Reflectie 3(4).vp
Een reactie op enkele passages in het artikel “Doet dit tot Mijn gedachtenis” Frits Moers Alhoewel ieder een eigen visie mag hebben op wat er in het genoemde artikel van Edith Raats gesteld wordt, wil ik vanuit sommige passages in haar artikel een meer vrij-katholieke vi- sie op de betreffende gedeelten geven. Deze reactie heeft geenszins de bedoeling de schrijfster te bekritiseren; de betref- fende passages zijn voor mij eerder een aanleiding dit arti- keltje te schrijven over bepaalde “onderwerpen” m.b.t. de H. Eucharistie. Haar artikel getuigt van een sterke betrokkenheid op dat Mysterie dat we de H. Eucharistie noemen en haar slot- zin wil ik van harte onderstrepen. “Jezus Christus, God de Zoon, is eenmaal gestorven …” De wezens Jezus, Christus en Jezus Christus worden vaak met elkaar verwisseld. Jezus Christus is immers niet God de Zoon. Als we de tra- ditionele bewoording ‘God de Zoon’ willen blijven gebruiken, dan doelen we op de Christus. En hoewel we weten, dat ‘Zoon’ in dezen een spiritueel begrip is, wordt het toch nog al te vaak gezien als mannelijke term. God heeft geen zoon en evenmin een moeder. God heeft, als “Vader-Moeder”, Zonen, mannelijk en vrouwelijk én meervoud, d.w.z. die kinderen Gods die geworden zijn tot een, ‘n, Zoon Gods, zij die “Christusbewustzijn” hebben bereikt, zoals onze Meester Jezus Christus. Jezus Christus is een Zoon Gods. “God de Zoon” is eigen- lijk een vreemde benaming; we bedoelen immers: dat wat “het Tweede Aanzicht” van God genoemd wordt, van de goddelij- ke Drievuldigheid, beter Drie-eenheid. Jezus Christus, de “ enig geboren Zoon van God ”? Toen Jezus zich bekleedde met de Christus, “Christusbewustzijn” bereikte, werd Hij tot ’n Zoon Gods, en werd verheerlijkt. Mo- gen wij, als kinderen Gods, na hoeveel incarnaties dan ook, eveneens tot ’n Zoon Gods worden. Ook als we stellen dat de Christus tijdelijk incarneerde in Jezus, dan verandert dat niets aan het bovenstaande. Christus trekt zich tijdig terug uit Jezus’ lichaam, want … “ God de Zoon is eenmaal gestorven …” dát is een onmogelijkheid. God is immers geen sterfelijk Wezen. “Jezus zou … de heerlijkheid ontvangen, die Hij had bij God de Vader, voordat de wereld bestond” Voordat de wereld bestond, was Jezus er niet. Jezus be- stond eerst vanaf dat zogenoemde jaar nul. Jezus had dus evenmin vooraf de heerlijkheid van God de Vader. Die zou Hij gaan verwèrven op zijn zevenvoudige Inwijdingsweg. Die “Tweede goddelijke Levensstroom”, ook de Christus ge- noemd, bestond voordat de wereld bestond. En ook dat is maar met menselijke woorden gezegd, want eeuwige Goddelijkheid kent geen begin en geen einde. En de Christus hoefde die heerlijkheid dus niet te ontvangen, evenmin is de Christus ‘de Zoon van God’, ”Hij” is één van Zijn Aanzichten Zèlf. Jezus Christus is een ander wezen dan de Christus. Voor alle duidelijkheid: Jezus Christus is en blijft mijn Mééster Je- zus Christus, Hij is (voor mij en velen) immers tot ‘een Zoon Gods’ geworden. Edith stelt: “… maar geen van hen is door God verheerlijkt op de wijze van Jezus” . Zonder mijn Meester te beledigen betwijfel ik dat. God is Het Absolute Ene, geen eigendom van het christendom. Wat te denken van de Boeddha en véle andere verheerlijkte wezens. Ik kan daarbij niet ingaan op de aang- ehaalde woorden van “Paulus”, omdat ik geen “Paulusfan” ben (te vaak “hel en verd- oemenis”). Bovendien zoeken kritische exe- geten en godsdienstwetenschappers nog steeds naar wie die “Paulus” eigenlijk was en of die geschriften ook werkelijk van “Paulus” afkomstig zijn of van iemand anders of van een “instituut”. Voor zover er in religie spra- ke kan zijn van objectiviteit, moet ik er dus hier het zwijgen toe doen. Voor mij blijft re- ligie overigens ervaring en vooral beleving. Werkelijke Tegenwoordigheid “Brood en wijn veranderen in het aan- biddelijke Lichaam en Bloed van Christus”. Hier staat het juiste Wezen genoemd: Chris- tus. Maar even later wordt gesproken over 19 Reflectie 3(4) winter 2006
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=