Reflectie2(1).vp
mens. De leer was exoterisch geworden, de esoterische kant ging grotendeels verloren. Verloren was gegaan het wezenlijke van het oerchristen- dom, waarin het gaat om de innerlijke mens, om de eigen god- delijke oorsprong, om de ziel, die door de geest tot wedergeboorte moet komen. Dat het gaat om de eenheid van lichaam, ziel en geest om door groeiend inzicht te komen tot de weg van ZUIVERING, VERLICHTING en EENWOR- DING. Deze drie trappen, de trappen ook van Inferno, Purga- torio en Paradiso. De weg, die door de lichamelijke wereld, zielenwereld en geestelijke wereld heen tot God leidt. In zijn mensheidsgedicht schildert Dante met behulp van de symboliek zijn eigen ontwikkelingsgang, die hem door de hele kosmos voerde. Maar, hij stelt deze gang niet als een op zichzelf staande persoonlijke ervaring, maar als de mogelijk- heid voor allen, die er aanspraak op willen maken mens te zijn. Zijn Goddelijke Comedie gaat over onszelf. Wij hebben de drie werelden Hel, Louteringsberg en Paradijs, die Dante beschrijft in ons. Zij zijn met elkaar verbonden, lopen door el- kaar heen, doordringen elkaar en onlosmakelijk vlechten ze te- zamen ons leven. Inferno Dantes reis begint op het noordelijk halfrond, waarbij Jeruza- lem als middelpunt wordt gedacht. Prachtig begint de proloog van zijn gedicht, duidend op Dantes persoonlijke dwaling en de verwarring van die tijden. Juist midden op die reistocht door ons leven, zag ik mij in een donker woud verloren, daar ik van het goede pad was afgeweken. Helaas hoe het was dat woud valt zwaar te zeggen, zo wild was het en zo woest, zo dicht en donker, dat de angsten nog herleven bij het herdenken. Ja zelfs de dood kan haast niet erger wezen. Dan plotseling in al zijn ellende staat daar de schim van Vergi- lius die zegt, dat hij te hulp is gesneld op aandringen van drie hemelse vrouwen: Beatrice, Maria en Lucia, die tezamen het eeuwig vrouwelijke symboliseren en een openbaring zijn van de Goddelijke Wijsheid en Liefde. (Vergilius, Romeins dich- ter, leefde van 70 – 19 v. Chr.). In de Commedia symboliseert Vergilius de rede, het ver- standelijke, een lagere vorm van geestelijk inzicht. Hij maakt Dante duidelijk, dat om door zijn dwaling heen te komen, het voorwaarde is, dat hij de drie rijken van Inferno, Purgatoria en Paradiso moet doorkruisen. In deze werelden moet Dante drie- maal zeven sferen van menselijk gedrag doorlopen, elk voor- afgegaan door drie graden van voorbereiding. Wanneer Dante na veel aarzeling besluit Vergilius te volgen, leidt deze hem binnen in het rijk van de Hel. Boven de toegangspoort staat: “Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt”. Deze hel wordt voorgesteld als een gigantische trechtervormige ruimte, die zich vanaf het oppervlak van het noordelijk halfrond tot in het middelpunt van de aarde boort. Deze trechter bestaat uit een neergaande spiraal van 24 cirkels. Dit zijn zich steeds meer vernauwende omgangen, waarin de zondaar gefolterd wordt, en die de weg vormen naar de hel. Dante aanschouwt hier de meest gruwelijke taferelen, die toenemen naarmate zij dieper afdalen. In het hart van de aarde – het dieptepunt van de hel – zit de gevallen engel Lucifer in het ijs vastgeklonken. Bij zijn afdaling in de diepten zal Dante diegenen te zien krijgen, die zich door hun verkeerde keuzen verwijderd heb- ben van wat de feitelijke bestemming is van de mens of die hun menselijke waardigheid geheel vergaten. In alle helle- kringen krijgt Dante de gelegenheid te praten met enkele schimmen die daar verblijven. Op zeer indringende wijze laat hij de lezer voelen hoe hij deze contacten en de sfeer van de plaats beleeft. Steeds weer overheerst zijn menselijke gevoel en zijn betrokkenheid bij wat hem raakt in de zondaars die in de hel zijn. Tegelijk worstelt hij met de vele onoplosbare vra- gen rondom Gods bestiering. Vergilius houdt Dante steeds voor, dat het onmogelijk is om op te stijgen naar de goddelij- ke, geestelijke wereld, als de mens niet tot de diepste diepten in zichzelf is afgedaald om daar naast zijn lichtkant ook zijn schaduwzijde te leren kennen en zijn eigen kwaad beleven gaat en ziet dat de oorzaak van alle hellepijn in hemzelf gele- gen is. “Niemand zal ooit in een andere hel terechtkomen dan 21 Reflectie 2(1), maart 2005 Dante (uit eerste lied) naar een aquarel van Salvador Dali De hellehond Cerberus (6e lied) Naar een aqualrel van Salvador Dali
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=