Reflectie 3(4).vp

“Lichaam en Bloed van Jezus Christus”. Als Jezus Christus de consecratiewoorden uitspreekt, spreekt door Hem de Christus die woorden uit. Jezus kan niet zijn eigen lichaam en bloed bedoelen. Maar ik schrik écht van de woorden “ …komt Jezus werkelijk fysiek tegenwoordig” . In het gnostische Evangelie van Philippus staat verwoord wat “Lichaam” en “Bloed” betekenen: Christus Vlees (lichaam) is het Woord Gods en Zijn Bloed de Heilige Geest. Het gaat niet om iets fysieks; het gaat om het mystieke Lichaam en Bloed van Christus. Brood en Wijn worden niet belichaamd met iets fysieks, maar ze worden beziéld met god- delijk Leven en Licht (Brood) en met goddelijke Liefde (Wijn). We nuttigen niets lijfelijks, we nuttigen in dat gecon- sacreerde Brood: goddelijk leven en licht en in de geconsa- creerde Wijn: ‘goddelijke liefde’. Te stellen dat we fysiek lichaam en bloed nuttigen, is dat wat veel mensen weerhoudt te communiceren. Bij de consecratie gaat het dus om de mys- tieke indaling van goddelijk Leven en goddelijke Liefde. De priester “in persona Christi” Tijdens het ‘Offertorium’ worden de elementen gebonden aan de gemeente en de priester: naar geest, ziel en lichaam. De celebrant staat er dus inderdaad niet als persoon, maar of hij / zij er staat “in persona Christi”? Aan het einde van het ‘Sanctus’ wordt de Engel van transformatie, transsubstantiatie, opgeroe- pen: Gezegend is “Hij” die komt in de Naam van de Heer. Vraag kan zijn: wie consacreert er nu eigenlijk? Mag ik stellen, dat de Christus consacreert? En wel via de bewuste woorden en handelingen van de priester, die het kanaal van de Engel benut, en daardoor zelf als kanaal functioneert naar de gemeente. Ik kan u, als priester, verzekeren, dat dat een heilig en zéér intens, soms ook wel een “emotioneel” moment is: … kanaal te mogen zijn voor de indaling van goddelijke kracht - niet iets fysieks – in brood en wijn. De eerste Eucharistie uit de geschiedenis De Eucharistie is van oudsher, van vóór Jezus Christus. De Eucharistie is van Christus, door Jezus openbaar gemaakt. Als het om Jezus gaat op die Witte Donderdag, kunnen we beter spreken van zijn “Laatste Avondmaal”. Maar deze benaming doet weer afbreuk aan de tijdloosheid, aan eeuwigheid, van de Eucharistie. Dat doen ook de woorden “ Die daags voor zijn lijden …” (vóór de consecratiewoorden) en “Doet dit, zo vaak gij het doen zult, tot mijn gedachtenis” (na de consecratie- woorden). Ik ben misschien hierin wat radicaal, maar als we stellen, dat de VKK de Eucharistie niet allereerst ziet als de herdenking van het “Laatste Avondmaal”, dan zouden we die woorden kunnen weglaten. En als ik me goed herinner, dan zijn in 1997 in de tekst na het uitreiken van Communie de woorden “Jezus Christus” (te- recht) gewijzigd in “Christus”: “Onder aardse sluier zijn wij nu in mystieke gemeenschap verbonden met onze Heer Christus”. Ten slotte: de ‘wonderbare spijziging’ (in Johannes 6:1-27) … was dat ook geen Eucharistie? * * * 20 Reflectie 3(4) winter 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=