Reflectie2(1).vp

De toekomst van de religie Arthur Broekhuysen en Petra Schuurmans Een paar jaar geleden was er in Nijmegen een congres over religie als levende ervaring. Prof. Libbrecht van de Katholieke Universiteit Leuven sprak daar. Hij zei, dat het christendom niet meer het geestelijke huis kan zijn voor velen in het Wes- ten, omdat het is blijven steken in zijn ontwikkeling. De uitda- ging aan de religies is in te gaan op het groeiend intellectuele peil van de leek en de toegenomen wetenschappelijke inzich- ten. Wat mensen nodig hebben, is een open herformulering van het diepste wezen van de religie en hulp bij het opbouwen van een moderne mystieke beweging. Thomas Merton (1915-1968) had een overeenkomstige mening. Het Westelijke christendom mist volgens hem de be- vlogenheid, die wel in de Oosterse godsdiensten wordt aang- etroffen. Merton verwachtte veel van de jongeren. Zij zullen moeten breken met het burgerlijke christendom en het op- nieuw een geestelijke dimensie moeten verschaffen. Paul Brunton (1899-1981) schrijft hierover het volgende: “Denkbeelden die bestemd waren voor de eerste stadia van onze groei, zijn vaak niet meer bruikbaar in de moderne tijd. Wij moeten nu de waarheid onder ogen zien, dat God niet een vergroot mens is, maar een Beginsel van Zijn, van Leven en Bewustzijn, dat er altijd was en er altijd zal zijn. Er is maar één Beginsel dat uniek is, alléén, en de Oorsprong van alle dingen. De verbeelding kan er zich geen voorstelling van ma- ken, maar de intuïtie kan een hint opvangen van zijn grandeur. Zo’n hint kan worden ontvangen door toewijding aan de eigen bron, het Hoger Zelf, dat de mens met deze oneindige kracht verbindt, de goddelijke Geest in hem. Het denkbeeld van een persoonlijke Godheid was bestemd voor de jeugdjaren van de mensheid, maar niet voor zijn volwassenheid.” Crisis In de tegenwoordige tijd verkeert de ziel van de mens in een cri- sis. Twee tegengestelde wereldbeelden worden hem in zijn jeugd voorgehouden: het ene religieus en het andere weten- schappelijk, die elkaar beschuldigen onwaar te zijn. De emotio- nele gevolgen hiervan manifesteren zich als instabiliteit, immoraliteit, cynisme en wanhoop. De mentale gevolgen zijn frustratie, onzekerheid en verwarring. Het is onvermijdelijk dat de mens zijn gedachten in een ordelijk patroon probeert te krij- gen. De traditionele opvattingen van de religie zullen moeten worden bijgesteld om overeenstemming te bereiken met de nieuwe kennis. Als, bij voorbeeld, de religie zegt, dat de wereld vijfduizend jaar geleden werd geschapen en de wetenschap ver- telt, dat de wereld meer dan vijf miljard jaar geleden is ontstaan, veroorzaakt dat verwarring in het denken van veel mensen. De waarde van de religie De morele zelfbeheersing die de religie zijn gelovigen oplegt, zijn een sociale noodzaak. Wanneer de religie wordt bescha- digd, lijden de morele regels daar ook onder. De innerlijke ze- kerheid die een religieus geloof biedt, brengt de gelovige in een goede relatie met de universele geest achter het universele le- ven. Er is niet één weg die de ware is, God wacht aan het eind van alle wegen. Maar de ene weg past ons beter dan de andere. Omdat de verschillen tussen de mensen zo groot zijn, is er niet één religie die geschikt is voor iedereen. Het bestaan van verschillende religies en sekten is niet alleen historisch, maar ook psychologisch. Zij zijn afgestemd op de verschillen in mo- raal en de mentale en intuïtieve kwaliteit van de leden. Ervaring Alle religies zijn begonnen als levende ervaring. De stichters waren verlichte mensen die beleefden wat ze zeiden, evenals een deel van hun volgelingen. Onder de volgelingen echter konden velen de hoge spirituele waarheden nog niet begrijpen. Daarom werden deze voor hen vertaald in symbolen en my- then. Anders gezegd: dat wat de zintuigen te boven gaat, werd zintuiglijk waarneembaar gemaakt. Het is een feit, dat de ver- beelding zich gemakkelijker een persoonlijk beeld kan voos- tellen dan een abstract denkbeeld. Alles wat de devotie bevordert, is echter welkom. Er zijn twee fasen van devotie – extern en intern – en zij die de religie in zichzelf kunnen ervaren, hebben meestal geen be- hoefte aan ceremoniën en gebouwen. Deze innerlijke ervaringen worden meestal mystiek genoemd. Ze worden verondersteld buiten de gewone ervaring te liggen , maar veel mensen kennen het gevoel van een diepere betekenis van het leven en het is een feit, dat het vaker door natuur, kunst of muziek komt dan de meeste mensen vermoeden. Bepaalde woorden, een bepaalde lichtval op zee of op het land, bepaalde geuren of bepaalde mu- ziek kunnen deze ervaringen teweegbrengen. Mystiek is eigen- lijk een hoger octaaf van religie. Of we het een intuïtie of een gedachtegevoel noemen, het is iets wat dieper dan het denken is en verschillend van gewone gevoelens. Het is een faculteit die de mens verbindt met een hogere orde van ‘zijn’. De gewone religie vraagt om eenvoudig geloof, niet om diep nadenken, want de mensheid wordt in gemakkelijke stadia geleid naar een hogere orde van inzicht. Ralph Waldo Trine schreef al in 1905 in zijn boek In tune with the Infinite: “Laat onze Kerken deze grote waarheid ein- delijk eens begrijpen, laten zij hun tijd en aandacht eraan bes- teden om de mensheid tot waarachtige zelfkennis te brengen, tot de kennis van hun betrekking tot en hun eenzijn met de Oneindige God.” In deze tijd is er meer dan voorheen behoefte aan een of andere vorm van contact met de Hogere Macht achter de men- sen en het universum. Als de institutionele religie haar taak wil blijven vervullen, zal zij de boodschap van de tijden moe- ten begrijpen en zich aanpassen aan de veranderde, nieuwe omstandigheden. In onze tijd is een rationele religie nodig, want voor veel mensen is het onmogelijk geworden om de antwoorden op aller- lei levensvragen die anderen hun aanreiken voetstoots te aan- vaarden. Deze veranderde levenshouding heeft grote gevolgen. 15 Reflectie 2(1), maart 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=