Reflectie3(1).vp

Negentig jaar Vrij-Katholieke Kerk (1916-2006) Rob Veltkamp Er zijn vele stormen in deze 90 jaren over de Kerk gegaan, maar zij heeft stand gehouden. Onze Kerk heeft ook nog veel te geven; er is daaraan geen einde zolang wij niet gezapig neerzitten, maar altijd zoeken in de geen-grenzen-kennende werkelijkheid van Christus. Katholiek en Vrij De naam van onze erk duidt aan, dat ze noch Rooms, noch Protestant is, echter Katholiek: niet orthodox maar vrij. Katholiek betekent algemeen, universeel, deel uitmaken van Christus’ grote, onzichtbare mystieke Kerk, waarvan alle Kerken op aarde slechts onvolmaakte vertegenwoordigsters zijn. Ook is onze Kerk katholiek, omdat zij via de apostolische successie de zeven sacramenten (Doop, Vormsel, Huwelijk, Biecht, Priesterschap, Heilige Eucharistie, Heilig Oliesel) bezit en deze uitdeelt aan de mensheid. Vrij is zij, omdat zij geheel autonoom en onafhankelijk is; zij vraagt niemand een voorgelegde geloofsleer te onderschrij- ven; en ieder, die dat wenst, laat zij tot haar erediensten toe en kan deelnemen aan de communie. Iedereen wordt volledig vrij gelaten wat betreft het uitleggen van de Schrift, de Geloofsbe- lijdenissen en de Liturgie. De Vrij-Katholieke Kerk kwam tot stand ten gevolge van een volledige reorganisatie in 1915-1916 van de Oud-Katho- lieke Kerk in Groot-Brittannië, op meer vrijzinnige grondslag. De Kerk ontleende haar wijdingen aan de Oud-Katholieke Aartsbisschoppelijke zetel in Utrecht. De V.-K. Kerk heeft zorgvuldig deze Apostolische Successie in stand gehouden. De godsdienstige opvattingen en de leer van het Oud-Katholi- cisme zijn niet die van de Vrij-Katholieke Kerk. Onze Kerk noemt zich katholiek om hiermee de oorsprong van haar wij- dingen en haar eenheid met de historische Kerk aller tijden aan te duiden. Wat er aan vooraf ging De bron van de Vrij-Katholieke Kerk moet niet worden gezocht in een Kerk die voortkwam uit de Reformatie (16 e eeuw), maar 200 jaar later. De Vrij-Katholieke bediening is af- geleid van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland, die in on- min was geraakt met de Rooms-Katholieke Kerk, in de 18 e eeuw. De oude Hollandse Katholieke Kerk voert haar geschie- denis terug tot de 7 e eeuw na Chr., toen twee Engelse evangelie- predikers, Willibrord en Bonifatius in Nederland, België en Duitsland het Evangelie brachten en het Aartsbisdom Utrecht stichtten. Vanaf 1739 is de oude Hollandse Katholieke Kerk on- afhankelijk van Rome geweest en werd bekend als de Oud-Kat- holieke Kerk, omdat zij volhoudt, dat de Rooms-Katholieke Kerk is afgeweken van het geloof van de Oude Kerk door het aannemen van nieuwe leerstellingen. In 1883 werd Gerardus Gul Aartsbisschop van Utrecht en Hoofd van de Oud-Katholie- ke Kerk in Nederland. In 1902 werd hij gepolst om een Oud- Katholieke Kerk te vormen in Engeland en in 1907 werd er een priester in Engeland gevraagd om de benoeming tot bisschop aan te nemen. Dit was Arnold Harris Matthew, die 18 jaar in af- zondering had geleefd. Na enige terughoudendheid en aarzeling stemde hij toe en in 1908 werd hij geconsacreerd als Oud-Kat- holiek bisschop. Deze consecratie vond plaats in de Geertruida Kerk te Utrecht, waarbij als consecrator optrad Aartsbisschop Gul. In zijn predikatie gaf Aartsbisschop Gul uiting aan zijn vreugde dat hij in staat gesteld was het bisschopsambt te verle- nen aan een “Brits Onderdaan” die regionair Bisschop zou wor- den van de Britse Eilanden. Deze wijding werd met gemengde gevoelens ontvangen. Sommige Anglicaanse kranten spraken sympathiek, andere vijandig. Rooms-Katholieke weekbladen waren ook vijandig gezind. Nadat er veel kritiek was geuit in The Guardian, werd de oppositie de kop ingedrukt door het publiceren van een brief, welke de Bisschop uit Haarlem naar deze krant had ge- stuurd. In deze brief schreef hij o.a. dat de Bisschoppen van Nederland, Duitsland en Zwitserland volledig achter Bisschop Matthew stonden. Niettegenstaande deze eenstemmige uiting van steun bleef de tegenstand van zowel de Anglicanen en Rooms-Katholie- ken voortduren. Door al deze tegenstand, geruzie en een rechtszaak wegens smaad, kwam er in 1910 een breuk met de Kerk in Utrecht en werd de Oud-Katholieke Kerk in Groot- Brittannië onafhankelijk, maar de Kerk groeide niet, maar ver- loor alleen maar terrein. Tegen het einde van 1913 had Aarts- bisschop Matthew (zoals hij nu werd genoemd) bijna al zijn bisschoppen door ruzies en kibbelarijen verloren. In de zomer van 1914 scheen het tij te keren. Frederik Samuel Willoughby, een priester van de Kerk van Engeland, sloot zich bij de bewe- ging aan. Deze priester was een Anglo-Katholiek (een Angli- caans priester met naar het Katholicisme neigende ideeën). Deze neiging tot het Katholicisme was geen aanbeveling voor zijn parochianen en tijdens een vakantie van hem werd er een onderzoek naar hem ingesteld en bij zijn terugkeer werd hem verzocht zijn ambt neer te leggen. Aartsbisschop Matthew ontving hem met open armen en uitte volkomen geloof en vertrouwen in hem. Daar Aartsbisschop Matthew ouder en zwakker werd, vreesde men dat de Apostolische Successie in gevaar zou ko- men. Het was duidelijk, dat een officiële opvolger noodzake- lijk was en daarom werd er besloten om Priester Willoughby tot Bisschop te wijden. Dit geschiedde in 1914 en vond plaats in een privé-kapel van de Aartsbisschop. De nieuwe bisschop begon zijn werk met veel enthousiasme en nam zijn ambt waar tot voldoening van eenieder. Maar hij zou niet lang ongestoord gelaten worden. De snelle promotie had ongetwijfeld afgunst gewekt binnen de kerkgemeente. Het verleden van de bisschop werd weer overhoop gehaald en alles wat men in staat was te verzamelen werd naar boven gehaald en op de meest onscru- puleuze wijze opgeschroefd. Een weekblad, van een niet te be- nijden reputatie en belust op schandalen, publiceerde dit alles. Het was duidelijk dat deze aanval op touw was gezet door zijn vijanden. De aartsbisschop stond versteld, want hij had de bis- 32 Reflectie 3(1) voorjaar 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=