Reflectie2(3&4).vp
Het huis met de zeven zuilen Johan Pameijer De eerste aanblik van de grote piramide van Gizeh, even buiten de miljoenenstad Caïro, is overweldi- gend. Onaantastbaar verheft zich de vierzijdige driehoek uit het vaalgele zand. Een eindje verderop staat nog zo’n kolos en nog weer een stuk daarach- ter ligt de kleinste van de drie, nog altijd hoger dan een flatgebouw met twintig verdiepingen. Gebouwd als aardse weerspiegeling van het hemelse Orion- stelsel, deden de drie piramiden eeuwenlang dienst als inwijdingstempel. De grote piramide De grootste van de drie, het zogenaamde koningsgraf van fa- rao Cheops, is tegenwoordig toegankelijk voor avontuurlijke toeristen. Schuifelend door de donkere galerijen scharen ze zich in de centrale koningskamer rond de sarcofaag, waarin volgens de gids eens de mummie van de oude farao gelegen moet hebben. Maar Paul Brunton, de beroemde Engelse filo- soof en wereldreiziger die er in de dertiger jaren eens de nacht doorbracht, memoreert in zijn boek “Geheim Egypte” een visi- onaire ontmoeting met de statige hogepriester in het verborgen hart van de tempel. Een paar jaar nadat ik Paul Brunton op een Haags terras had gesproken, mocht ik zelf een blik slaan in de koningska- mer. Het was een drukkende ervaring, ver verwijderd van het mystieke proces waar Paul Brunton in werd ondergedompeld. Geen hogepriester liet zich zien, maar ik realiseerde me wel hoe de verdoofde kandidaat in de sarcofaag was afgedaald om daar na drie dagen weer uit te worden opgewekt, dan de erva- ring van visionair schouwen in de geest rijker. Deze indruk versterkte zich later nog, toen ik ontdekte dat de onaantastbare piramide zeven compartimenten telt, precies zoveel als het aantal beproevingen dat nodig is om tot volle aanschouwing in de koningskamer te komen. Wat de toerist niet wordt verteld, is hoe mystiek de ruimte- lijke indeling van het interieur wel is. Helemaal aan de basis bevindt zich een onderaardse kamer, een soort put, waar de beginnende kandidaat aan zijn spirituele reis begint. Via de dalende en vervolgende de stijgende gang wordt de koningin- nekamer bereikt. Vandaar loopt de hoge, taps toelopende gale- rij naar de antichambre, het voorportaal van de uiteindelijke bestemming, de koningskamer met de sarcofaag waar nooit een mummie in heeft gelegen. Zeven ruimten, overeenstemmend met de zeven chakra’s van het Tantrisch Boeddhisme, de zeven beden van het Onze Vader en de zeven zuilen van Wijsheid ¹, waarvan Spreuken 9 melding maakt. Mijn overtuiging, dat de oude Egyptenaren vol- ledig op de hoogte waren van de inwijdingsmystiek werd bevestigd, toen ik het graf van Toetanchamon bezocht en een paar dagen later in het Egyptisch museum van Caïro de drie in elkaar sluitende sarcofagen waarin de mummie opgesloten was en de vier gouden schrij- nen, die het geheel omsloten, in ogenschouw mocht nemen. Zelfs bij de begrafenis van de legendarische farao werd het heilige zevenvoud in acht genomen. Het heilige zevental Na de zeven mythologische scheppingsdagen regen de zeven- tallen zich aaneen, vanaf de zeven tonen in het octaaf en de ze- ven kleuren van de regenboog tot en met de zeven lichaams- openingen en de zeven sacramenten. Volgens de Indische my- thologie waren zeven wijzen de vormgevers van de wereld, Pythagoras repte van het heilige zevental en Paulus richtte zich tot zeven gemeenten. En wie de plattegrond van het Klein- Aziatische gebied rond de zeven gemeenten bekijkt, die ontwaart de onderverdeling van drie en vier, zoals die ook in het Onze Vader naar voren treedt. Niet zonder bedoeling bouwde de Wijsheid haar huis en hieuw zeven pilaren uit ¹ . Het zijn de zeven stralen, de zeven karaktereigenschappen, zoals die worden uitgedrukt in de ze- ven kaarsen op het altaar. De zeven blijkt een basisgetal in de schepping. Volgens Weinreb ² is het getal zeven de aanduiding van het heden. De eerste zes dagen van de schepping vormen het verleden en de acht, of de achtste dag, verwijst naar de toekomst, maar de ze- ven is het NU. Het “Nu” is een opschuivend moment in de dimensie van de tijd. Wat zojuist “nu” was, is nu verleden tijd en het nu van straks is toekomst. Dat simpele woordje ‘nu’ stelt ons voor een interessant filosofisch probleem en dat wordt opgelost door de betekenis van het cijfer zeven. Daarom zou de zeven de grondslag kun- nen zijn van deze schepping, dit bestaan in deze driedimensio- nale wereld. Zodra hogere dimensies in het spel komen, verdwijnt het belang van de zeven, maar nu hebben we er in alle geledingen van ‘zijn’ mee te maken. De zevende letter van het Hebreeuwse alfabet is de ‘zajin’, een woord dat ‘wapen’ betekent. In het ‘nu’ dienen wij de men- selijke disharmonie te bestrijden met het wapen van onze geest. Dit leidt tot voltooiing van de schepping, tot het toegankelijk maken van de materiële wereld voor God. Dat maakt de zeven tot het getal van voleinding, het getal van de mystiek en niet te vergeten het getal van de Mysteriën, belichaamd in de zeven 13 Reflectie 2(3&4), december 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=