Reflectie3(1).vp

geniale uitvindingen. Genie of genius betekent geest. De Grieken kenden de Muzen, vrouwelijke wezens, die hun grote mannen inspireerden. De Noormannen noemden hen “fylgia’s” (degenen die de mens volgen) of “Walkyriën” (de- genen, die de helden uitverkoren). In de volgende analyse wil de autrice proberen de relatie tussen het principe mannelijk–vrouwelijk. te duiden. De plaats waar de schepping zou ontstaan, Ginungapap, (dit is oud-Noors en betekent: de gapende leegte) zoog iets aan. Het was een soort inademing; kracht stroomde erin. Maar in de loop der tijden waren twee tegengestelde krachten ontstaan: de warme en de koude wereld. Hier maken wij de eerste schei- ding mee. De ene pool hiervan was de positieve en de andere de negatieve pool. Uit de spanning die tussen deze wee polen ontstond, kon de verdere schepping voortgang vinden. Span- ning, dynamiek of kracht is nodig om ook maar iets tot stand te brengen. Zolang er harmonie of evenwicht is, gebeurt er niets, maar zodra er iets komt, dat in deze harmonie een split- sing teweegbrengt, gaat er iets gebeuren. Het vrouwelijke, har- monie, schoonheid, rust, wordt verbroken door de komst van het mannelijke. Dat brengt “leven in de brouwerij”. Er komt iets nieuws bij. En wat is dat? Het is de derde kracht, het kind. In het geval van het scheppingsverhaal zoals beschreven in de Edda, is het eerste wezen in de schepping het oerwezen Audumbla. Dit oerwezen was tweepolig, een soort poort, waar de scheppingskracht doorheen stroomde. Uit het bovengedeel- te van dit wezen zijn de Asen ontstaan, uit de werkzaamheden van het ondergedeelte de oerreus, Ymir. (de namen worden geacht bekend te zijn na lezing van het gehele artikel.) In deze fase van ontwikkeling zijn wij nu reeds door drie gebieden of lagen heengegaan: 1 het gebied van de éénheid vóór de schepping; 2 het gebied van de tweeheid, de paren van tegendelen, en wij bevonden ons nu in 3 het derde gebied, dat van het kind. Het blijkt, dat ook dit kind weer een poort is. Uit zijn bovengedeelte ontstaat de Aas, dat is het voertuig of ge- reedschap van de scheppingskracht; uit zijn onderste gedeelte Ymir, dat is het materiaal waaruit geschapen kon worden. Ymir was nog slapende en terwijl hij sliep, deelde hij zich op in een hoger en een lager gedeelte, de Wanen en de Reuzen. Op dit derde scheppingsgebied ontmoeten wij drie principes: (1) dat van de Asen; (2) dat van de Wanen, en (3) dat van de Reuzen. Tot nu toe is er geen scheiding van de geslachten geweest. De wezens kregen uit zichzelf kinderen. Deze scheiding wordt pas zichtbaar in de vierde fase van het scheppingsproces. De Aas Bör, de zoon van Buri, de eerste Aas, had echter een vrouw nodig om kinderen te verwekken. Dit wordt als volgt uitgedrukt: Toen Ymir sliep kwamen uit de lichaamsdampen van onder zijn armen een mooi gevormde man en vrouw tevoorschijn . Hier horen wij voor het eerst spre- ken van een man en vrouw. Maar wij zijn hier nog niet op stoffelijk gebied, dus is er hier spreke van het principe , dat pas in de volgende fase wordt verwerkelijkt. Wij gaan verder met het verhaal en belanden nu in de vier- de fase, het scheppen van het stoffelijke gebied. De derde ge- neratie van de Asen, de kleinzoon van Buri, Odin, slaat Ymir neer in het. midden van Ginungagap, maar pas nadat hij af- stammelingen heeft gekregen. Uit zijn armen, de bovenextre- miteiten dus, stammen de wijze Wanen (de wijste van de Wanen was Mimir, de enige die het plan van de Onnoembare kende) en de Nornen, (de spinsters van het lot). Uit Ymirs voeten kwamen de zeskoppige vorstreuzen. Toen Odin Ymir had neergeslagen, verdronken alle kinde- ren voortgekomen uit zijn voeten, behalve één, die geborgen werd op de vloed van bloed, in een uitgeholde boomstam. Dit is de schepping van het vierde gebied, het gebied van vlees en bloed, de schepping van de natuurlijke of sterfelijke wereld. Tot dit gebied worden alleen bepaalde krachten toegelaten. Hier wordt de oervorm, het oerwezen, door het aankomend bewustzijn Odin, uit elkaar geslagen en uit al zijn delen wordt Midgård geschapen, waarbij vele wezens helpen. Al deze we- zens kregen na de volbrachte arbeid hun rijk toegewezen, en zo ontstonden de negen werelden. De Asen bouwden nu hun nieuwe rijk Asgård (de hoogste wereld) als tegenhanger van Heelheim, en op Midgård, dat er net tussenin ligt, plaatsten zij als bewoners en heersers over deze zojuist geschapen wereld het eerste mensenpaar, naar de vorm ven Ymir, het uit elkaar geslagen oerwezen, maar nu heel in het klein en als een gehéél. 12 Reflectie 3(1) voorjaar 2006 I n de Noorse scheppingsmythe is de aarde plat, maar andere mythen verdelen het universum in drie lagen. Asgard, het rijk van de goden, Midgard, de wereld van de mensen, elven en reuzen, en Niflheim, het dodenrijk. De drie lagen waren met elkaar verbonden door de wereldboom Yggdrasill, die met zijn wortels in alle lagen doordrong. Deze gouden armring (ca 900 n Chr) uit Jutland is bewerkt met een patroon dat Yggdrasill symboliseert, de Wereldboom. De enorme es was de as van de werelden van de Noorse mythologie. Odin hing negen dagen en nachten zonder eten of drinken aan de boom om alle geheimen van het universum te doorgronden.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=