Reflectie2(3&4).vp
“Leer ons dat woord te verstaan” Peter O. Baaij “Waarheen spoedt gij u, mensen, dronken als gij zijt? Gij hebt de onversneden leer der onwetendheid uitgedronken, maar gij kunt die niet verdragen en staat alweer op het punt hem uit te braken. Komt tot uzelf en wordt nuchter! Ziet op met de ogen des harten, en als gij het niet allemaal kunt, dan tenminste de- genen die daartoe wel in staat zijn. Want het kwaad der onwe- tendheid overstroomt de gehele aarde. Daardoor gaat de ziel die in het lichaam opgesloten zit, met het lichaam te gronde, zonder dat zij de gelegenheid krijgt de havens van het behoud binnen te lopen. Laat u daarom niet meesleuren door de sterke stroom, maar maak gebruik van een tegenstroom. Loopt de haven van het behoud binnen, gij die in staat zijt deze te bereiken! Zoekt een gids die u de weg wijst naar de poort van de Gnosis. Daar is het stralende licht, dat vrij van duisternis is. Daar is nie- mand dronken, maar zijn allen nuchter en houden zij de blik des harten gericht op Hem die gezien wil worden. Want men kan hem niet horen, noch met woorden beschrijven, noch met de ogen zien, maar alleen met de geest en het hart.” uit: Corpus Hermeticum In de verwarrende periode van 2003, voorafgaand aan de ui- teindelijke keus van onze Kerk om zelfstandig verder te gaan, had ik heel tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds de Kerk (en de vrienden daarin) niet in de steek te willen laten en anderzijds het weten ook los te kunnen laten. Twijfels ontstonden, maar ook het vertrouwen steun te ontvangen van de innerlijke we- reld. Dat vertrouwen en de kracht van het Licht leidde uitein- delijk tot mijn consecratie op 16 mei 2005, in volle overgave. Dan volgt de vraag: “Wat is je missie in het bisschopsambt in de Vrij-Katholieke Kerk?” Er komt een beeld in mijn gedachten van een grote ballonachtige vorm boven mijn hoofd, een wereld gelijk, zoals Atlas de wereld op zijn nek draagt. In deze wereld is al het weten en al het bestaan aanwezig en is alles mogelijk. Ik denk hierbij aan de woorden in Genesis 18: 1-15; hierin wordt gesproken over de komst van drie man- nen bij Abraham, en Abraham spreekt hen aan als ‘één Heer’. Deze Heer verkondigt de oude Sara, dat zij binnen een jaar een kind zal krijgen. Verrukt over dat wat zij hoorde zeggen, geloofde zij het desondanks niet. Waarop de heer zegt: “Is er ook maar iets voor de heer onmogelijk?” Met dit beeld kijk ik naar mijn missie. In de geest van het hierboven aangehaalde traktaat uit ‘Corpus Hermeticum’, richt ik mij op de in mijn verbeelding gestelde vraag: ‘Zijt Gij dronken’ (onwetend) of zijt gij de ‘haven van het behoud’ binnengelopen (in alle vormen van bevrijding tot rust gekomen) Het krijgen van het inzicht (“Is er ook maar iets voor de heer onmogelijk?”) zal zijn als het druppelen van de ogen; eerst is het zicht wazig, maar na verloop van tijd wordt het helder. Ik zie mijzelf niet ‘dronken’ , maar ben ook zeker (nog) niet de ‘haven van het behoud binnengelopen’ . Het is als de reis die wij mensen maken naar de essentie van het Onnoembare dat ín ons is. Vervolgens die essentie van het Onnoembare vorm te geven in denkbeelden en woorden. De mensheid is daar van meet af aan mee bezig. Deze reis is in de wereld om ons heen vormgegeven. “…Leer ons dat Woord te verstaan, dat in de mysteriën van ons geloof en door de schepselen van deze wereld tot ons ge- sproken wordt. Open onze harten voor elkaar! Want wij wensen niet slechts te horen, maar met elkaar de grondslag te leggen voor de gemeenschap met Uw Zoon. Door U, o Moeder Gods!” Onze Kerk leert ons te luisteren naar wat de innerlijke we- reld en de buitenwereld (de mensen om ons heen en álles wat daarmee verbonden is) aanreiken; luisteren met ons Hart. Ik ben mij bewust, dat ons vele signalen worden gegeven. Nog steeds kijkt de mens veel naar ‘buiten’; en heeft daardoor weinig aandacht voor het ‘binnen’; voor de innerlij- ke wereld. Dit is o.a. een deel van die missie: gelegenheid te geven aan de ervaring van innerlijke bewustwording. De wereld om ons heen laat ook zien dat het vooral in onze Westerse wereld ontbreekt aan devotie. Devotie is de kracht van het ‘zich ten dode wijden’ . De diepere betekenis van het woord devotie is het ‘aan God als offer beloven’ . Dood is als het nieuwe leven. Dat nieuwe leven aan God wijden. Ook dat is een deel van de bisschoppelijke missie. Daarnaast: aandacht voor de kracht van het Woord. De mystieke ervaring in de mondelinge overdracht, in woorden, tot uitdrukking te brengen is het bewustzijn van de oorspronk- elijke vorm van communicatie. De woorden die in dit artikel zijn opgeschreven zijn dode woorden. Zij komen pas tot leven, als zij gesproken worden van mens tot mens. Onze gehele energiehuishouding, o.a. de energie van aura en chakra en, afhankelijk van ons bewustzijn, de energie van engelen, is aanwezig in de kracht van de woor- den die worden gesproken. Zo haalt de mens de oorspronkelij- ke kracht aan. Het werken en leven vanuit de kracht van de Liefde en Wijsheid is een essentieel beginsel voor de nieuwe tijd. Dit verbindend element is kenmerkend en nodig. Immers de krachtenstromen van zowel het oude als het nieuwe zijn hierin vertegenwoordigd. Vanuit die gedachte mag o.a. het vrouwelijke priesterschap geen doel op zich zijn. Vrouwen tot priester wijden … alleen omdát ze vrouw zijn, verwordt dan tot iets cosmetisch. Het doet geen recht aan het innerlijke priesterschap. Dat innerlijke priesterschap wordt nog eens benadrukt, wanneer het wordt beschouwd vanuit de leer van de reïncarnatie. Uit de ervaring van vrouwen én mannen in het priesterschap zal een nieuw 29 Reflectie 2(3&4), december 2005
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=