Reflectie 3(4).vp

Een toespraak ter gelegenheid van de introductie van een website voor de Nijanand Sampradaya op 28 augustus 2005, Jaipur, India – Red. Internet *) Rudi Jansma “We leven in interessante tijden van technologische ontwikkeling waarin broederschap in de wereldgemeenschap een praktisch feit is geworden. In het verleden waren afstand en kosten de beperkende factoren voor onderling contact en bij het verspreiden van informatie. Tegenwoordig kennen zowel vriendschappen als ruzies en oorlogen geen grenzen meer. Waarom moeten we op deze manier met elkaar communiceren? Is er niet iets in de natuur w at lijkt op onze hedendaagse internettechno- logie? Zeker wel: er heeft altijd communicatie plaatsgevonden tussen alle levensvormen. Zelfs in het verre verleden werd universele broe- derschap door de grote wijzen genoemd als een feit in de natuur. Waarom werden telecommunicatie en internet dan pas kortgeleden uitgevonden, en niet 10.000 of 100.000 jaar geleden? In feite werden deze dingen veel langer dan 100.000 jaar geleden uitgevonden door de natuur zelf, zelfs voordat de mensheid de aarde bewandelde. Alle wezens zijn één in dat wat voorbij alle uitdrukkings- vormen van de natuur is, en tegelijk omvatten zij een bijna oneindige diversiteit aan individueel verschillende wezens. Vanaf het moment dat individuele levende wezens ontstonden moet er communicatie zijn geweest. Ieder afzonderlijk wezen – of het nu een mens, een dier, een plant of een mineraal of zelfs een atoom is – heeft het vermogen om met andere te communiceren. We weten dat planeten en sterren dit vermogen hebben: hoewel ze op miljoenen kilometers afstand door de ruimte zweven, beïnvloeden ze ons gedrag – zelfs dat van dieren en planten – ons karakter, onze stemmingen, de gebeurtenissen op aarde en elders, onze successen en mislukkingen. Zoals Hindoes weten stromen prana’s of vitale energieën vanuit de kern van ieder levend wezen. Deze prana’s komen met iedere ademtocht bij ons binnen en bewegen op en neer en zijwaarts door onze lichamen. Ze bewegen door en over onze planeet, via de bergen, rivieren, bomen, dieren, mensen en goden, in en uit de polen van onze aarde, ons zonnestelsel, onze melkweg, en verbinden op die manier ieder individueel schepsel in het heelal. Al deze prana’s zijn geladen met specifieke informatie. Er bestaat een bijzondere pranische verbinding tussen alle spirituele centra op de aarde, net zoals besneeuwde bergtoppen zijn verbonden door hun witheid en zuiverheid. Soms kan in diepe meditatie die schei- ding verdwijnen, en dan wordt communicatie op een subtiel niveau niet langer gehinderd door afstand in ruimte of tijd. Soms weten we dat we communiceren met onze geliefden zonder gebruik te maken van tele- foon of internet, zelfs al bevinden zij zich aan de andere kant van de wereld. Als dat zo is, waar hebben we dan internet voor nodig? Terwijl een spiritueel internet altijd heeft bestaan, leven we nu in een tijdperk van materie en materiële evolutie dat Hindoes kaliyuga noe- men. Wat eens algemeen was, toen ons hart in meer spirituele tijden nog gevoelig was voor de subtielere vormen van prana, is nu getrans- formeerd naar het niveau van de grove materie. Onze zintuigen zijn grof geworden en niet langer ontvankelijk voor de subtiele trillingen van de geest. Maar zelfs in eonen van duisternis zoals het huidige zijn er mogelijk- heden: we kunnen de grovere trillingen van materiële elektriciteit en magnetisme gebruiken om met behulp van onze instrumenten van metaal en kunststof gecodeerde informatie te transporteren. We kun- nen deze technische verworvenheden ten goede gebruiken om bood- schappen van hoge kwaliteit uit te zenden die mensen over de hele wereld met hun zintuigen en denken bewust tot zich kunnen nemen; berichten die mensen kunnen inspireren meer verfijnde gedachten te denken en een zuiverder levenspad te kiezen. Tienduizenden denken- de mensen over de hele wereld zullen de edele meedogende