Reflectie3(1).vp
vinden in eveneens de Joodse bijbelse wijsheidsliteratuur waartoe ook Spreuken behoort. Het staat in de boeken Wijs- heid van Salomo en Wijsheid van Jezus Sirach : Vóór alle andere dingen, helemaal in het begin, is de Wijs- heid geschapen. 8 en Zo lang de wereld duurt, verdwijnt ze niet 9 In een tweetal herhalingen van bovengenoemde verzen uit S preuken Vóór alle dingen is de wijsheid geschapen 10 Vóór de wereld, al bij het begin, heeft hij mij geschapen, en zolang de wereld duurt, verdwijn ik niet . 11 De wijsheid is een geest die mensen liefheeft. 12 De wijsheid, de maakster van alles, … 13 Zij is mooier dan de zon en zij overtreft de sterrenhemel 14 Zij is de ademtocht van Gods kracht, de pure uitstraling van de luister van de almachtige 15 Zij woont bij God en is ingewijd in zijn kennis en deelge- noot aan Gods werken 16 Ik stond als uitvoerster aan zijn zijde, en ik was zijn vreug- de, mij dag in dag uit verheugend voor zijn Aangezicht, steeds weer. 17 Aan de schepping ligt, volgens deze oude overlevering in Oud-Testamentische geschriften een collectief inzicht van de vroegere mensheid, niet alleen een scheppende God, maar ook vormgevende, inherente Wijsheid ten grondslag. Naar kabba- listisch inzicht is dat Shekhinah, de tegenwoordigheid van God in de stof. Als God in mannelijke termen wordt gedacht, dan is Wijsheid dat in vrouwelijke. Wijsheid wordt dan ook steeds als ‘zij’ benoemd. Anders gezegd: Wijsheid is het vrou- welijke Aanzicht van God dat, lang verborgen, nu meer tot openbaring lijkt te komen, of waarvoor wij meer ontvankelijk lijken te zijn 18 . We hebben tot nu toe geput uit de Joodse Wijsheidsscho- len en -literatuur waarmee we enigszins vertrouwd zijn door de Meditatie op de Wijsheid. Maar in de zeer gevarieerde gnostische stromingen komen we ook Wijsheid tegen. Gnosis is primair een religieuze ervaring, een daarop gebaseerde in- terpretatie van de werkelijkheid en een daaruit voortvloeiende levenshouding. Gnosis is, met enige overdrijving, van alle tij- den. De mythologische verwoording van de gnostische erva- ring maakt gebruik van de heersende religieuze en wijsgerige uitdrukkingsvormen. Dat gebeurde ook met de ‘antieke’ gnos- tiek, waar de genoemde wijsheidsscholen voorbeelden van zijn, tot in de uitlopers in de christelijke gnostische systemen van de eerste eeuwen van onze jaartelling, zoals in Het Gehei- me Boek (of Apocryphon ) van Johannes , een van de gnostieke geschriften uit de Nag Hammadi bibliotheek. Ook de latere neoplatonische school van Plotinus (3e eeuw n. Chr.) maakte gebruik van tal van elementen van joods- gnostische oorsprong. De goddelijke Wijsheid blijkt fundamenteel te zijn bij het tot stand komen van de schepping en is immanent in de schep- ping, voortdurend aanwezig als sturend en beschermend voor het leven. God openbaart zich in Wijsheid. Dat werd al ver vóór het begin van onze jaartelling, en daarna nóg, in mythi- sche beelden verwoord. Het spreekt ons aan in deze tijd in de liturgische gestalte van de Meditatie op de Wijsheid, vóór de aanvang van de Heilige Mis. Liefde-Wijsheid Wanneer we God-in-openbaring in wezen met Liefde ge- lijkstellen - wellicht het meest