Reflectie2(3&4).vp
tot de Babylonische ballingschap en van de ballingschap tot en met Jezus. Opvallend is, dat bij Lucas van de 77 namen er veertien opeenvolgende met die van Mattheus overeenstem- men, namelijk de namen van Abraham tot David. Jezus geldt als een loot uit de stam van David, en deze koning verdient dus een vooraanstaande plaats in de geslachtslijsten van Jezus. Nu blijkt dat de naam David in totaal een letterwaarde heeft van veertien (Dalet =4, Waw=6 en Dalet=4). Veertien blijkt ook het getal van de naam ‘Elohim’ (1+3+5+1+4=14), de meervou- dige entiteit die in Genesis zo’n grote rol speelt in het schep- pingsproces. Ons mag dat nogal kunstmatig voorkomen, maar voor de vroegere Joden was dit feit kennelijk belangrijk. De veertien ontleent zijn belang aan het feit dat het een veelvoud van zeven is. Het getal zeven beheerst, sterker nog dan de twaalf, het gehele bijbelse systeem. Helene Blavatsky heeft er in “De geheime leer” op gewezen dat ieder zevenvoud in werkelijkheid een veertienheid is, omdat de zeven twee aan- zichten heeft. Aan de hand van de schepping in zeven dagen is dat heel goed te begrijpen. In principe is schepping een invo- lutie, een invouwing en inwikkeling van de oergeest in steeds dichtere substantie. Onvermijdelijk volgt hieruit de evolutie van het geestelijke in eveneens zeven fasen, de ontwikkeling of verlossing, ook wel de verrijzenis genoemd, uit de materie. De veertien draagt dus het beeld in zich van involutie en evo- lutie, de spirituele grondslag van het bestaan. Mattheus beperkt zich niet tot de enkele veertien. Hij verd- rievoudigt dit getal naar analogie van de 42 halteplaatsen van de Exodus. De hypothese dat Mattheus met de 42 namen van het geslachtsregister de ontvouwing van het bewustzijn als richtlijn nam, ligt voor de hand. De lijst van Lucas echter omvat 77 namen, die, inclusief de Naam van God, verdeeld is over elf groepen van zeven namen. Opnieuw duikt de veelzeggende zeven op, maar nu in combi- natie met de elf, een hoekgetal met de betekenis van ‘onzelf- zuchtig dienen", een duiding die aansluit bij het optreden van Jezus in de wereld. Van Jezus terug tot aan de ballingschap zijn het driemaal zeven geslachten, van de ballingschap tot David eveneens driemaal zeven geslachten, van David tot Abraham tweemaal zeven geslachten en ten slotte van Abraham tot Adam zien we weer driemaal zeven geslachten. Tussen de opgaven van Mattheus en Lucas bestaat honderd procent overeenstemming met betrekking tot de veertien na- men tussen David en Abraham. Maar tussen David en de bal- lingschap verschillen alle namen. Op twee na! Deze twee namen zijn Sealthiel en Zerubabel. Nu is het merkwaardig dat deze twee namen in de lijst van Lucas (tussen David en Jezus) precies de rij van 42 namen doormidden breken. Sealthiel is de onderste van de eerste 21 namen en Zerubabel de bovenste van de tweede 21 namen. Hieruit zou een bepaalde systematiek in de opstelling van de namen kunnen blijken. Bewustzijnsgroei De laatste 42 namen (van de 77) bij Lucas werden kennelijk welbewust onderverdeeld in tweemaal 21. Dit getal, 21, be- staat uit de cijfers 2 en 1 en deze getallen staan voor de ge- fragmenteerde wereld (2), waarin wij gewend zijn te leven, en de 1, het teken van de goddelijke wereld, waar ongebroken eenheid heerst. De evolutiegang van de dualiteit naar de een- heid blijkt het hele mystieke Joodse denken te doortrekken. Nu zal de betekenis van de namen Sealthiel en diens zoon Zerubabel deze uitkomst nog moeten verduidelijken. Sealthiel betekent letterlijk ‘Ik heb aan god gevraagd" en staat voor het gelouterde ego, dat het goddelijke in zichzelf tot bewustheid heeft opgewekt. Zerubabel met als letterlijke betekenis “het verjagen van de waan”, is de werking van het hogere bewust- zijn zelf. Bij deze geslachtsnamen draait het kennelijk niet om een precieze opgave van de geslachtsnamen, maar om het kwalitatieve proces van opwekking, de verrijzenis in het men- selijke bewustzijn. Overigens is het interessant om de betekenissen na te gaan van de namen die de geslachtslijsten bevolken. Enkele voor- beelden volstaan om aan te tonen dat het hier, net als dat met de 42 halteplaatsen van de Exodus het geval is, gaat om be- wustzijnsprocessen, uitgedrukt in de namen van Jezus’ voor- vaderen. Neri, de vader van Sealthiel, duidt op de versnelde opkomst van het geestelijke licht in het bewustzijn. Diens va- der Melchi (nog steeds in de lijst van Lucas), staat voor de wilskracht die het goddelijke licht opwekt. Addi, de vader van Melchi, is het sieraad van de ziel, de ontwakende geest der waarheid. Zo kunnen we aan de hand van de namen stapsge- wijs de ontvouwing van het bewustzijn volgen. Bij Mattheus heeft Sealthiel een andere vader, namelijk Jechoniah, wiens naam staat voor de “Ik ben”-gestalte van God in de mens die de Wil van God in het menselijk bewust- zijn laat doorstralen. De inspiratie om het goddelijke plan tot uitvoering te brengen is de betekenis van de naam Josiah, die volgens de Mattheus-lijst de vader van Jechoniah is. Na Zeru- babel bij Mattheus komt Abiud, wiens naam verkondigt dat God de ware lof en majesteit is. Zo kan ook onderzocht worden of de geslachtsnamen die bij Lucas aan Abraham voorafgaan, overeenkomstig onze vermoe- dens, een beeld geven van de involutie, de inwikkeling van de geest in de stof, hetgeen een beperking van het oorspronkelijke bewustzijn inhoudt. Inderdaad betekent een naam als Peleg “scheiding in tweeën’ en staat Nahor voor ‘boosheid en passie’. Arpachsad vertegenwoordigt, als weerklank van de astrologie, het geloof dat God zijn woonplaats buiten de mens heeft. In deze rij van stamvaders tussen Adam en Abraham (bij Lucas) treffen we ook Noach aan, wiens naam in verband staat met de zondvloed, en Henoch, die als leraar de herinnering aan het in de stof wegzinkende goddelijke bewustzijn levend wil houden. Mattheus geeft het hele proces van verlossing uit de onwetendheid weer, terwijl Lucas ook duidelijk de inda- ling, de omsluiting in het bewustzijnsduister aan bod liet ko- men. Dit gebeurt langs de in die tijd gebruikelijke weg van mysterienamen en getalssymboliek. De neergang begon bij de nog onstoffelijke Adam Kad- mon, het idee van eerste mens, aan de vooravond van zijn in- trede in de kringloop van goed en kwaad. Volgens Joods inzicht nam de opgang een aanvang bij het optreden van de aartsvader Abraham. Dat oude, voor ons nauwelijks meer waarneembare begrip, weerspiegelt zich in de door Mattheus en Lucas tussen zeventig en negentig na Christus opgestelde naamlijsten. 23 Reflectie 2(3&4), december 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=