zielen die tot onze planeet behoren helpen in hun nooit eindigende inspan- ning om de gedachteatmosfeer waarin we leven te zuiveren, en zo de evolutie van de mensheid op een meer harmonische en blijmoedige manier te bevorderen dan nu het geval is. Laten we ons bewustzijn en onze websites vullen met egoloze gedachten, en we zullen een bouw- steen hebben geleverd aan het hemelse paleis dat voor ons allemaal is bedoeld. “ *) Met toestemming ongewijzigd overgenomen uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2006. © 2006 Theosophical University Press Agency John van Schaik In het vorige nummer van Reflectie (nr.3, herfst 2006) heb ik het genoegen gehad wel zeer uitgebreid geportretteerd te worden. Een artikel over Rudolf Steiner en maar liefst al mijn boeken zijn besproken. En dan ook nog in de Column Lambèrt de Kwant. Daar krijg ik teveel eer, want daar is de biografie van Wim Schuwirth per ongeluk mijn biografie geworden. Ik ben niet a-religieus opgevoed bijvoorbeeld en mijn goede vriend Wim Schuwirth wel. Dus ter correctie enige woorden over mijn religieuze biografie. Ik ben van 1956 en van stevige en gezonde katholieke bodem. Als jongetje beleefde ik God en alle heiligen in de kerk. Hij was dáár! Tot het Tweede Vaticaanse concilie, toen de priesters tot mijn grote ont- zetting plots in het Nederlands begonnen te praten. Toen begreep ik er niets meer van en verdween God uit de kerk. En ik ook toen ik twaalf was. Naar het mysterie van de aanwezigheid van God heb ik sindsdien altijd gezocht. Toen ik 18 was, heb ik Hem ontmoet. Alle zintuigindruk- ken vielen weg, er was alleen nog maar licht en een soort stem die zei: ‘alles is goed!’ Dat wordt vaker gezegd tegen mensen die een Chris- tuservaring hebben. Het was maar even en toen werd alles weer gewoon. Hij was weer weg. Na vijftien jaar in de verslavingszorg te hebben gewerkt, ben ik Hem opnieuw gaan zoeken. En vond Hem terug in mijn studie middeleeuwse mystiek aan de Universiteit van Antwerpen. Inmiddels was ik lid van de Antroposofische Vereniging geworden. Omdat Rudolf Steiner voor mij een bevredigende verklaring geeft voor mijn Christuservaring. Waar Christus nabij is, is ook het Boze (of hoe je het noemt) nabij, en zo ben ik gaan promoveren op het dualistische godsbeeld van de Manicheeërs en de Katharen. Twee christelijk ‘ketterse’ bewegingen die aan het Boze een ontologische oorsprong geven (al is het wat genuanceerder dan ik hier zeg). In 2004 ben ik gepromoveerd. Inmiddels had ik met een aantal geestes- vrienden in 1995 het Origenes-Instituut opgericht. Het Origenes- Instituut heeft als doelstelling het bevorderen van de dialoog tussen het zogenaamde esoterische en het zogenaamde traditionele/ kerkelijke christendom. Omdat die twee bij elkaar horen. Van het Origenes-Instituut ben ik directeur. En recent ben ik ook nog hoofdredacteur van BRES, tijdschrift voor religie, wetenschap en gnosis geworden. Voorwaar een rijk leven! * * * 24 Reflectie 3(4) winter 2006 Wij zijn bereid te erkennen, dat als de levens- cyclus van een mens is afgelopen en hij de lessen, die de ervaring van een bepaald leven hem moesten geven heeft geleerd, zijn stoffe- lijk lichaam en de innerlijke vorm-aspecten (die tesamen zijn persoonlijkheidsuitdrukking vormen) achteruit zal gaan; in de vorm zelf ko- men afbrekende werkingen tot actie en ten- slotte zal de dood intreden, die tot gevolg heeft, dat het inwonende leven bevrijd wordt om een nieuwe en betere vorm te kunnen op- bouwen... Dat wat voor het individu waar is, is ook waar voor de mensheid. Beschavingscy- cli, zoals die welke wij onze moderne bescha- ving noemen, zijn analoog aan een bepaalde, individuele, menselijke incarnatie met haar be- gin, haar groeiproces, haar nuttige volwassen- heid, haar daaropvolgend verval en dan de dood of het verdwijnen van de vorm. Bron: Alice Bailey - Het naar buiten treden van de Geestelijke Hiërarchie par. 113

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=