Reflectie2(1).vp
Na Dantes doop door onderdompeling in de Lethe, een der twee rivieren die in het aards paradijs ontspringt, wordt hij naar de andere oever getrokken, waar Dante aan de nimfen wordt overgegeven. Aan het einde van de Purgatorio schrijft Dante: Ik was gelouterd en klaar om op te stijgen naar de sterren Paradiso Dantes weg door de planetensferen van het paradijs. De eerste canto zegt: De glorie van Hem, die het Al beweegt, doordringt geheel ’t heelal en weerstraalt daarin in het ene deel meer, in het andere minder. In de hemel, die het meest van Zijn Licht ontvangt, ben ik geweest; en ik zag dingen, die wie neerdaalt van daarboven noch weet, noch vermag te herzeggen. O lezer – wie door genade dit zelf nog eens hoopt te ervaren – neem genoegen met dit beeld - want hoe iemand boven zijn mens-zijn uitstijgt, is immers onmogelijk in woorden weer te geven. Terwijl de zon opgaat, stijgt Dante, omhooggetrokken door de ogen van Beatrice, vanuit het aards paradijs naar de top van de Louteringsberg op, naar de sferen van Maan, Mercurius en Venus, waardoor zijn schouwend bewustzijn lichter en ruimer wordt en hij zijn diepste Zelf nadert. Prachtig laat hij dit uitko- men in de gestalten, die hij in deze sfeer ontmoet. Hier geen grove stemmen en schimmen zoals in de Hel, ook geen schu- we, milde kudde van zielen, zoals in Purgatorio, maar pure lichtwezens. “Overeenkomstig met de eigen hemel, die ze in zich dragen”, wordt in de 3e canto gezegd. Ze bewegen zich actief in de Hemelse Liefde en leren, dat alleen liefde in staat is “deze andere, de Goddelijke Liefde “ te verstaan. Evenredig aan de liefde die in hen is, wordt het gees- telijk Licht opgewekt. Zevende canto: En alles wat de mens van de geestelijke wereld niet begrijpt, blijft verborgen tot ons vernuft gerijpt is in de vlammen der liefde. In zijn gang door de bovenzinnelijke wereld van het Paradijs, krijgt Dante steeds weer de opdracht om zijn ervaringen aan de mensheid door te geven. Beatrice heeft de ogen gevestigd op de eeuwig bewegende cirkels van het Goddelijke Licht. Door háár kracht is hij in staat eveneens iets daarvan in zijn eigen innerlijk te voelen en zich in een flits, als een doorbraak, goddelijk onsterfelijk te weten. Heel subtiel is Beatrices uitleg over de orde en harmo- nie van de Schepping en hoe alles in het heelal niet alleen van God uitgaat, maar ook naar Hem terugkeert en hoe de Godde- lijke kracht het hele Heelal doordringt. In de Zonnesfeer – het Rijk van de Wijsheid – klinkt op- nieuw in de 10e canto. Al wat door de ruimte wentelt, is door de Eeuwige met zo’n orde en pracht gemaakt, dat wie dit aanschouwt, vol vreugde moet zijn. Nooit was sterfelijk hart zo machtig geroerd, zo vurig bereid met heel zijn wil zich tot God over te geven. In de sfeer van de planeet Mars verschijnt de Christus aan Dante. Vanuit de marssfeer ‘het hartcentrum van de kosmos’, schenkt de Christus de mensen vrede. Een vrede, die niets te maken heeft met strijdloze rust. De Goddelijke harmonie kan alleen bereikt worden door een voortdurende strijd, waarin de krachten van het Licht en van de Geest de krachten van de duisternis op steeds hogere niveaus zullen overwinnen. Als Dante ook de sfeer van Jupiter, de sfeer der rechtvaardi- gen doordacht en doorleefd heeft, is zijn inzicht zo diep gegroeid, dat hij in het bereik komt van de hoogste hemelsferen, het diepste in hemzelf. Voelbaar is de stilte in deze laatste planetensfeer. Het gezang van de hemelse Lichten zwijgt, want zwijgen, stil-zijn, naar binnen luisteren, zijn de kwaliteiten van Saturnus. Een gouden Jacobsladder maakt het de schouwende licht- wezens in die stilte mogelijk door concentratie en meditatie op te stijgen naar het hoogste Zijn – terug te keren en weer op te stijgen – tot al het onvolkomene zijn vol-einding zal bele- ven. Ook Dante gaat met Beatrice langs deze ladder (canto 22) en ziet op aanraden van Beatrice van daar uit nog één keer te- rug op wat hij allemaal doorlopen heeft. In het heldere licht ziet hij de aarde en de andere planeten en hij glimlacht om de kleinheid ervan in de grote kosmische samenhang. Hoe dwaas is de mens, die het stoffelijke bezit op aarde zo ernstig neemt, terwijl de kosmische wereld hem zoveel meer te bieden heeft. In dit hogere bewustzijn, in de uiterste sferen “die der vas- te sterren”, wordt hij rijp voor de zuivere aanschouwing van Het Grote Licht Wat hij toen ervoer, is – zoals hij schrijft: “nog niet voor een duizendste deel te zeggen”. Het is onzegbaar. Mag van deze ervaring, als ik die opgeschreven heb, iets overspringen, hoopt Dante. Voor de uiterste sfeer, het Empyreum ‘, de in liefde tot God teruggekeerde Schepping’ mist Dante eigenlijk nog het gezicht, maar door een plotselinge lichtstraal stijgt hij boven zijn vermogens uit in een bovenkosmisch Licht-bewustzijn . Zijn blik krijgt de kracht, die ontleend is aan het Licht zelf – 24 Reflectie 2(1), maart 2005 Beatrice (4e lied) naar een aquarel van Salvador Dali
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=