Reflectie 3(4).vp
Het is goed er nog eens bij stil te staan dat dit aspect van Licht in andere religies, voor de stichters van de VKK van wezenlijk belang was en ook voor de VKK anno 2006 nog steeds be- langrijk is! Kosmische betekenis In het kerkelijke ritueel is kerstmis slechts de viering van de geboorte van de mens Jezus. Dit is de interpretatie van het traditionele christendom en als zodanig is het een gewone ver- jaardag geworden en momenteel zelfs een sterk commerciële gebeurtenis. Toch kent het kerstverhaal, los van dit bekende verhaal een andere, diepe kosmische betekenis – een tweede mysterie. Waar moeten we eigenlijk de oorsprong van het feest met de duizenden lichtjes zoeken? Bij de geboorte van het hemelse kind in zijn kribbe? Ik denk dat we meer moeten zoeken in wat we waarnemen met een bewustzijn dat nog verder terug gaat dan het christendom. Al zijn we het ons niet bewust, we schouwen ook met ogen die terug kunnen gaan tot het niveau waarop de herinneringen van het allereerste uur nog altijd aanwezig zijn. Herinneringen die de eerste indruk- ken levend houden. Wie naar de kerstboom kijkt ziet, door de veelkleurige ballen heen, “iets” wat iets in ons aan het tril- len brengt en ons onbewust herinnert aan de grote symbolen uit onze collectieve kindertijd: zon en maan. Het vereren van het zichtbare zonnelichaam zou primitieve afgoderij en bijge- loof zijn. Toch is het een heilzame , spirituele instelling om de zon te eerbiedigen als een symbool van het grotere Licht, waarvan ze slechts een zichtbare manifestatie is. De mysticus Omraam Mikhaël Aïvanhov stelde de zon ook niet gelijk met Christus, maar maakte juist duidelijk dat die twee zorgvuldig moeten worden gescheiden. “Achter het licht van de zon”, zei hij, “is het Licht van God”. Voor hem was God niet alleen het Licht achter al het licht, maar de totaal onkenbare werkelijk- heid. Toch schept bij hem die ondoorgrondelijke aard van het goddelijke geen onoverbrugbare kloof tussen God en mens - een kloof waardoor de mens in vreselijke eenzaamheid wordt achtergelaten. Het is die onbewuste herinnering, die wellicht de oorzaak is dat we de kerstbomen met zoveel zorg optuigen en er dat bijzondere gevoel van geborgenheid en welbehagen bij erva- ren. Het gaat niet alleen om die gezelligheid, in onze eigen- tijdse huiskamers. Tegelijkertijd zitten we ook rond het vuur onder die duizenden jaren oude, vertrouwde ‘boom’ waaron- der we ons veilig voelen. Veilig, omdat we door de takken heen kijken naar onze maan en miljarden sterren, en die bezig zien de weg te plaveien waarover de straks opkomende zon ons vertellen zal van het lengen der dagen. Zonder dat je het beseft, word je ook regelrecht terug gevoerd naar een ver ver- leden, toen zon en maan ons innerlijk nog totaal konden voeden, omdat ons brein door geen enkel ander symbolisch beeld werd gevuld. Het is in dit verband dan ook niet geloofwaardig te spreken van ‘heidense’ gebruiken die het christendom heeft overgeno- men. Alsof de informatie uit voorchristelijke tijden allemaal uit achterhaalde zaken zou bestaan. Het is goed te erkennen dat er een schat aan kennis is in de zogenaamde voorchristelij- ke religies, ook voor de rationele mens van deze tijd. Het christendom komt pas 2000 jaar kijken en worstelt met de vraag of zij deze eeuw nog zal overleven. Zo ging en gaat het met alle religies die meer bezig zijn met de vorm dan met de inhoud. Het religieuze gevoel is van álle tijden – de mens is ongeneeslijk religieus (Kuitert). Maar de uiterlijke vorm is aan slijtage onderhevig en zal zich van tijd tot tijd toch moeten vernieuwen en aanpassen aan de eisen van de tijd, zoals dat ook geldt voor de VKK. Zo was dat bij de oude Assyriërs, Egyptenaren en Grieken en zo kan het straks het christendom ook vergaan. Wat blijft, is de kern, die nog steeds gesymboli- seerd wordt door de beelden van het eerste uur: zon en maan. Vandaar dat we anno 2006 steeds zo bijzonder veel waarde hechten aan het ieder jaar terugkerende lichtfeest. Dat lichtfeesten ook in de niet-christelijke religies worden gevierd, heeft niet alleen maar Rudolf Otto beweerd, een theo- loog en godsdienstfilosoof, eind 19 de eeuw. Die lichtfeesten van de religies steunen op de grondslag van wat door hem als doorslaggevend wordt erkend: de eigen ervaring in en met andere religies. Otto heeft drie langdurige reizen gemaakt door een groot aantal landen en werd daar vaak geconfronteerd met het heili- ge. Dat gebeurde in een kleine, Marokkaanse synagoge, waar het ‘heilig, heilig, heilig’ weerklonk in dezelfde taal waarin Je- saja ze ooit als eerste ontving, en gesproken door de lippen van de mensen die deze woorden rechtstreeks hadden beërfd. In Egypte ontmoette hij islamitische mystici en christelijke na- komelingen van de oude Egyptenaren, maar de grootste indruk maakte India op hem. Daar ervoer hij het ontroerende heilige toen hij oog in oog stond met de indrukwekkende, uit een rots gehouwen beeld van de mild glimlachende Shiva. Kerstfeest 2006 Wordt het niet de hoogste tijd, zonder onze christelijke identi- teit te verloochenen, in de donkere dagen voor Kerst dan ook meer oog te krijgen voor de voorchristelijke wortels van Kerst en het christendom zelf, en die oeroude Lichtsymboliek inner- lijk te ervaren? * * * Foto: Rinus van Warven 9 Reflectie 3(4) winter 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=