Reflectie2(3&4).vp

op elkaar staan; het wordt moeilijker om er door te gaan. Het Allerheiligste is slechts door een zeer smalle toegang te bereiken; en wel uitsluitend door de priesters. In Griekenland vinden we tempels waarvan de zuilen aan de buitenkant do- minant zichtbaar zijn. Er is een wat klei- nere voorhal en daarachter, onder het dak dat door de buitenste zuilen wordt gedra- gen, vinden we een ommuurde ruimte die vrij toegankelijk is, en die binnen, zoals in de Egyptische tem- pels, ook weer zuilen heeft. In die ruimte vinden we het beeld van de godheid die vereerd wordt. Buiten, boven de ingang, in het tympanon – de driehoek boven het vierkant, symbool van de volledige mens – zien we belangrijke gedeeltes van de ge- schiedenis van de streek; ook goden en halfgoden hebben in de driehoek – de zielenwereld dus – hun plaats. Heilige hande- lingen spelen zich voornamelijk binnen af en de bevolking kon, zij het op afstand, getuige zijn. In het Romeinse rijk verschilden de tempels aanvankelijk weinig van die uit Griekenland; over en weer werkten Griekse en Romeinse architecten. In Rome begint de decadentie zicht- bare vormen aan te nemen. Religieuze handelingen werden in het staatsbestel opgenomen en kregen een “automatisch”, “mechanisch” karakter. Politiek en handel kregen onderdak in de zeer dich- te nabijheid van de tem- pels (zie het Forum Romanum te Rome). Het Christendom be- gint zijn invloed op de kerkbouw te laten gelden, als de keizers dit geloof als staats- godsdienst proclameren. Oude tempels worden heringericht en waar nodig verbouwd. Pantheon Omdat de eredienst van de Christenen haar brandpunt heeft in de herbeleving van het Laatste Avondmaal, zien we dat de be- weging van het gelovige lekenpubliek verder het gebouw in gaat. De priester heeft het volk nodig om de uitwisselingscere- monie met brood en wijn uit te voeren. De afbeeldingen van het leven van Christus, maar ook de- len uit de geschiedenis van het Oude Testament vinden we aan de buitenkant van de toegangspoorten. De kruisvorm van de Gotische kathedraal benadrukt het christelijke en geeft in praktische zin de nodige ruimte voor de kroning van staatshoofden. Ten oosten van het dwarsschip be- vindt zich, afgesloten door het koorhek, het hoogkoor met daarop het altaar. De priester houdt, in tegenwoordigheid van de kerkge- meente, de dienst en laat haar deelnemen aan de ceremonie van het Lichaam en Bloed van Christus; één Persoon van de Drie-eenheid, waaruit de Enige God bestaat. De ontwikkelingsweg van leek tot belijder, speelt zich in het gebouw af; nadat hij door de poort en daardoor als het ware door de voorgeschiedenis is binnengegaan. Via de crypte met Onze Lieve Vrouwe, de buitenzijden van het middenschip met hun le- ringen in de gebrand- schilderde ramen en het middenpad met zijn laby- rint, vindt men ten slotte het altaar, waaraan men kan deelnemen aan het Lichaam van Christus. De kathedraal zou op zich al onderwerp van studie kunnen zijn; hier wil ik me beperken tot het groeiaspect. In het kader van de groei van het bewustzijn van de mens, laat de tijd waarin de grote kathedralen werden gebouwd zien hoe het verleden ( Egypte, Griekenland en Rome ) wordt samengetrokken met het heden; een christelijk heden. Het levert een fraai staaltje van methodisch en didactisch inzicht, een meesterlijk inzicht bo- vendien in hoe een mens “in elkaar zit”. Een momentopname tij- dens de groei, zou je misschien kunnen zeggen. School van Chartres De kerk van Chartres werd gebouwd op de fundamenten van een oud Druïdisch heiligdom, met zijn bron en heilige eik. Daarvan getuigt nog de kroon van het beeld van de Jonkvrouw in de crypte, waarvan de spitsen getooid waren met eikenbla- 19 Reflectie 2(3&4), december 2005 Karnak

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=