Reflectie2(3&4).vp

Het donkere licht bij Johannes van het kruis Lambért de Kwant God als duisternis. God die zelf nacht is. Donker licht… Be- kende begrippen bij Johannes van het Kruis. In dit artikel gaat Lambért de Kwant in op de betekenis van deze donkere nacht van de ziel en het innerlijke licht. In deze donkere dagen voor Kerst is het goed te weten dat 26 december het feest van het Licht is; ons eigen licht… Wat mij frappeert, is dat Johannes van het Kruis in de grootst mogelijke ellende zijn treffendste werken schreef. Jo- hannes werd door zijn ‘medebroeders’ opgesloten in een donkere cel. En daar in dat stinkende, smerige, donkere hol schreef hij zijn Geestelijk Hooglied. Johannes van het Kruis is vooral bekend geworden door zijn beschrijving van het mys- tieke proces als een ‘donkere nacht’, het ervaren van wat hij noemt het ‘donkere licht’. Hij moest door de nacht van de ziel, om zijn Geestelijk Hooglied te kunnen schrijven. De duister- nis ervaren om het licht te ervaren. Johannes van het Kruis kende pseudo-Dionysius – die God als duisternis beschreef – al uit zijn studententijd. Hij kende ook het bijbelse beeld van de donkere wolk. Hij gebruikte deze beelden op een wel zeer originele, ontroerende wijze: een heel donkere nacht die God zelf is, maar ook een psychisch gebeu- ren. Je ziet niets, ervaart niets dan donkerte. Je verliest dat waarnaar je verlangde; vroomheid en godsbeelden zeggen niet veel meer; de zin van het leven ontgaat je; en ook bidden lijkt een zinloze bezigheid. In deze volslagen duisternis kun je erva- ren, dat je geleid wordt door een donker licht van binnenuit. Donker licht, sta daar eens even bij stil Het lijkt een paradox, maar we kunnen ook spreken van het licht van onze schaduw. Die donkere nacht is een beeld voor de complete werkelijkheid waarin je terecht kunt komen, die door God naar de vereniging met hem wordt geleid. Eigenlijk is Johannes van het Kruis heel eigentijds als hij zegt, dat we allerlei zelfgemaakte godsbeelden moeten loslaten. Eeuwen la- ter zou Krishnamurti hetzelfde zeggen. In die donkere nacht is het frustrerend te merken dat de tot nu toe zo vertrouwde reli- gieuze vormen en godsbeelden wankelen. Zelf verkeer ik in een fase waarin ik alle spirituele overtuigingen loslaat, over- tuigingen gevoed door derden, door boeken, zonder alles zelf te ervaren. Wel ken ik de ervaring van de donkere nacht, een lange, lange tunnel, waarin alle overtuigingen en godsbeelden geen zier helpen: je bent alleen in een tunnel waarin je geen hand voor de ogen ziet. God is afwezig, maar is aanwezig in Zijn afwezigheid. Hij is de Wezer. Dit is de ultieme ervaring: God ervaren in Zijn afwezigheid. Het blijft donker, maar met dit innerlijk weten en ervaren kan ik verder in die reis door de tunnel, waaraan geen eind lijkt te komen, maar waarin heel in de verte een licht opdoemt. Bij Johannes van het Kruis is God zelf ook nacht, omdat onze ogen hem als verblindend licht niet kunnen vatten. Hij identificeert het schouwen in de nacht met de nacht. En dan niet gedurende een bepaalde periode in ons leven; ons hele le- ven van ons schouwen staat in het teken van de pikdonkere nacht. Het begrip levensbeschouwing is hier dan ook op zijn plaats: het leven beschouwen, en wie de passieve, door God bewerkte nacht aanvaardt, dus loslaat wat je is ontnomen, mag in die nacht de vereniging met God ervaren. De nacht van de zinnen, de nacht van het ego? Het hoort bij de fase van de be- ginnende klimmer op de berg, de nacht van de geest bij men- sen die de berg Karmel al verder bestegen hebben. En het is die laatste nacht die de eigenlijke nacht is, waarin de loutering van onze begeerte en zinnen plaats kan vinden. Depressie als weg van wijding Het is net zoals die blinde jongen die succesvol geopereerd werd, maar toch niet kon zien, omdat hij vanaf zijn prille begin niet had ‘leren zien’. Licht en ogen waren niet voldoende om hem te laten zien. Het licht dat door de nu heldere pupil van het oog naar binnen viel, riep geen echobeelden van binnenuit op. Het gezichtsvermogen van het kind begon als een hol, stil en duister en beangstigend soort zien. Het daglicht wenkte, maar in de gretig opengesperde ogen van de jongen was geen geestelijk licht om het te beantwoorden. Het licht van de natuur en dat van de geest vervlechten zich in het oog en scheppen samen het ge- zichtsvermogen. Toch is elk licht afzonderlijk mysterieus en donker. Zelfs het helderste licht kan zich aan ons gezichtsver- mogen onttrekken. Velen zijn op zoek naar verlichting, terwijl ze al ‘verlicht’ zijn, maar kunnen niet bij hun innerlijke licht ko- men. Ze moeten vaak eerst door die donkere nacht van de ziel om bij dat licht te komen. Wat je bij depressies ziet, is dat som- migen niet in staat zijn bij dat licht te komen. De Russische schrijver Dostojevsky tekent wel een heel triest beeld van een man die zich heel bewust voor het licht afsloot. Hij beschrijft in zijn roman “ De demonen” het trieste ver- haal van de hoofdpersoon Kirolev, die zijn huis totaal afsluit voor het licht, alle deuren, ramen en kieren waar ook maar een spatje licht doorheen komt. In die zwarte donkerte kunnen dan de poorten van beneden zich openen om de demonen binnen te laten. Kirolev sluit zich af voor het licht en maakt een einde aan zijn leven. Dostojevsky spreekt van demonen, maar het is Kiro- lev zelf die zich afsluit voor zijn innerlijke licht. We kunnen niemand en wat dan ook buiten ons de schuld van iets geven. Voor anderen is een depressie vaak een weg van inwijding; de donkere tunnel, de donkere nacht als inwijdingsweg. Men- sen met een bijna-doodervaring maken ook die reis door de donkere tunnel waar aan het eind het Licht gloort. Prachtige metafoor. De duisternis die licht is. Opmerkelijk bij Johannes van het Kruis is ook het begrip ´doorheen gaan.` Je gaat ergens doorheen en er wordt mee be- doeld, dat het gaat om een vrij lang proces en geen new age- stoomcursus, waarin je, vaak tegen betaling van veel geld, in vrij korte tijd verlicht zou kunnen worden. Het gaat echter om een proces van veel pijn en moeite, waarin de oude mens, zoals hij dat noemt, sterft en waarna de vereniging met God kan plaatsvinden. Door dit vage innerlijke kompas vervallen we niet, zoals Kirolev, tot wanhoop en komen we er doorheen . Deze nacht is iets wat we 25 Reflectie 2(3&4), december 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=