Reflectie2(1).vp

in die hij in zichzelf draagt”, zegt Vergilius. Het is een godde- lijke, rechtvaardige wet: alles wat je doet, richt zich op jezelf, het kwade en het goede. De wet van contrapasso, de wet van oorzaak en gevolg, de wet van karma, die ook op verschillen- de plaatsen in de Commedia, zij het “versluierd” wordt be- schreven. De hel is immers niet eeuwig, maar een doorgangsfase naar waarachtig leven. Dante: O gij, die gezond en zuiver weet te denken, tracht de lering, die zich onder de sluier van deze ongewone verzen verbergt te doorgronden”. Ook de twijfel moet overwonnen worden. De twijfel, die je doet verstarren in ongeloof, zodat de toegang tot het licht versperd wordt. “Keer U om, dek de ogen met de handen”, zegt Vergilius, terwijl zijn handen ook nog eens die van Dante bedekken om er zeker van te zijn, dat deze zich werkelijk voor de buitenwereld afsluit. Keer je om, richt je op de binnenwereld, dan zal God in je levend worden, je eigen Goddelijke vonk. In het middelpunt van de aarde, waar het kwaad wortelt, vindt letterlijk de omkering plaats, de transformatie . Dante en Ver- gilius draaien op het diepste punt van de aarde om en met Ver- gilius’ hulp stijgen zij weer via 24 cirkels omhoog, uitkomend onder de sterrenhemel van het zuidelijk halfrond. Het laatste canto van het Inferno eindigt met: Vergilius en ik gingen die verborgen gang binnen om aldus naar de wereld van het licht terug te keren. En zonder ook maar aan rusten te denken, klommen wij naar boven, hij voorop en ik achter hem aan, totdat we een punt bereikten waar ik door een ronde opening de schoonheid van het hemelgewelf kon aanschouwen. Daar gingen we naar buiten en zagen we opnieuw de sterren. Alle drie, Inferno, Purgatorio en Paradiso eindigen met “de sterren”. Het heeft ook te maken met het feit dat Dante geloof- de, dat de sterren invloed hebben op het karakter en gedrag van de mensen, hetgeen op vele plaatsen in het gedicht naar voren komt. Zo bereikten ze na de donkere diepte van het Inferno nu weer het licht en ze arriveerden aan het verlaten strand van de Louteringsberg, de Purgatorio. Purgatorio De eerste zin van het eerste canto van de Purgatorio luidt: Nu ik met het schip van mijn geest een zo wrede zee achter mij heb gelaten, hijs ik de zeilen om koers te zetten over beter water. Ook deze Purgatorio is te zien als een spiraal, maar dan nu een spiraal omhoog (Inferno linksom, de weg ten dode, en Purga- torio rechtsom, de weg ten leven). De eerste tien canto’s van de Purgatorio vormen de voor- bereiding tot de zware taak van de loutering, in de oefening van de wilskracht. Deze eerste ommegangen worden bevolkt door zielen, die nog niet werkelijk aan een echte keuze toe zijn. Het is het gebied waar de mens zijn wil en zijn verstand niet heeft uitgeleverd aan het kwaad, maar er ook niet toe komt deze in dienst te stellen van God. In de elfde canto van het Purgatorio, waar de boetelingen hun louteringsberg beginnen, bidden ze het Onze Vader , niet om het aardse brood, maar om het hemelse manna, namelijk om het juiste inzicht op het pad. De eigenlijke Purgatorio be- gint evenals de Inferno bij een toegangspoort en evenals bij de Inferno wordt Dante op zijn weg door Vergilius geleid.Deze toegangspoort wordt door een engel bewaakt, die Dante zeven P’s op het voorhoofd schrijft. P is Peccata, zonde. Dante schrijft: En met de spits van het zwaard schreef toen die engel mij zeven P’s op het voorhoofd en zeide: Maakt dat gij afwast deze wonden wanneer gij binnen zijt”. Toen werd de heilige poort voor mij ontsloten en de Engel sprak: “Gaat in, doch blijft gedachtig dat al wie omziet ook terug moet keren.” En toen, op hun scharnieren bewogen zich de sterke spillen van die heilige Poort. Ik richtte mij vol aandacht naar het eer- ste geluid en Te Deum Laudamus scheen het mij te horen. En zo begint Dantes tweede inwijding in zeven omme- gangen op weg naar innerlijke zuivering, waarbij hij bij elke ommegang een aspect van menselijke ondeugden zal moeten overwinnen door voortdurende oefening van de wilskracht. Op elke ommegang zal hem een P van het voorhoofd wor- den afgewist. Een P staat voor één van de zeven hoofdzonden. Hoogmoed, hebzucht, afgunst, wellust, toorn, onmatigheid en traagheid. Op die weg tot loutering heeft Dante visioenen van schim- men en wezens, die boete doen voor hun zonden. Prachtig be- schrijft hij de toegang van de eerste naar de tweede ommegang. In de l2e canto van Purgatorio, waar beroemde personen uit de klassieke oudheid en de Bijbel voor hun hoog- moed worden gestraft. 22 Reflectie 2(1), maart 2005 De engel (2e lied) naar een aquarel van Salvador Dali

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=