Reflectie3(1).vp
Negentig jaar VKK De mythe van de mis Johan Pameijer Die zondag regende het pijpenstelen. Toch wilde mijn vrouw naar de kerk. En haar kerk stond niet om de hoek. Eerst moest ze naar het station, de trein in van Almelo naar Zwolle, dan nog een kwartiertje lopen door de regen. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om haar dat aan te doen en ik bracht haar met de auto. Dat besluit uit 1975 veranderde mijn leven. Aanvank- elijk dacht ik erover om haar bij de kerk af te zetten en zelf wat door de stad te dwalen. Maar de regen verhinderde dat. Ik ging mee naar binnen en maakte voor het eerst van mijn leven een mis mee. Achteraf besef ik hoe beslissend dat gedwongen kerk- bezoek voor mijn verdere leven was. Ik bevond mij op een kruis- punt. Onbewust van de invloed van dat moment, ontving ik de impuls om de juiste richting in te slaan. Dertig jaar later kijk ik terug op een priesterlijke loopbaan van bijna een kwart eeuw in haar Kerk, de Vrij Katholieke Kerk. Beslissende momenten komen onverwacht Beslissende momenten dienen zich doorgaans onverwachts aan. Ik herinner mij hoe “iets” mij in mijn nekvel pakte en mij naast het altaar neerzette. Vóór ik het besefte was ik dienaar en drong het tot mij door, dat ‘het’ werkte. Stapje voor stapje had ik mij gewonnen gegeven, mij overgegeven aan een ritu- eel dat ik nauwelijks begreep. Maar het kwam over mij alsof de hemel zich over mijn aardse bestaan vouwde en mij om- sloot in zegenende handen. Ik voelde mij opgetild in een nieu- we dimensie. Alle oude vooroordelen smolten weg in een stil begrip voor al die mensen die zich lieten wiegen op de cadans van eeuwenoude rituelen. Dat waren geen loze gebaren, geen zielloze woorden. Een diepe werkelijkheid openbaarde zich in de stille handelingen. Weldra meende ik door te dringen in de geheimen van de mis: een rituele mythe, zich openbarend als een geleide meditatie. Lang voor mijn binnenkomst was de VKK vrijwel uit het niets opgedoken als een vreemd eiland in het landschap van traditi- onele Kerken. Liberaal en ondogmatisch omarmde zij het oude ritueel alsof zij, de ketterse draagster van kathaars gedachte- goed, toch verbonden wilde blijven met de grote moederkerk. Haar bestaansrecht ontleende zij aan de oude wijsheid, behoed door de theosofie en weer herontdekt in de gnostische ge- schriften van Nag Hammadi. In het jaar van haar stichting, 1916, mocht een grote bloei worden verwacht, maar inmiddels leidt onze kleine Kerk een nauwelijks opgemerkt bestaan in de zware slagschaduw van de katholieken en protestanten. Bescheiden en onopvallend behoedt zij de oude, door de grote Kerken verworpen, Myste- riën en laat zij zich inspirireren door de goddelijke wijsheid van de gnosis. Een Kerk naar mijn hart, met een spirituele boodschap die nog door te weinig mensen wordt verstaan. Een inwijdingsweg Bij mijn komst had de VKK al een hele historie achter zich. Het verzoek aan mij om nu bij het negentigjarig bestaan van de Kerk iets te schrijven is dus eigenlijk onterecht. In alle be- scheidenheid kan ik slechts putten uit mijn eigen, in volle vrij- heid ontwikkelde gedachten over het mystieke erfgoed van de VKK, de universaliteit van haar prachtige rituelen, de verbor- gen achtergronden die ten grondslag liggen aan het mysterie- spel aan het altaar. In mijn boek “De schatkamer van het licht” liet ik mijn ideeën over de geheime relatie van onze rituelen met de esoterische wijsheid van oude cultuurvolkeren de vrije loop. Het verheugt mij, dat het boek ook in Rooms-Katholieke kringen als een openbaring is ontvangen. “Eindelijk lezen we eens waar onze rituelen hun wortels hebben,” was een reactie uit Rooms-Katholieke kring. Wat ik in het vervolg van dit verhaal aan het papier toever- trouw, is eigenlijk een beknopte samenvatting van wat in “De schatkamer” is uitgewerkt. Op weg naar het eeuwfeest is het van groot belang je te realiseren, dat de VKK ‘katholiek’ is in de zin van universeel en ‘Kerk’ in de zin van mysterieschool. De mis, die als een geleide meditatie wordt opgevoerd, is daar- in niet anders dan een geritualiseerde inwijdingsweg, zoals die in de antieke Mysteriën aan de hand van de oude mythen werd ondergaan en doorleefd. ZEVEN zuilen Vóór aanvang van de dienst wordt de ‘Bezinning op de Wijs- heid" gelezen, een veelzeggend begin, deze samenvatting uit Spreuken 8 en 9. “De wijsheid heeft zich een huis gebouwd en haar zeven zuilen opgericht.” De scheppende wijsheid reali- seerde het goddelijke bouwplan in dezelfde zeven categorieën, die de schrijvers van de Indische Veda’s al bespeurden en die de grote Pythagoras signaleerde. Ook zij ervoeren het getal ze- ven als de scheppingsgrondslag. De oude Egyptenaren reali- seerden in de grote piramide van Cheops zeven compartimen- ten, stuk voor stuk schreden op de grote inwijdingsweg, die in de koningskamer werd voltooid. In het graf van Toetancha- mon ontdekte men vier gouden schrijnen, die drie doodskisten omsloten. Het gebalsemde lichaam van de farao lag daarin als een goddelijk relikwie. Zeven, het getal dat telkens weer op- duikt als de sleutel op vele geheimen. Het gebed dat Christus ons leerde, het “Onze Vader’, spoort volledig met deze onverwoestbare traditie. Zeven beden houden de herinnering levend aan de zeven rishi’s, die samen het universum grondvestten en de zeven zuilen in het huis van de Wijsheid. Terzijde denken we misschien aan de zeven kleu- ren in de regenboog, de zeven tonen in het octaaf en, sinds de stichter van de VKK Charles Webster Leadbeater de oosterse chakra-filosofie wereldkundig maakte, ook aan de zeven chakra’s. Deze zeven hoofd-chakra’s blijken een prominente rol te vervullen in het Vrij-Katholieke ritueel, maar ook - en 27 Reflectie 3(1) voorjaar 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=