Reflectie2(3&4).vp
2012 … Alwéér het einde van de wereld We zijn vergeven, ook tegenwoordig vooral weer, van “ein- de-van-de-wereld”-scenario’s. Die speelden al sinds vele eeu- wen. Zo werd al in de eerste eeuw(en) van onze christelijke jaartelling het spoedige einde der wereld voorspeld, bij de “spoedige” wederkomst van (de) Christus. Maar goed dat die spoedige ondergang niet gekomen is, want de Christus is nog voortdurend werkzaam, in ons, Zijn Licht te ontsteken, want dáár, in ons, keert Hij terug. Ook in de Middeleeuwen zijn er weer vaak van die perio- des, vooral vanuit die opvatting van “hel en verdoemenis” … of een herhaling van die “Zondvloed”, zonder te beseffen dat er een innerlijke betekenis in dat zondvloedverhaal schuilt. In de 19 de eeuw … weer van die scenario’s, en die zetten zich voort in de 20 ste eeuw: 1914 (Jehova’s), 1975 (Jehova’s), het planetaire aligne- ment van 1980 (op grond waarvan een Australische astroloog voorspelde dat Australië in tweeën zou splijten, gevolg: grote paniek bij nogal wat mensen), 1999 (7 juli - Nostradamus), 1-1-2000, vanwege dat “magische” getal 2000. Van de voorgaande voorspellingen is niets uitgekomen, maar ze hebben wel onrust, zoniet angst veroorzaakt. En dan nu weer: 2012, op basis van de Maya-kalender. En er zullen nog wel meer data verschijnen, want het regent visi- oenen, doorgevingen en openbaringen. Het zou goed zijn te stellen, dat mijn visioen mijn visioen is; een doorgeving een doorgeving aan of voor mij is; een openbaring een openbaring aan of voor mij is. Bewaren we ze als een eventuele waarheid voor onszelf , of her-formuleren we ze als een persoonlijke visie op iets. Dat geeft rust voor onszelf én aan anderen. Het onderstaande stukje werd ingezonden door Rudolf Smit, en is overgenomen uit een pamflet uit Gent (Het Ge- nootschap ‘De Ronde Tafel’, werkgroep ter verbetering van de kontakten tussen beoefenaren van rand- en academische wetenschappen). Het betreft een lezing (op 28 mei 2005) van een echte Maya-deskundige, Antoon Voliemaere, die heeft kunnen aantonen dat de Maya-kalender niet eindigt op 21 de- cember 2012, maar reeds honderden jaren eerder, t.w. in 1545 (“Toevallig” wel ten tijde van de inval van de Spanjaarden). MAYA’S: EGYPTENAREN VAN AMERIKA De belangrijkste steentijdbeschaving ter wereld is ongetwij- feld die van de Maya’s. Zij bewonen een uitgestrekt gebied in het Mexicaanse schiereiland Yucatan en Belize, Guatemala en de westgrens van Honduras en El Salvador. Hier wonen nog mensen die één van de eenentwintig aanverwante Maya-talen spreken. In dit gebied van Meso-Amerika ontstond één van de oudste en langdurigste beschavingen van de wereld: 5000 jaar, hetzij van ongeveer 3500 voor tot 1500 jaar van onze tijdreke- ning. Algemeen worden de Olmeken aanvaard als de voorva- ders van de Maya’s. Na de beginperiode waarin men leefde van wat het pluk- ken van planten en vruchten opleverde, volgde het landbouw- stadium dat in feite de eerste evolutie van de Mayabescha- ving betekent. Wij zien dat een kalender wordt vastgelegd en hun godsdienst ontstaat, met zijn honderden weldadige en kwaadwillige goden, die meer is dan de gewone magie en die tegelijkertijd het begin betekent van hun merkwaardige sociale en politieke organisatie en vooral van hun priesterdom. Hun kalender was betrekkelijk nauwkeurig, want de Maya’s wisten dat het zonnejaar 365,2422 dagen en een gemiddelde maanpe- riode 29,5209 dagen duurde. Het laatste stadium, de bekroning van hun beschaving, is het tijdperk waarin duizenden gebouwen en belangrijke stads- centra werden opgetrokken, die op dit ogenblik bijna alle door de jungles van Guatemala en Mexico overwoekerd zijn. Om de vruchtbaarheid van dit volk van bouwmeesters te onderstre- pen, volstaat de mededeling dat er duizenden archeologische vindplaatsen bekend zijn. Eén van de beste bouwmaterialen uit het hele pre-Columbi- aanse Amerika is de kalksteen, die ter plaatse in overvloed aan- wezig is; niet alleen is deze gemakkelijk te bewerken met de stenen en houten werktuigen van de Maya-bouwmeesters (ja, de prachtige Maya-beschaving is een “steentijdbeschaving”), maar één van de grootste kwaliteiten ervan is, dat hij verhardt onder invloed van de weersomstandigheden en bij verbranding kalk oplevert. Dankzij dit geschikte materiaal groeide aldus de op hoog niveau staande architectuur, met haar prachtige steden, haar piramides, haar tempels en haar bogen met valse gewelven. Steden zoals Copan, Quirigua, Tikal, Palenque, Uxmal, Chichen-Itza, enz., ook al zijn zij vandaag alleen nog maar ruïnes, laten niet na indruk op ons te maken. De voorgevels der gebouwen en de binnenwanden zijn met zeer kunstzinnige schilderingen en reliëfs versierd. Er komen steeds meer met hiërogliefenschrift beschreven zuilen en altaren, ofwel om reli- gieuze begrippen vast te leggen, ofwel om historische gebeurte- nissen te gedenken. Het einde van de Maya-beschaving begon in het noorden met de Spaanse bezetting van Mérida (toen Tiho) in 1540-1, en veel later in het zuiden met de val van TayasaI (Meer van Flores, Guatemala) op 27 juli 1697. De Maya-geschiedenis wordt gemakkelijkheidhalve in drie grote perioden gesplitst. Deze perioden zijn gebaseerd op de in- scripties op de stenen monumenten en op voorwerpen van aller- lei aard, waarop het aantal dagen vermeld staat die verlopen zijn sinds de datum 4 AHAU CUMHU, een nulpunt van de Maya- kalender. De correlatie tussen deze en de christelijke kalender is steeds een bron van betwisting geweest. Naargelang men het Maya-nulpunt verder in het verleden verplaatst of dichterbij brengt, verschuift men ook tegelijkertijd de Maya-geschiedenis. Door een diepgaande studie van de lange eclipssequentie in Co- dex Dresdensis heeft dr. Antoon Voliemaere zopas de laatste en definitieve sterrenkundige bewijsvoering geleverd dat de Maya- kalender niet nu eindigt in het komende jaar 2012, maar reeds eindigde in ons Juliaansjaar 1545. Antoon Voliemaere (Antwerpen 1929). Sinds 1965 bezig met het ontcijferen van het Maya-hiërogliefenschrift en de archeo- logie van de Midden-Amerikaanse volkeren. Hij is ook stichter van het ‘Vlaams Instituut voor Amerikanistiek’ (1973), het tijdschrift “America Antigua” en de “Volksuniversiteit Pedro de Gante” (1975). 8 Reflectie 2(3&4), december 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=