Reflectie 3(4).vp

Doet dit tot Mijn gedachtenis Beschouwing over Gods tijdloosheid, Jezus’ kruisdood en de Eucharistie Edith Raats In de Vrij-Katholieke Kerk volgt in de H. Mis direct op de Consecratie in de het lied: Innig aanbidden w’Uw verborgen pracht, schouwend in sluiers Uw mystieke macht. Ootmoedig knielen wij aanbiddend neer, beidend Uw liefde in ons hart, o Heer Hierin bezingen we de grootheid van het wonder dat God zo- juist, via de woorden en de handelingen van de priester, in de materie (brood en wijn) aanwezig op het altaar heeft bewerk- stelligd. Zo groot is dat wonder, dat wij er alleen maar in aan- bidding recht aan kunnen doen. Maar wacht even. Aanbidding? Wie of wat aanbidden we dan? Voor het uiterlijke oog ziet dat er niet rooskleurig uit. Zitten we op onze knieën voor een stukje brood en een beker wijn (of druivensap)? Nee, natuurlijk niet, dat zou waanzin zijn. Maar wat dan wel? Een symbolische interpretatie? De Heidelbergse Catechismus 1 , in gebruik bij de Gereformeer- den, gaat flink tekeer tegen het wezen van de Eucharistie, of beter gezegd: tegen wat die in zou houden volgens hen. Diege- nen onder jullie die een gereformeerde achtergrond hebben, herinneren het zich misschien nog wel van de zondagsschool. Vraag 80 van Zondag 30 luidt: Wat is het verschil tussen het avondmaal van de Here en de pauselijke mis? En het stuk over de Mis uit het antwoord op vraag 80: […] de mis leert: ten eerste dat de levenden en de doden alleen dan door het lijden van Christus vergeving van zonden hebben, indien Christus nog dagelijks door de priesters in de mis voor hen geofferd wordt; ten tweede dat Christus lichamelijk in de gedaante van brood en wijn aanwezig is en daarom ook in die gedaante aangebeden moet worden. De mis is dus in de grond van de zaak niet anders dan een verloochening van het enige offer en lijden van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij. Als de katholieke priesters Jezus’ offer zouden moeten herha- len , zou Zijn kruisdood een kleine 2000 jaar geleden zinloos geweest zijn. En als Hij niet daadwerkelijk, lichamelijk, onder de gedaante van brood en wijn aanwezig zou zijn, zou het af- goderij zijn om voor dit brood en deze wijn te knielen en het te aanbidden. Deze opvatting heeft in de Reformatie geleid tot het afwijzen van het offerkarakter van de Mis en tot het, bij verschillende denominaties in meer of mindere mate, symbo- lisch zien van het avondmaal. Het is mijn stellige overtuiging, dat noch de ene, noch de an- dere zienswijze juist is. Katholieken, of ze nu Rooms-, Oud- of Vrij-katholiek zijn, doen niet in de Mis het offer van Jezus aan het kruis nog eens dunnetjes over (zo dat al mogelijk zou zijn). Ze aanbidden ook niet iets wat niet God is. Als je de Mis symbolisch interpreteert, mis (!) je wat. De tijdloosheid van het offer Jezus Christus, God de Zoon, is éénmaal gestorven en werd daarbij verheerlijkt en opgeheven tot God de Vader. Het Ho- gepriesterlijk Gebed, dat Hij kort voor Zijn lijden en dood uit- sprak, begint zo: Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. Eeuwig le- ven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw 17 Reflectie 3(4) winter 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=