Reflectie2(3&4).vp
Groei en Metamorfose van de godsdienst Ben Fisser Overzicht van heiligdommen in de tijd gezien Natuurvolken – en de gehele mensheid was ooit “natuurvolk” – hebben hun contact direct met de wezens achter de zichtbare wereld. De open natuur is hun tempel. De relatie met steen, plant en dier komt gedurig tot uiting in het geheel van hun da- gelijks handelen. Eigenlijk is er van religie geen sprake, omdat de banden met de geesteswereld nooit verbroken zijn geweest. Bij een groter bewustzijn van zijn aanwezigheid op aarde, een sterkere verbondenheid met de materie, ontstaat afstand en ook een ander bewustzijn van de planetenwereld en de sterren- wereld. Die werelden worden nu als het ware buiten de mens waargenomen. Men maakt zich een afspiegeling ervan op Aar- de met behulp van gigantische stenen – megalieten – waardoor een bepaalde cultusplek ontstaat. Denk aan Stonehenge en de vele alignements en dolmen in Bretagne. Er ontstaat een ordening onder de mensheid. Pharao’s, waarvan de eersten zeker “go- denzonen” waren, gaven lei- ding aan het volk en gaven mede vorm aan een dienst aan de goden – een godsdienst. Zij waren vertegenwoordigers van de godheid en vervulden de rol van Koning, Hoge- priester en Profeet. Het was een gecompliceerde cultus, waarin leven en dood een grote rol speelden. Waar men bewust tegenover deze twee poorten kwam te staan. De tocht vanuit de daltempel, via de overdekte weg omhoog naar de doden- dan wel vereringstem- pel die tegen de piramide aanstond, geeft een beeld van de le- vensweg van de mens. De speciale bouw van die daltempel, die je via een toegangspoort betrad, was zó, dat je je direct door de hoge, smalle ruimte kon uitstrekken. Verderop ging je door een lagere maar vooral langere gang verder, waardoor voor en achter werd benadrukt. Ten slotte kwam je in een bre- de ruimte, waarin je je armen opzij kon uitstrekken. De mens was geboren in zijn driedimensio- nale leefruimte. In de godentempel van het Mid- den- en Nieuwe Rijk, vinden we eigenlijk de natuur terug. Binnen de kolossale muren is een voorhof, waarvan het dak wordt gedragen door zuilen die zonder twijfel af- beeldingen zijn van bomen. We zien palmzuilen, bundels papyrus en lotuszuilen. Het eigenlijke hei- ligdom begint bij de voorhal, waar- in zuilen verdeeld over de ruimte staan. Je kunt gemakkelijk door dat woud van zuilen lopen. Verderop is een zaal waar de “bomen” dichter 18 Reflectie 2(3&4), december 2005 Er zijn verschillende wegen waarlangs je groei kunt aantonen. Het onderwerp dat je wilt onderzoeken is bepalend voor de weg die je kiest. Vaak is de weg van het beschouwen van metamorfose een vruchtbare. Zo is het bij de groei van planten uiterst interessant om de bladvorm ervan, van beneden naar boven langs de stengel, naast elkaar te leggen. Ook bij dieren zou je hun metamorfose kunnen onderzoeken, en dan gedurende hun evolutie. Bij de mens is de metamorfose tijdens zijn embryonale ontwikkeling zeer bijzonder. Bij de groei van de mensheid zou je misschien zijn metamorfose kunnen aflezen aan de producten die hij in zijn bestaan heeft achtergelaten. Gaan we er vanuit dat de mens in een oerstadium heel erg nauw met de goddelijke wereld was verbonden, dan lijkt het zinvol om te zien hoe de plaatsen waar hij het meest intieme contact met die wereld had, zich hebben ontwikkeld. In deze tekst beperk ik me vooral tot de groei, of de ontwikkeling, of de metamorfose van de ruimten waarin de mens van de zgn. westerse cultuur zijn goden zoekt en ontmoet. En hoewel ook de oosterse volken daar invloed op hebben gehad, zal ik dat niet in deze bespreking opnemen. Verder besteed ik enige aandacht aan een scholingsweg, ooit verbonden aan de kathedraal van Chartres, als typisch groeimo - ment in de innerlijke ontwikkeling van de mens binnen het westerse cultuurgoed. stonehenge
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=