Reflectie3(1).vp
Echter niet als één maar als twee wezens, als een paar, met de opdracht om in deze wereld te le- ven en te leren hier de beheersers van te worden. Zij kunnen dit al- leen bereiken in samenwerking met elkaar, omdat zij elkaars “makar” zijn [de man = make, de vrouw = maka. (Van deze stam komt het Nederlandse ‘maken’, ‘gemak’ en ‘makker’)], en samen is het een paar. Wij zien in dit verhaal, dat op Midgård de twee tegenstellingen, die wij reeds op het tweede scheppings- gebied tegenkwamen, nu voor het eerst in twee aparte vormen van el- kaar afgescheiden, verschijnen, met de opdracht om het uit elkaar gesla- gene weer aan elkaar te voegen. Het voortschrijden der tijden wordt in dit verhaal op verschillen- de manieren uitgedrukt. Ten eerste door het groeien van de wereldboom, ten tweede door het elkaar opvolgen van de verschillen- de generaties, en ten derde door het malen van de lichamen der Reuzen op de wereldmolen. Dit voortschrij- den der tijden kunnen wij in dit ver- band zien als de vierde dimensie. Het beeld van de wereldboom als wereldbeeld is in die zin werkelijk geweest, omdat het ons een beeld geeft in vier dimensies. Odin was uit de derde generatie der Asen. Hij is de schepper der werelden, maar ook de leider van de verdere ontwikkelingsgang. Hij heeft vele zonen. Iede- re zoon betekent een eigenschap. De zonen hebben allen een andere moeder. In aanraking gekomen met een bepaalde kracht of weer- stand, moet een eigenschap ontwikkeld wor- den, die deze toestand aankan. Dat is het geboren worden van de zonen van Odin. Deze zonen hebben allen een vrouw. Iede- re Aas heeft zijn “Asynja” (siena = volgen) of zin hebben in, of aanvullen, vol zijn van. Dus iets wat men geheel in zich heeft opgenomen). De Asen nemen dikwijls hun vrouwen uit het Wanengeslacht (Wanadis) of zelfs uit het Alvengeslacht (Alvendis). De mensheid gaat door verschillende tijdperken. Ieder tijd- perk heeft zijn leider, een van de zonen van Odin. In ieder tijd- perk moet een andere eigenschap ontwikkeld worden. Deze dingen worden in dit verhaal uitgedrukt door een huwelijk, twee tegendelen die zich verenigen, met als resultaat het kind. Dit kind gaat weer huwen om met zijn tegendeel weer een kind te krijgen. “Kind” is in het Noors “barn”, dit woord betekent: de- gene die zich van het ene gebied naar het andere geboord heeft. Als wij dit verhaal op de keper beschouwen, dan zien wij, dat de polen op de verschillende gebieden afwisselen, zodat dat- gene, wat in een hoger gebied positief is, in een lager gebied ne- gatief wordt, om op een nog lager gebied weer positief te worden. Dit is hetzelfde principe als in een uurwerk wordt toe- gepast. Een tandwiel dat rechts draait brengt andere tandwielen op gang die links draaien, welke op hun beurt weer andere tand- wielen meenemen in de beweging, die dan weer rechts draaien. Er is een wetmatigheid in de natuur om ons heen en in onszelf. Er is een correspondentie tussen binnen- en buitenwereld. Het heelal, de macro- kosmos, en de microkosmos, in dit geval de mens, die op zijn beurt een macrokosmos is voor de microwe- zens, waaruit hij is opgebouwd. Al deze macro- en microwezens blijken te zijn opgebouwd uit kracht of energie, volgens de wet van harmonie uit een eeuwige wijsheidsbron. Deze kracht uit zich in trillingen, grovere of fijnere. Som- mige zijn zo fijn, dat wij ze niet kunnen waarnemen, zoals gol- ven van ultraviolet licht. Andere zijn te grof, dan dat wij ze kunnen waarnemen, b.v. radiogolven. Toch zijn er ook grote cyclusgangen, zoals van de jaargetijden, de cultuurperiodes op aarde, en de banen van de hemellichamen, die voor ons wel waarneembaar zijn, en voor sommigen alleen als wij er ons voor openstellen. De moderne psychologen hebben geconstateerd, dat een menselijk wezen is opgebouwd uit positieve en negatieve krach- ten. Niet alleen het lichaam, maar ook het innerlijke wezen. C.G . Jung zegt bijvoorbeeld, dat een man positief is op lichame- lijk gebied, negatief op zielengebied en positief op geestelijk ge- bied, terwijl het bij een vrouw net andersom is, n.l. negatief op lichamelijk gebied, positief op zielengebied, en negatief op geestelijk gebied. Negatief betekent hier ontvangend en positief uitstralend. Na het vijftigste levensjaar vindt er volgens Jung een omkering plaats in het wezen; de polen schijnen zich in hen om te draaien. Bij hoog ontwikkelde mensen zien wij dan, hoe de vrouwen actief worden op maatschappelijk gebied en op geestelijk gebied, na deze overgang beleefd te hebben. En bij hoog ontwikkelde mannen zien wij, hoe zij zich ineens ontwik- kelen op zielengebied, in hun gevoelsleven vooruitgaan, gevoe- liger en soms ook kunstzinnig worden. Dit is een bewijs, dat zich in ieder wezen beide krachten bevinden, alleen wordt op een bepaald moment de klemtoon verlegd. Als de klemtoon verandert, verandert ook de uitdruk- kingsvorm. Wij zien ook, hoe het lichaam van een ouder wor- dende vrouw zijn vrouwelijkheid verliest, maar hoe de wijsheid groeit. Bij lager ontwikkelden voltrekt zich deze verandering di- kwijls in negatieve zin. De vrouwen worden op latere leeftijd kritisch en scherp (een heks), de mannen slap en klagerig (een “oud wijf”). Als wij nu de mensheid beschouwen in haar ontwikke- lingsproces, dan zien wij, dat bij de minst ontwikkelde men- sen, de primitieve volkeren, de eenpoligheid het sterkst tot uitdrukking komt. Een primitieve man is het mannelijkste we- zen, dat wij ons kunnen denken en een onontwikkelde vrouw het vrouwelijkste wezen dat wij ons kunnen voorstellen. Maar hoe verder deze wezens vorderen op hun ontwikkelingsweg, des te meer ontwaakt de slapende pool in hen, en hoe meer zij zichzelf kunnen completeren, des te volwaardiger zij als mens worden, en dus minder afhankelijk van de andere sekse. Bij de koe Audumbla zien wij dit, en bij de oerreus Ymir zien wij hetzelfde. Uit de werking van het hoofd van de koe ontstaat het bewustzijn, maar uit de werking van het onderlijf de Reus. Gevoed door haar uier groeide hij, dus is hij de licha- melijkheid. Bij de oerreus gebeurde hetzelfde. Uit de werking 13 Reflectie 3(1) voorjaar 2006 Aan Yggdrasill, de Wereld- boom werd voortdurend ge- knaagd door dieren, zoals de herten op dit houtsnij- werk uit de Vikingtijd, uit Urnes in Noorwegen
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=