sprekend Godsbeeld - en Gods gelijkwaardig aanzicht - Wijsheid - daaraan ‘verbinden’, dan ontstaat in Liefde-Wijsheid een evenwichtig en volledig Gods- beeld. Het lijkt geen toeval dat in onze Kerk liefde-wijsheid, karakteristiek voor de ‘tweede straal’ centraal staat (letterlijk op het altaar in het midden) en verwijst naar Christus, in Wie God zich als Zoon (Joh 1:14) openbaart. Noten 1. Het tweede gebod van de Tien Geboden: ‘Ge zult u geen godenbeelden maken, Ex 34:17, ook Ex 20:4; Deut 5:8; 27:15). 2. M ysterium tremendum et fascinans, Rudolf Otto, 1924) 3. In het Nieuwe Testament staat vaak ‘Vader’ voor God - soms nader aangeduid door ‘hemelse Vader’. ‘Vader’ komt zeer veel voor in het Evangelie van Johannes, en ook in dat van Matteüs en Lucas, maar niet in dat van Marcus. En verder in de brieven van Paulus of in de aan hem toegeschreven brieven en in de rest van het Nieuwe Testament. Te veel om op te noemen. Zoals te verwachten, staat ‘Vader’ in het Oude Testa- ment ook voor God - dáár komt het immers vandaan - onder meer in Deut. 32:6; Ps 89:27; Js 43:6; Js 63:16; Mal 2:10 en Jer 3:19. 4. Ich-Du, Martin Buber 5. Het tetragram JHWH door de Joden gelezen als Adonai (Heer), (uit eerbied niet uit te spreken). In niet-Hebreeuwse vertalingen is sprake van ‘Heer’, onder invloed van de Septuagint die de Godsnaam aanduidt met Kurios (Grieks voor Heer). 6. Het woord is etymologisch waarschijnlijk verwant aan een oude vorm van het Hebreeuwse werkwoord dat ‘zijn’ betekent. 7. Dat het hier om wijsheid gaat, blijkt direct uit Spreuken 8:1. Wijsheid wordt als persoon opgevoerd; zij wordt daarom, eerder dan Wijsheid, aangeduid met Sofia , Grieks voor wijsheid. 8. Sir 1:4 9. Sir 24:9 10. Sir 1:4 11. Sir 24:9 12. Wijsheid 1:6 13. Wijsheid 7:22 14. Wijsheid 7:29 15. Wijsheid 7:25 16. Wijsheid 8:3,4 17. Wijsheid 6: 30 18. In dit artikel is niet ingegaan op de vrij-katholieke en meer gedetailleerde scheppingsvisie die C.W. Leadbeater uiteenzette, en die kort is weergegeven in Pelgrim op Aarde, Hoofdlijnen van de Vrij-Katholieke visie in vogelvlucht, F.R. den Outer, 1997, in hoofdstuk 3 en begin van hoofdstuk 4. 19. The Seven Rays , Ernest Wood, Theos. Publ. House, 1925, 190 blz.; Nederlandse vertaling en bewerking De Zeven Mensentypen , Geoffrey Hodson, uitgeverij Theosofische Vereniging, 1952/78 4; Psychologische typen . C.G. Jung, Lemniscaat, 547 blz., 1949/2003. 20 In De Geheime Leer , H.P. Blavatsky, 1888, wordt gesproken van ‘de zeven stralen’: alles in de wereld, alle vormen van geest en stof, zijn voortgekomen uit een combinatie van zeven fundamentele impulsen. Ook in ieder mens zijn alle zeven ‘stralen’ aanwezig; maar één daarvan domineert. Voor elk mens is dat verschillend en in verschillende mate het geval. Hieruit zou ook de indeling van mensen in zeven psychologische typen kunnen worden gegeven. De moderne psychologie, anders dan die van vorige eeuwen, is zeer terughoudend in dezen, en ontkent praktisch het bestaan van mensentypen; zij acht het niet mgelijk mensen ‘in te delen’. C.G. Jung komt alleen tot extroverte en introverte typen. * * * * * * * * * 7 Reflectie 3(1) voorjaar 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=