Reflectie2(3&4).vp
sacramenten als biecht, doop, vormsel, eucharistie, priesterwij- ding, zalving van zieken en overledenen en huwelijk. De grootsheid van het Mysterie wordt iedereen gewaar die zijn ogen opslaat naar de piramide. Op korte afstand rijst het gevaarte 145 meter op als een onneembaar bastion, aangevre- ten door de tijd, maar nog altijd dezelfde standvastige behoe- der van de geheimen van leven en dood als eertijds. Het Onze Vader Als ik mij nu een voorstelling zou willen maken van de poten- tie van dit gigantische wereldwonder dan zou ik, staande bij de piramide het Onze Vader uitspreken en dan bij elke bede stilhouden in de overeenkomstige ruimte binnenin. Bij het ‘Uw naam worde geheiligd’ bevind ik mij in de koningskamer met de lege sarcofaag, de kruinchakra van het Boeddhisme. In eerste instantie bespeurde Paul Brunton tijdens zijn nachtelijke wake vijandige krachten in de kamer, maar in een later stadi- um doemde een nieuwe verschijning op. Van deze verschij- ning ging een kalmerende werking uit. Lichtende gestalten in witte mantels en met gesandaalde voeten schreden door de pikdonkere kamer en keken neer op het halfslapende lichaam van de schrijvende filosoof, die sprak over de serene kalmte van de hogepriesterlijke figuren in de koningskamer. Bij het “Uw koninkrijk kome” kan ik me in de anticham- bre wanen, de vestibule van de troonzaal, een ruimte voor die- pe, meditatieve voorbereiding. Daarna zou ik “Uw wil geschiede, zowel in de hemel als op aarde” uitspreken in de stijgende gang, beseffend dat ik nu neerwaarts ging, afdalend in de duistere krochten van de onderwereld. Opwaarts zou ik mij hier kunnen afstemmen op de energieën van hogere fre- quenties, waardoor de entree tot de koningskamer ontsloten zou kunnen worden. Maar ik daalde af, omdat het Onze Vader nu eenmaal een afdalend gebed is. Daarom wordt het in medi- tatieve kringen ook in omgekeerde volgorde gebeden, omdat opstijging tot het goddelijke het algemeen menselijke doel is. In mijn verbeelding bereikte ik de koninginnekamer en be- sefte, dat het “Geeft ons heden ons dagelijks brood” uitsluitend in geestelijke zin is te verstaan. Hier in het granieten hart van de inwijdingstempel verwijlden de kandidaten om hun keuze te maken. Na alle voorgaande beproevingen van verzoeking en het kwade, ervaren we in de onderaardse kamer, de symbolische onderwereld en via de daarheen leidende dalende gang, bereikte de kandidaat in de koninginnekamer symbolisch de aarde. Evenals bij een geactiveerde hartchakra geschiedt, komt men voor een keuze te staan. De gelijkenis over het kruispunt van wegen, waar men moet kiezen om al dan niet aan de maal- tijd van een heer deel te nemen, verwijst naar dit moment van keuze, waarvoor iedereen eens zal worden gesteld. Zijn we be- reid en in staat om het dagelijkse, geestelijke voedsel tot ons te nemen en er de consequenties van te aanvaarden? Na het scharnierpunt van de koninginnekamer, ons dage- lijks brood, bereiken we in ons gebed nu de onderste drie be- den. Eerst die van de vergeving van schulden, die wij vragen en geven. Dit is immers een onmisbare voorwaarde om het geestelijke gebied te bereizen. Juist om die reden is de symbo- liek van de stijgende gang, opkomend uit de donkere krochten van de dalende gang en de onderaardse kamer, van zoveel be- lang in ons leven. Daar in de diepte, waar nimmer een licht- straal doordringt, dienen we ons te verdiepen in de verleidin- gen van de stoffelijke wereld. Niet zonder reden is dit de plek van de buikchakra, de regelaar van de begeerten of in een min- der positief geval zelf de ontregelaar daarvan. Dan daaronder, in het diepste diep van de piramide, wacht de put, de kamer met maar één uitgang die naar boven leidt. Maar deze opgang ontwaart men uitsluitend in een stemming, gericht op het goede. Hier sluipen de demonische verleiders rond en ze wikkelen zich rond de zwakkeling om hem tot slaaf te maken van hun kwaadaardige plannen. Maar niet in de laatste plaats werken hier de actieve op- waartse energieën, die de kandidaat de weg naar boven wijzen. Het Oosten spreekt van het kundalinivuur, het geestelijke poten- tieel dat in ieder schepsel sluimert. Wie het archetype van de schaduw weerstaat, zal de weg terug kunnen inslaan en begin- nen met het Onze Vader in omgekeerde volgorde te mediteren. Carl Gustav Jung Bij dit alles kan ik niet om de grote Carl Gustav Jung heen, de geleerde die het mysterie in voor ieder begrijpelijke lagen heeft onderverdeeld. Op grond van jarenlange analyses met patiënten bracht hij het bewustzijn in kaart en leerde onder- scheid te maken tussen het gewone dagbewustzijn en het on- derbewustzijn dat, gezien de naam, ook deel uitmaakt van het bewustzijn, maar minder direct toegankelijk materiaal omvat. Daar weer onder ontdekte hij de uitgestrekte domeinen van het persoonlijk onbewuste, reservoir van onverwerkte herinne- ringen en verdrongen ervaringen die ons te pas en te onpas blijven bestoken. Als diepste laag van de ziel ontwaarde hij de schimmige contouren van het collectieve onbewuste, datgene wat wij als mensheid gemeen hebben. De onderscheiden bundels energie noemde hij archetypen, potentiële energieën waar we niets van merken, maar die geac- tiveerd worden onder onze aandacht. Zo herkennen we het ar- chetype dat wij God noemen en dat van zijn Zoon en van de Wereldmoeder. Maar ook de duivel is een archetype, evenals de schaduw en de vrouwelijke ziel in de man alsmede de man- nelijke ziel in de vrouw. In het dagelijkse leven spelen wij rollen die bij onze status passen en het daarbij behorende masker is het archetype van de Persona, terwijl de Oude Wijze Man een inwonende ener- gie is die zich hult in de gedaante van de Leraar, de Goeroe, de onderwijzende Zoon in het Nieuwe Testament. Uiteindelijk rust in de diepte van het collectieve onbewuste ook het Hoger Zelf, de sluimerende energie van de doorbrekende ik-begren- zing die ons vrij maakt van beperkingen en ons plaatst voor de onbegrensdheid van het geestelijke leven. Jung leerde de noodzaak van individuatie, de zelfverwer- kelijking. Confrontatie met de inhouden van het onderbewust- zijn, alsmede het persoonlijke en collectieve onbewuste bleek in de jaren van praktijkervaring het panacee voor diverse psychische kwalen. Confrontatie met onze tekorten, onze conflicten en onze trauma’s was ook wat ons overkwam in de krochten van de pi- ramide. De inktzwarte donkerte van de diepste gangen en de onderaardse kamer zetten aan tot zelfbespiegeling, en alle verdrongen herinneringen, gevoelens en gedachten uit het ver- leden verrezen in het nu en actualiseerden zich voor het gees- tesoog van de geïmponeerde kandidaat. Juist door confrontatie bereikte de ingewijde het omslagpunt. Duivels en demonen transformeerden in hulpvaardige engelen en de opstijgende lijn kon worden opgevat en voortgezet. 14 Reflectie 2(3&4), december 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=