen. In plaats van dat we ons daarna verenigden in één overkoepe- lende concurrerende kerk, begonnen we allemaal voor onszelf onze eigen kerken en kerkjes, die zich weer splitsten en scheurden en weer nieuwe kerken voort- brachten, stuk voor stuk broedplaatsen voor nieuwe ruzies. Het eerste deel van het boek over Ruzie in Nederland speelt zich dan ook voor- namelijk af binnen de protestantse kerk- muren af. Ons land was nu eenmaal eeuwenlang een domineesland – en is dat in andere vormen eigenlijk nog steeds. Het eigenwijze raakte diep verankerd in onze ziel. Vaak gingen die ruzies over de leer zoals de vraag of de slang in het paradijs nu wel of niet echt had gesproken of over het ‘ welmenend aanbod der genade ’ (ja- wel!), maar het ging vaak ook over grote ego’s van dominees die bonje kregen en voor zichzelf een nieuwe club begonnen, die vaak ook weer uiteenreet. Grootge- bracht in de gereformeerde gemeenten heb ik dat zelf meegemaakt; het aantal afsplitsingen is haast niet te tellen. Daarom is Ruzie behalve een informatief en goed gedocumenteerd boek ook heel vermakelijk. Veel van wat De Witt be- schrijft zal nu verbazing wekken en op de lachspieren werken. De Witt gaat ook in op scheldwoorden, hun geschiedenis en achtergrond. Opmerkelijke conclusie: ruzie heeft ‘ ons een georganiseerde samenleving opge- leverd, met welvaart, vrede en voor- spoed .’ Het boek is geschreven met een mild gevoel voor humor in fraai, soms wat plechtstatig taalgebruik. Enno de Witt beschrijft hoe wij in de loop der eeuwen steeds nieuwe, en vaak lachwekkende manieren vonden om elkaar het leven zuur te maken. De verzamelde ruzies vormen een staal- kaart van Nederlandse kleinzieligheid en koppigheid, maar de geschiedenis van ons geruzie laat ons ook beter begrijpen wie wij zijn, waar we vandaan komen en hoe ruzie ons land vorm heeft gegeven. Een kostelijk en vermakelijk boek...

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=