Reflectie2(1).vp
‘ Wie volgen de beste weg? De toegewijden die in evenwicht U steeds aanbidden of zij die het Onvergankelijke en Ongeopen- baarde vereren?’ (XII, 1) Eigenlijk wordt hier gevraagd welk pad het beste is om tot de juiste kennis te komen. Moet ik mij een concreet doel voor- stellen en het pad van bhakti (overgave en evenwicht) bewan- delen, dat door de yogadiscipline is bereid? Of leidt de bespie- geling van het Onkenbare tot inzicht? Krishna geeft op deze vraag een helder, maar ook genuanceerd antwoord. Hij onder- scheidt de religieuze, filosofische en ascetische mens. Voor de eerste zegt Hij: ‘Ik acht hen het meest gevorderd wier aandacht op Mij gericht is, die Mij aanbidden in een absoluut vertrouwen’ (XII, 2). Aan de filosofische én ascetische mens zegt Hij achtereenvolgens: ‘Maar zij die eer betrachten aan het onvergankelijke, het on- uitsprekelijke, het ongemanifesteerde, het alomtegenwoordige, het onvoorstelbare, het onveranderlijke, het onbeweeglijke, het eeuwige, en zij die de zinnen beheersen en beteugelen, die alles en iedereen gelijkelijk beschouwen en blijmoedig zijn bij het welzijn van ieder schepsel, ook zij zullen in Mij opgaan’ (XII, 3,4) Krishna predikt hier dus geen starheid, noch heeft hij het over schuld en boetedoening. Eigenlijk doet het er niet toe welke van de drie paden je kiest, als je het maar met overtuiging doet! Ook toont Hij er begrip voor, dat de mens die het tweede pad bewandelt het hoogstwaarschijnlijk moeilijker krijgt dan de anderen: ‘Voor hen die hun aandacht richten op het Ongemanifesteer- de, is de moeilijkheid groter, want het pad van het Ongemani- festeerde is voor belichaamde wezens moeilijk te bereiken’ .(XII, 5). Bevrijding Deze erkenning gold ook voor Patanjali, die om die reden de eeuwenoude cultussen van de yoga tot een Darshan omvormde, een school met een systeem. Maar uit deze uitspraak blijkt ook het dualisme, dat kenmerkend is voor de samkhya. Je hebt een lichaam en bent daarmee aan de stof gekluisterd. Het Andere, het Ongemanifesteerde, is geheel geestelijk en kan door de stof niet gerealiseerd worden. Door observatie van het buddhisch be- wustzijn kan de mens die Andere zeer dicht benaderen, en dat zou op zichzelf al een bevrijding kunnen betekenen. De zin: ‘Want het pad van het Ongemanifesteerde is voor belichaamde wezens moeilijk te bereiken’, vinden we terug in de mysteriegodsdiensten van de hele mensheid, ook in de christelijke Evangeliën. Hier wordt verwezen naar de ingewij- de mens die een gnostiek pad bewandelt, waar slechts de ken- nis de richtingwijzer is. De samkhya-gedachte kent haar equi- valent in de Westerse, gnostische tradities, zoals die van de Rozenkruisers. Voor de Westerling is het niet altijd nodig zijn heil te zoeken in den verre, indien de essentie van de waarheid ook in het nabije ligt. Voor meer informatie: www.ayurveda-center.com 14 Reflectie 2(1), maart 2005 Witte digitalis – foto: Rudolf H.Smit
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=