Reflectie2(3&4).vp

deren. Er is een gravure uit de zeventiende eeuw van dit beeld, dat door de Jakobijnen aan het eind van de achttiende eeuw is verbrand. Begin elfde eeuw was Fulbert bisschop van Chartres. Hij stichtte de kloosteracademie , waarin twee eeuwen lang pla- tonisch – christelijke leringen werden onderwezen. Dit is een interessant ge- beuren. Voorbereid door Kelti- sche mysteriën, ontstaat een christelijke esoterische stro- ming, die zijn verdieping ba- seert op de oude filosofie van Plato en zijn navolgers, die op haar beurt weer in het oude Egypte wortelt. In de Middeleeuwen vormden de studie van de zeven vrije kunsten het uitgangspunt van alle onderwijs, dus ook in Chartres. Zij werden verdeeld in een Trivium – grammatica, retorica en dialectica – en een Quadrivium – aritmetica, geometria, musica en astronomia. De wetenschappelijk inhoud van elke kunst lag vast. De methodische benadering van iedere leraar was vrij . Een magis- ter gebruikte bij zijn onderricht altijd het standaardwerk van Martianus Capella , getiteld: “de nuptiis Philologiae et Mercu- rii”. (over de bruiloft van Philologia en Mercurius ). Deze Martianus – een tijdgenoot van Augustinus en even- eens afkomstig uit Noord Afrika – was niet met het Christen- dom in aanraking gekomen. In dit werk worden de kunsten door zeven hemelse jonkvrouwen onderwezen. Wij zouden misschien zeggen: de zeven geesten voor de Troon, of de ver- tegenwoordigers van de zeven stralen . Bij het beoefenen van elk van die kunsten, ontwikkel je telkens een deugd. In het westportaal vind je boven de rechter deur deze jonk- vrouwen. Bij elk van hen is een geleerde afgebeeld die ver- bonden is met haar kunst. Het is opmerkelijk dat deze verdeling in trivium en qua- drivium parallel loopt met de Griekse tempe- lingang, waar de driehoek – het tympanon – boven de toegang – het vierkant – staat. Trivium Grammatica is de oudste jonkvrouw, zij komt uit Egypte . Door haar kunst wordt vooral vormkracht ondersteund. De bijbehorende deugd is Rechtvaardigheid . Zij wordt vergezeld door Donatus ( een Romein ). Retorica is een jonkvrouw met rijzige gestalte, vol zelfvertrouwen, gekleed in een wapen- rust- ing; eigenlijk lijkt ze op Jupiter, die zijn donder en bliksem doet rollen. Zij schildert met woor- den en beelden. Zij brengt een grote innerlijke beweeglijkheid. De deugd die men ontwikkelt is de moed . Zij wordt vergezeld door Cicero , (een Romein). Dialectica heeft een bleek gezicht met een scherpe blik. Zij is in Egypte geboren, maar opgevoed in Griekenland, in de school van Parmenides. Na gemene roddel trok ze zich terug en wijdde zich aan Socrates en Plato. Alanus ab Insulis, een groot leraar van deze school, zag haar echter meer als jonkvrouw Logica. Daarom wordt zij met Aristoteles afgebeeld. De bijbehorende deugd is wijsheid . Quadrivium Aritmetica draagt de mantel die de veelheid van de natuur openbaart; haar onderkleed is erg ingewikkeld. Van haar hoofd gaat een lichtstraal, die zich splitst, waardoor een tweede ontstaat; vervolgens een derde en zo verder tot en met een tiende straal. Vervol- gens combineren die stralen zich tot twee-, drie-, vier- en meervouden, die toch ten slotte weer een eenheid vormen. Zij wordt vergezeld door Boëthius , een Romein . De deugd die zij wekt is gematigdheid . Geometria wordt door Martianus met Pallas Athene vergeleken, die zorg draagt voor het behoud van samenhang tussen de kosmische intelligentie en de aardewetenschappen. Het gaat haar om de verhoudingen tussen vlakken en ruimtes, op zichzelf en onderling. Haar metgezel is Euclides en de deugd is de hoop . Musica is edel van gestalte. Haar hoofd en kleding zijn bedekt met goud en sieraden, die bij elke stap helder tinkelen. Zij draagt kleine gouden instrumentjes. Op haar schild draaien cirkels, die als tonen klinken en al bewegende een symfonie laten horen. Pythagoras vergezelt haar. De studie van haar kunst brengt de student tot liefdadigheid . Astronomia ten slotte, verschijnt in een bol van hemels licht. Om haar heen bevinden zich de planeten, die het lot van de mens beïnvloeden. Haar kleding is versierd met edelstenen. Zij houdt een sextant en een tabellenboek vast. Haar metgezel is Ptolemaeus ; de deugd die Astronomia wekt is de trouw . Het is boeiend om te weten hoe een student uit die tijd worstelde met deze gegevens. Hoe anders dan in deze tijd werd omgegaan met b.v. getallen. Niet als kwantificerende grootheden, maar als een weg waarop je je kunt ontwikkelen, omdat ze afspiegeling- en zijn van aspecten van het scheppende Principe. Ook wordt duidelijk hoe een balans kan worden verkregen door de deug- den te bestuderen in samenhang met de ondeugden. 20 Reflectie 2(3&4), december 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=