Reflectie3(1).vp
van zijn armen ontstonden de wijste wezens en uit de werking van zijn voeten de meest egoïstische wezens. Bij de man en de vrouw op aarde is de eenpoligheid in de stof uitgedrukt, doch in hun innerlijke wezen gecompenseerd. Want er is maar één oerpatroon in de schepping, een plan, een vorm, waarnaar alles gemaakt is. De man en de vrouw zijn zo gemaakt, dat zij elkander als het ware kunnen opheffen, doordat hun wezens in elkaar grijpen, zoals de rechter- en de linkerhand, wanneer wij die in gebed vouwen. De punten van aanraking liggen zo, dat de man de vrouw in de stof helpt, de vrouw de man op zielengebied, en de man de vrouw op gees- telijk gebied. Maar als zij oud worden, draaien de rollen om. Dan helpt de vrouw de man op stoffelijk gebied, de man de vrouw op zielengebied en de vrouw de man op geestesgebied. De vrouw helpt de man b.v. vaak bij het sterven. In de verhalen van de Edda moet men alles zien als symbo- lisch. Daarom is dan ook altijd de held, die op aarde strijdt (= het positief zijn op lichamelijk gebied), een man. De be- schermgeest van deze man op aarde en in de lucht is een vrou- welijk wezen, dikwijls een walkyrie, wat ook het geval is na zijn dood. Er wordt verteld, hoe bij de grootste helden de be- geleidende vrouwenfiguur voortdurend hetzelfde wezen was, namelijk een walkyrie, die zich geboren liet worden op aarde om haar geliefde tot in de stof te kunnen volgen en met hem te trouwen. Om hem heen vliegend beschermde zij hem in de strijd, en na zijn heldendood op het slagveld bracht zij hem op haar paard naar Walhalla. Als wij de oude sagen lezen, kunnen wij zien, welke voor- name plaats de vrouw op aarde innam bij de oude volkeren in het Noorden. Het blijkt dan, dat zij op vele manieren de steun en toeverlaat voor de man was. Zij leidde de ontvangst van zijn gasten, welke met ceremoniën gepaard ging, zij bestuurde zijn hof en regeerde zijn volk of zijn land, als hij op vikingstocht was. Zij baarde zijn kinderen en voedde ze op. Zij spoorde de jonge zonen aan, de eer van de familie hoog te houden en de voetsporen van hun vader te volgen, ja zelfs om hun leven te of- feren voor de roem van hun geslacht. Zij bracht de kennis van de sagen en mythen over op het nieuwe geslacht door deze ver- halen aan de jonge kinderen te vertellen. Zij bezat dikwijls ken- nis van de geestelijke inwijdingen, zoals blijkt uit het verhaal van Ragnar Lodebroek en Kraka. Hij was verkleed om zijn hoge geboorte te verbergen, maar zij zag de randen van zijn “gouden kleed” uitsteken onder zijn grauwe mantel. Hij herken- de ook haar, en stelde haar op de proef. Zij moest voor hem ver- schijnen, noch zat, noch vastend, noch alleen, noch in gezelschap, noch gekleed, noch naakt; wat zij op de volgende wijze oploste. Zij kwam naar hem toe met haar lange blonde ha- ren neerhangend tot haar knieën, met daarover een visnet, in ge- zelschap van haar hondje, en zij had alleen een ei gegeten. Het waren de oude wijze vrouwen ook, die het verleden en de toekomst kenden, en die bij hun leven, maar ook dikwijls zelfs nog na hun dood tot spreken gebracht konden worden, om de jongelingen het pad te wijzen dat zij te gaan hadden. Deze wijze vrouwen kenden de kracht van de runenliederen, en zongen voor de jonge strijders de liederen, welke hen op weg naar de vervulling van hun taak beschermden, zodat niets hun uiteindelijke overwinning kon beletten. De allerhoogste wijsheid wordt in de Edda medegedeeld door zo’n “Wala” (zo worden de wijze vrouwen genoemd). Dit is het verhaal van het gehele wereldgebeuren vanaf de eerste scheppingsdaad tot de laatste dag en zelfs tot het ontstaan van de nieuwe en betere wereld uit de as van de oude. Natuurlijk komen de vrouwen ook voor in haar negatieve as- pect, als felle wraakzuchtige, niets ontziende wezens, die de mannen tot meedogenloze wraak aansporen. In deze rol kun- nen zij veel feller en kwaadaardiger zijn dan de mannen. Er is geen gebied waarop de vrouw bij de man achterbleef, behalve op de vikingstochten. De strijd van de vrouw, gekleed in wapenrusting en gezeten op een paard, had in de lucht bóven het slagveld plaats, dus in een hogere wereld, maar na de slag was zij weer present om voor het gewonde lichaam van de man te zorgen, om runeliederen voor hem te zingen ter genezing van zijn wonden en om hem versterkende en helende dranken te schenken. U ziet, dat de vrouwen in deze verhalen zeker geen min- derwaardige wezens waren. Het leven van de man was als het ware in het leven van zijn vrouw gevat, zoals een edelsteen ge- vat zit in het goud van de ring. Zij schonk hem zijn lichaam, voedde zijn ziel op tot moed en vastberadenheid, beschermde hem vanuit de bovenwereld in zijn strijd op het slagveld en verzorgde zijn stervende lichaam, ving zijn bevrijde ziel op en bracht die naar een hogere wereld, waar zij hem op bevel van de Allerhoogste laafde met een goddelijke drank die verjonging en vergetelheid bracht. *** Opmerking T.F. Fokker: Deze studie heeft Mevrouw Dunnewolt ca. 30 jaar geleden gehouden voor de Theosofen in Hengelo. Het is merkwaardig, dat het laatste hoofdstuk zoveel gelijkenis heeft met hetgeen ik op een andere wijze heb gevonden en uitgewerkt is in mijn boekje: Krachten in de kerk en de mens De illustraties zijn afkomstig uit het boek `Sagen van de Noormannen `,Time/Life Books, 1997. 14 Reflectie 3(1) voorjaar 2006 Een Vikingschip siert een bladzijde uit een 14de-eeuws verlucht manuscript van de proza-Edda van Snorri Sturluson. De Edda wordt beschouwd als de levendigste en toegankelijkste bewerking van de Noordse mythen en legenden .
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=