1-Reflectie 4(1)vrj07.vp
9 . . . G O D S B E E L D E N . . . Frank Kouwe Tijdens het kerkcongres 2006 heb ik op 29 september een voordracht gehouden over het congresthema“ Godsbeelden”. Een globale samenvatting daarvan is te vinden op de website van de Kerk. Aan de hand van mijn aantekeningen heb ik mijn voordracht iets verder uigeschreven. Niet alles wordt diep uit- gewerkt, omdat de bedoeling van de voordracht vooral was een indruk te geven van de verscheidenheid van beelden. ‘De Waarheid is niet naakt in de wereld gekomen, maar in symbolen en beelden. Op een andere manier zal men de Waar- heid niet ontvangen.’ (Evangelie van Philippus, logion 67). Beelden zijn hulpmiddelen om te komen tot de Waarheid die erachter ligt. Het beeld is niet dé Waarheid. Er zijn heel veel Godsbeelden in de vorm van bijvoorbeeld verhalen, namen en eigenschappen die aan God worden toegeschreven. Een van die eigenschappen is liefde. In onze liturgie hebben wij als leidende gedachte “God als Liefde”. Omdat er niet een beeld is van wat liefde is, is dit Godsbeeld ook niet eenduidig. Zoveel mensen, zoveel opvattingen over wat liefde is. Als we zeggen dat liefde het cement is dat de bouwstenen van de schepping bijeen houdt, hebben we daarmee dan duidelijk ge- maakt wie of wat God is? Diezelfde vraag kunnen we onszelf ook stellen, wanneer we zeggen dat liefde dat is waardoor, on- danks alles, de wereld toch blijft draaien, of dat liefde slechts een ander woord is voor een staat waarin je helemaal niets meer hebt te verliezen. Hoewel ze geen van alle in staat zijn ons pre- cies te laten zien wie of wat God nu werkelijk is, hebben ze wel allemaal gemeen dat ze ons tot nadenken kunnen aanzetten of ons kunnen inspireren. Godsbeelden zijn nooit geheel juist, noch volledig. Ze zijn erg betrekkelijk, maar daarom niet zonder waarde. De waarde wordt misschien wel voor een belangrijk deel bepaald door de wijze waarop we ermee omgaan en door onze geestelijke be- hoefte. Deze zal aan verandering onderhevig zijn, afhankelijk van bijvoorbeeld fases in ons leven. Er zijn eigenlijk net zoveel beelden als er mensen zijn. Geen enkel beeld is toereikend om God te kennen. Eigenlijk is God niet te kennen. Een beknopt en breed beeld van hoe over Godsbeelden wordt gedacht is neer- gelegd in het boekje “Beelden van God” (Lindijder, 1988) In onze ‘ Liturgie’ (N.N., 1951), ‘ Beginselverklaring’ (N.N., 1986) en ‘ Missie & Visie’ (N.N., 2006) maken wij ook gebruik van Godsbeelden. Bij de Invocatie – aan het begin van elke (sa- cramentele) eredienst, of elke liturgische dienst, of elke Heilige Mis; en daar gaat het speciaal om - richten we ons tot de God- delijke Drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest. In het Gloria (bijvoorbeeld Hemels Vorst, Almachtige Vader, Inwo- nend Licht, Wijsheid, Liefde, Kracht, Schoonheid), Credo (God is Liefde, Kracht, Waarheid en Licht), Offertorium (God, de Bron van al wat leeft en goed is). Maar ook in de zeven straal- kaarsen en straalkruisen herkennen we Godsbeelden. In “de Missie & Visie” van onze Kerk geven we een puntsgewijze uit- werking van beelden van God, de Vader, Christus, de Heilige Geest en de Moeder. Godsbeelden zijn ons dus vertrouwd om mee te werken. Godsbeelden in de Bijbel De Bijbel is een boek vol Godsbeelden. In het ‘Oude Testament’ komen we zeer uiteenlopende beelden tegen. Bijvoorbeeld God als Vader, Herder, Koning, Geest, Bron, Rechter, Heerser en Strijder. God is in het ‘Oude Testament’ een actieve God. Hij doet dingen die mensen ook doen en toont net als mensen emo- ties: wandelt, praat, roept, is boos, schreeuwt, wreekt, eist onder- werping, eist gehoorzaamheid, worstelt, straft, troost, beloont en zegent. Daarmee komt God als zeer menselijk over. Maar tegelij- kertijd is Hij ook God en heeft namen als: de Almachtige God, de Allerhoogste God, de Eeuwige God, Heer God, Heer, Heer der Heirscharen. Met de naam wordt uitgedrukt wat iemand in zichzelf is. God heeft prachtige Hebreeuwse namen. Het volgen- de overzicht heb ik samengesteld aan de hand van een publicatie van (R.A. Hakvoort, 1990 en 1991). Naam Betekenis Elohiem God de Schepper die in den beginne hemel en aarde schiep (Genesis 1:1). De almachtige Schepper van het heelal. Elohiem is meervoud van Eloah. Jahweh Ik ben die Ik ben. Ik ben, de eeuwig zijnde. Ik zal zijn die ik zal zijn. Ik ben die Ik eeuwig ben. De Eeuwige, de Onveranderlijke. En ook: de persoonlijke God die in liefde omziet naar de mens, maar aan deze ook eisen stelt, met hem een verbond heeft gesloten. Eljoon De Allerhoogste, de Bezitter van hemel en aarde. Sjaddaj De Almachtige, de gevende God, Hij die altijd voldoende is, zelfgenoegzaam is. Degene die liefheeft, die moederlijke troost geeft. “Sjad” betekent ‘moederborst’. Hier komt dus iets van een vrouwelijk/ moederlijk aanzicht van God naar voren. Eloah Is het enkelvoud van Elohiem. Deze naam verwijst naar Gods uniekheid, dat Hij een rots is en een levende God. Adoon Deze naam en de volgende twee namen leggen de nadruk op de rechten van God op deze aarde. Adoon is Regeerder, Bestuurder, Machthebber, Gebieder. Adoniem Dit is het meervoud van Adoon en betekent Bezitter, met macht over anderen, eigenaar van de aarde. Adonaj Is mijn Heer, aan wie elk mens op aarde is onderworpen, maar ook de Heer die Zijn gedachten van vrede ten uitvoer wil brengen op deze aarde. Jahweh Zebaoth Heer der Heirscharen, in de betekenis van een leger van engelen, maar ook in de zin van soldaten. El Olaam De Eeuwige, de God der eeuwigheden, van ‘de tijden en de gelegenheden’, maar ook Hij die boven alle tijd verheven is. De God die in de tijd een plan volvoert met de mens. Al deze namen geven een veelzijdig beeld van God die in de vertalingen in het ‘Oude Testament’ (Statenvertaling, NBG) niet is terug te vinden. Daarin vinden we namen als: God, HERE, Here, Almachtige God, Allerhoogste God, Eeuwige God, HERE GOD, Here HERE en HERE der heerscharen. Reflectie 4(1) voorjaar 2007
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=