Reflectie2(3&4).vp

Het Evangelie volgens Johannes Paul G. van Oyen Het is een merkwaardig gegeven dat we in alle vier evangelieteksten steeds Johannes de Doper terug- vinden als tegenhanger van of als wegbereider voor Jezus. Volgens het Lukasevangelie waren Jo- hannes de Doper en Jezus neven en ook hun ge- boorteverhalen lopen opmerkelijk parallel. Wat willen de evangelisten ons hiermee vertellen? De teksten zijn het er ook over eens, dat Jezus door Johannes werd gedoopt en niet omgekeerd en dat Jezus zijn prediking pas begon nadat Johannes de Doper gevangen was gezet om ten slotte vermoord te worden door onthoofding. Ook zou Jezus het voorbeeld van Johannes de Doper volgen en op grond van zijn politieke standpunt worden vermoord door kruisiging. Het Markus- evangelie vermeldt zelfs, dat Jezus de prediking van Johannes de Doper voortzette. Op de keper beschouwd lijkt het er op dat Johannes de Doper een invloedrijke profeet was met een grote schare volgelingen en dat Jezus zich oorspronkelijk met deze Johannes de Doper verbonden heeft om na zijn dood de predi- king van Johannes de Doper voort te zetten: de doop der bekering tot vergeving der zon- den (Mk 1:4). De doop, en zeker de doop der bekering tot vergeving der zonden van Jo- hannes de Doper was in feite een soort initia- tie of inwijding met als doel dat mensen zich meer gewaar werden van de werkelijkheid van een ándere, transcendente, wereld die binnen de Joods-christelijke traditie meestal met ‘het Koninkrijk’ wordt aangeduid. Dege- ne die doopt, wordt met de doop de leer- meester van de dopeling. Was Johannes de Doper de leermeester van Jezus? Er is een kleine, maar vasthoudende stroming binnen de christelijke traditie die Johannes de Doper inderdaad als de leermeester of voorganger van Jezus beschouwt. De vertaling van de Griekse tekst op dit punt geeft meestal aan, dat Johannes de wegbereider van Jezus zou zijn. Maar men zou ‘opiso erchomenos’ (Je- zus dus) even goed als ‘opvolger’ kunnen vertalen, (hij die na mij komt). Wegbereider (Johannes) wordt dan tevens ‘voorganger’. Voor de latere evangelieschrijvers was deze bijna omgekeerde hiërarchie moeilijk te ver- teren, en zo zien we hoe alle teksten Johan- nes de Doper laten zeggen: na mij komt, die sterker is dan ik, wien ik niet waardig ben, nederbukkende, de riem van zijn schoenen te ontbinden (Mk 1:7; Mt 3:11; Lk 3:16; Joh 1:27). Dit alles overwegende kunnen we vaststellen, dat Johannes de Doper in alle op- zichten de ‘voorganger’ was van Jezus en dat Jezus daarmee zijn opvolger werd. Jezus bouwde voort en vervolmaakte waar Johannes de Doper mee begonnen was. Johannes doopte in water, terwijl Je- zus doopte met de Heilige Geest. Jezus spirituali- seerde de boodschap van Johannes. De spirituele kant betekent in dit verband de boodschap van een- heid en harmonie, waarin tegenstellingen oplossen in een allesoverheersende liefde. Als de ‘rijke jonge- ling’ bij Jezus komt, spreekt hij hem aan met ‘goede Meester’, en Jezus stelt hem dan onmiddellijk de vraag waarom de jongeling hem met ‘goede meester’ aanspreekt: weet je dan niet dat alleen het Ene goed is? In een- heid zijn geen tegenstellingen, er is geen polariteit, maar er is slechts een peilloze stilte, een diepe vrede. Duidelijk is, dat de evangelieteksten niet zijn geschreven door ongeletterde Joodse vissers die geen Grieks kenden. Ook is bekend, dat de oudste tekstfragmenten steeds in het Grieks zijn geschreven en dat geen Hebreeuwse of Aramese teksten uit de vroegste tijd beschik- baar zijn. Waarom? Vele bijbelvorsers zijn het er thans over eens dat de hele ontstaansge- schiedenis van het vroege Christendom zich richtte op de fundamentele tegenstelling tus- sen de Joodse (sektarische) orthodoxie ener- zijds en de liberale vrijdenkers anderzijds. De Joodse orthodoxie kenmerkte zich door een grote vreemdelingenhaat die alles wat niet-joods was afwees. Als gevolg van die aangeboren haat leefde de Joodse gemeen- schap in een voortdurende staat van oorlog met de omgeving. De komst van het Hellenis- me in Palestina, als gevolg van de verovering- en van Alexander de Grote, bracht de noodzaak van integratie tussen de Hellenisti- sche cultuur en het Jodendom. Sommigen ko- zen voor samenwerking en integratie, anderen wezen deze resoluut van de hand. Met de latere Ro- meinse gezagdragers (of bezetters?) zou het niet anders zijn. De upper class koos in het al- gemeen voor samenwerking, met uitzonde- ring van de Farizeeërs en de Zeloten die fanatiek bleven hopen op een eigen staat zon- der Romeinse overheersing. In deze omstan- digheden worden Johannes en Jezus geboren. Zij zijn op alle mogelijke manieren onlosma- kelijk met elkaar verbonden. Beiden commu- niceren met alle lagen van de bevolking en zijn voorstanders van integratie en samenwer- king. Beiden mengen zich ook in het politieke krachtenveld en worden vermoord. Als we de evangelieteksten willen bestude- ren, zullen we moeten bedenken dat deze tek- 9 Reflectie 2(3&4), december 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=