Reflectie 3(4).vp

Applaudisseren tijdens de Consecratie! Parcival van Gessel Van tijd tot tijd spelen er van die thema’s door je hoofd, die je een tijdje bezig houden. Het is altijd goed om die met u te de- len, want we zijn tenslotte samen op weg. Ik heb er zo in de tijd al een paar gehad. Het lijden, samen in de Kerk, gemeen- schapszin, kantelingen in de maatschappij, enzovoort. Waar ik de laatste tijd mee bezig ben, is het woord “vrij”. En dan met name in de context van onze Vrij-Katholieke Kerk. Als mensen nieuw onze kerk binnenkomen geven we aan dat we geen dogma’s kennen. Voorts geven we aan dat er een Liturgie is die strak gehandhaafd blijft. Is dit paradoxaal? De persoonlijke interpretatie van de Liturgie en de Bijbelle- zingen staat ieder vrij. Wij kennen geen geestelijkheid die de mensen leefregels voorhoudt. Dat is ieders eigen verantwoor- ding. Die regels stel je min of meer zelf vast en er kan natuur- lijk altijd over van gedachten gewisseld worden. Maar, is dat allemaal wel zo vrij als het lijkt? Als de Consecratie plaats- vindt, is iedereen devoot, stil, mogelijk tot tranen toe geroerd. Tot hier geen probleem. Maar stel je voor: nu begint er met hetzelfde enthousiasme iemand luid te applaudisseren. (iets wat in andere kerkelijke kringen soms wel gebeurt). Een oprechte uiting van devotie. Of die persoon gaat op de stoel staan springen en juichen. We gedenken immers de zege van de overwinning op de dood! Nou, dat is zo’n grote overwinning, dan mag je best wel even uit je dak gaan! Maar dat gaat de aanwezigen te ver. Zo doen wij dat hier niet. Met die persoon moet gepraat worden. Wij worden gestoord in onze eigen beleving. Dit is de actie van een eenling. Er komen boze gezichten, betrokkene reageert verward: “Maar dit is toch een vrije Kerk”? Het wordt een hele toer voor de priester om dit te gaan uitleggen. Doet hij dat niet goed, dan gaat betrokkene heen en laat nooit meer iets van zich horen. Met z’n allen, geestelijkheid en leden en belangstellenden vormen we een kerkgemeente. Een gemeenschap dus. Binnen zo’n gemeenschap hebben we geschreven, maar veel meer ongeschreven afspraken. Komt er iemand bij, of gaat er ie- mand weg, dan verandert de structuur. De ene keer veel, de andere keer nauwelijks. Er zijn mensen die met veel ideeën komen en er zijn mensen die nooit met ideeën komen. Als je nieuw binnenkomt in zo’n gemeenschap, ga je je grenzen be- palen. Je onderzoekt wat je ruimte is om je te bewegen. Jij komt erbij en iedereen hoort een beetje in te schikken. Over en weer een klein beetje aanpassen. Gaat vrijheid soms tot zover? Ik kan mij nog goed herinneren, dat ik in het leger zat en ge- legerd was in Apeldoorn. 19 jaar oud. Ik leerde een meisje ken- nen, de dochter van de dominee van de Gereformeerde Kerk. U voelt hem al. Ik ging naar catechisatie. Mijn vader had het niet zo met die Kerk. Hij presenteerde mij allerlei vragen over reïncarnatie, die in dat gezelschap geen onderwerp van gesprek konden zijn. De mensen werden onrustig. Ik zaaide twijfel en de dominee bleef vriendelijk. Heel gek eigenlijk, want sociaal voelde ik mij er wel thuis. Ik merkte dat mensen ongemakkelijk werden als ik kwam. Op een zeker moment deelde de dominee mij mee, dat het maar beter was als ik mijn heil in een andere Kerk zou zoeken. Ik voelde mij toen ernstig in mijn geestelijke vrijheid beperkt. Maar als ik er nu naar kijk, heeft die dominee zijn uiterste best gedaan om mij erbij te laten horen. En hij heeft heel veel geduld met mij gehad. Als ik er echt bij had willen horen, had ik mij moeten voe- gen in hun denkwereld. Wat zijn nu de moverende redenen dat ik dat niet gedaan heb? Heel buitenreligieus. Ik voelde niet ge- noeg voor het meisje. Achteraf gezien was ik dus in feite een koekoeksjong. En dat had ik er zelf naar gemaakt. Verwarren we dan sociale vrijheid met geestelijke vrij- heid? Als we onze omgevingswereld zodanig willen verande- ren dat wij onszelf hierin prettig voelen, houden wij dan nog wel rekening met de ander? En wanneer merken wij dit op en wanneer niet? Wij voelen ons dan vrij, maar voelt de ander dit nog? Is het begrip “vrij” dan zo verwarrend? Ik denk het wel. Stellen dat je alleen in vrijheid kunt han- delen als je anderen niet kwetst, is goedkoop. Sommige mensen ontploffen al bij het minste of geringste. Medeleven en begrip, en dat wederzijds, dat geeft ruimte. Dat vergroot elkaars vrijheid van denken. Het is niet moeilijk om in afzondering “vrij” te zijn. Toch is mijns inziens in onze Kerk één van de sterke punten, dat er geen leefregels worden voorgehouden. Je bent verantwoordelijk voor je eigen stand- punten. Geen uitspraken van hogerhand over abortus, euthana- sie, geboorteregeling, enzovoort. Geen politieke standpunten. Tevens is het één van de zwakke punten. Heel veel mensen willen dat van een Kerk wèl horen. Men mist dit en komt daar- om maar een paar keer ter kerke. In onze geschriften naar buiten toe pretenderen wij dat wij geen dogma’s hebben. Er is vrijheid van denken. Wij spiege- len ons aan andere Kerken en zetten ons in feite af tegen die Kerken waaruit ons inziens mensen weggelopen zijn omdat er altijd gedreigd wordt met de “toorn Gods”. Kerken waar standpunten ingenomen worden waar je het principieel niet mee eens bent en waar je je niet aan wilt houden. Verwijst dit naar een vrijheid die wij wel hebben? Ik weet het niet. Als je jezelf “uniek” verklaart, zonder je jezelf ook weer af. Als wij uitgaan van oorspronkelijke, gnostische waarden, en knipogen naar de rituelen van de oorsprong van de Kerk, zijn we mis- schien wel orthodox. In elk geval misschien wel in ons rituele handelen. Als we dit zouden herkennen, en ik weet niet zeker of dit zo is, dan komt onze Kerk in een heel ander licht te staan. Want het woord “orthodox” wordt soms ook begena- digd met een negatieve lading, terwijl er alleen maar vastge- houden wordt aan oorspronkelijke waarden. Maar dat doen wij natuurlijk niet, of toch wel een beetje. Hoe eenvoudig is het allemaal. Elkaar religieus liefhebben is voldoende om Kerk te zijn. Wederzijds medeleven en begrip tonen. Wederzijds medeleven en begrip zijn, denk ik, elk één van de grootste voorwaarden om in onze Kerk de vrijheid te kun- nen vinden die er is. Samenleven in harmonie, samen die grenzen van vrijheid vinden. || 21 Reflectie 3(4) winter 2006

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=