Reflectie2(1).vp

De toegang tot het Akasha-veld Ervin Laszlo Uit: Kosmische Visie. Wetenschap en het Akasha-veld . 1 In het vorige nummer publiceerden wij het voorwoord van Juriaan Kamp. In dit nummer aandacht voor een ander intrige- rend hoofdstuk uit dit fascinerende boek. Het inzicht breekt baan dat het universum – mét alle dingen die het omvat – een optimaal geïntegreerd en coherent systeem is, net als een levend organisme. De cruciale eigenschap ervan is dat alle dingen erin informatie genereren die wordt opgesla- gen en overgedragen aan al zijn andere bestanddelen. Deze ei- genschap is in alle mogelijke opzichten fundamenteel. Zij verheft een universum dat zich anders in den blinde een weg zou zoeken van zijn ene evolutiestadium naar het andere, tot een hecht systeem van wederkerige connecties dat voort- bouwt op de door dat systeem al gegenereerde informatie. Het nulpuntenergieveld van het vacuüm draagt zowel ener- gie als informatie. Als informatiedragend veld is het in feite het Akasha-veld. Dit A-veld neemt zijn gerechtvaardigde plaats in onder de overige fundamentele velden in het universum, zoals het G-veld (gravitatieveld), het EM-veld (elektromagnetische veld) en de verschillende nucleaire en kwantumvelden. Het A-veld is in alle domeinen van de natuur actief. Het completeert de golffunctie van elementaire deeltjes door reke- ning te houden met hun nonlokale correlatie met andere deel- tjes; het is een essentieel element in het leven en de evolutie van levende organismen; en het verklaart de mysteries rond een verscheidenheid van Akasha-verschijnselen, waaronder te- lepathie, zien op afstand, en de telesomatische invloeden die ten grondslag liggen aan de effecten van mediteren en bidden, en verscheidene vormen van alternatieve geneeskunde. Effecten van het A-veld Het A-veld informeert alle dingen met alle andere dingen. Wat wij ervaren als het informerende effect van het A-veld, is de respons van het vacuüm op de aanwezigheid van deeltjes en op complexere dingen (de geïntegreerde gehelen van deeltjes, atomen en moleculen, cellen en organismen, sterren en spi- raalnevels). Dit effect is universeel, maar het is niet even in- tens en evident in alle dingen. Universele informatie in de natuur is niet hetzelfde als uniforme informatie. De meest directe, intense en dus ook evidente informatie wordt overgedragen tussen dingen die grote overeenstemming met elkaar hebben: ‘isomorfe’ dingen die dezelfde basisvorm hebben. Dit komt doordat informatie wordt overgedragen via vacuümhologrammen – en in een hologram harmonieert elk element met isomorfe elementen, elementen die ermee over- eenkomen. Wetenschappers noemen deze harmonisatie ‘con- jugatie’ (samenvalling): een holografisch patroon valt samen met overeenkomstige patronen in ongeacht welk assortiment van patronen, hoe uitgestrekt ook. De praktijkervaring bevestigt dit. Als we het samenvallen- de patroon als sleutel gebruiken, kunnen we elk afzonderlijk patroon in het complexe golfpatroon van een hologram selec- teren. We hoeven het gegeven golfpatroon slechts te insereren in de overvloed van patronen in het hologram, want het hecht zich meteen aan het patroon (of de patronen) waarmee het sa- menvalt. Dit is hetzelfde wat er gebeurt als we uit de miljoe- nen en nog eens miljoenen websites op het Internet de website selecteren die we nodig hebben. We brengen de code van die website in – de URL van de website – en het systeem zoekt net zolang totdat het samenvalt met de ermee corresponderende code van de desbetreffende website. Vervolgens ontsluit die code de ene deur die we onder de miljoenen van het Web zochten. Als we het conjugatieprincipe toepassen op de hologrammen die zich in het A-veld voortplanten, verkrijgen we een herken- baar beeld. De dingen worden rechtstreeks geïnformeerd door de dingen waarmee ze het meest overeenkomen. Zo wordt een amoebe rechtstreeks geïnformeerd door andere amoeben. Dit wil niet zeggen dat dingen die niet op elkaar lijken elkaar niet wederkerig informeren. Ze worden evengoed geïnformeerd, maar het effect van het informatieveld is niet in alle gevallen evident. Amoeben worden bovendien niet alleen geïnformeerd door andere eencellige organismen, maar tevens door veel een- voudiger entiteiten zoals moleculen, én door veel complexere zoals meercellige organismen. Alleen is de informatie die af- komstig is van dingen van andere niveaus minder intens en evi- dent dan die van dingen die meer overeenstemmen met de eigen structuur van de ontvanger. Dit geldt ook voor mensen. Wij worden rechtstreeks geïnformeerd door onze medemensen, maar daarnaast ook – zij het minder rechtstreeks – door dieren, plan- ten, de hele biosfeer en zelfs de hele kosmos. Informatie, in de vorm van de holografische sporen die alle dingen achterlaten in het A-veld, stemt elk ding op subtiele wijze af op alle overige dingen. Dit verklaart de verbluffende coherentie die we aantreffen in zowel de levende natuur als de gehele kosmos. Het A-veldeffect in de biosfeer In de wereld van het leven vallen de afzonderlijke hologram- men van moleculen en cellen van een organisme samen (ze conjugeren) met het meeromvattende hologram van het hele organisme. Als gevolg daarvan is er een subtiele maar effectie- ve correlatie tussen de moleculen, cellen en organen van het organisme, steeds vrijwel zonder tijdverlies leidend tot cohe- rentie binnen dat organisme. Die conjugerende relatie bestaat ongeacht de vraag of de moleculen en cellen aan elkaar gren- zen. Zoals we weten, hebben experimenten aangetoond dat cellen die eens tot een organisme hebben behoord met dat or- ganisme verbonden blijven zelfs als ze er kilometers ver van- daan zijn. Informatie via het A-veld verklaart niet alleen de vrijwel ogenblikkelijk totstandkomende coherentie van alle delen van een organisme, maar ook de subtiele maar effectieve correlatie tussen organismen en hun omgeving. De hologrammen van complete kolonies, groepen en ge- meenschappen van organismen vallen samen met het holo- gram van het natuurlijke milieu waartoe zij behoren. Het 8 Reflectie 2(1), maart 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=