1-Reflectie 4(1)vrj07.vp

geloof omgeslagen in zelf ervaring opdoen. Niet meer klakke- loos achter de dominee of pastoor (ik zou hieraan toe willen voegen, ook niet de goeroe of leraar! – LdK) aanlopen, maar proberen op eigen kracht het goddelijke in mens en natuur te ontdekken. Aanbidding en verering hebben veelal plaatsge- maakt voor meditatie en bezinning. De hunkering naar de er- varing van de oerbron blijkt springlevend, maar wordt in deze turbulente tijden op een meer directe manier nagestreefd.” Toch is religie volgens Pameijer niet dood. Nog altijd im- mers willen mensen in relatie treden met de gemeenschappelijke oerbron, die bij gebrek aan een beter woord met “God” wordt aangesproken. Veel mensen vermijden dat woord, omdat het besmet is door eeuwen van dogmatiek. Je zult toch dogmaticus zijn zeg en met lede, vermoeide ogen, die zoveel dogmatiek verslonden hebben, moeten vaststellen dat al die boekenkasten vol met dogma’s maar betrekkelijk zijn. Dat dogma’s veel aan hun belerende invloed hebben ingeboet. Pameijer zegt, dat men- sen vandaag de dag met erkenning van dat onbestemde heim- wee, liever heel individueel op zoek gaan naar God. In zijn Ten geleide in Prana nr. 159, staat Hein van Dong- en stil bij de Amerikaanse muziekjournalist Arthur Abel, die rond 1895 met de meest vooraanstaande componisten had ge- sproken. Brahms en Grieg stonden er echter op, dat de inter- views pas 50 jaar later mochten worden gepubliceerd, zodat het boek Talks with great composers pas in 1955 verscheen. Je kon rond 1895 maar beter niet veel buiten de kerkelijke kaders treden en dat was voor beide componisten ook de reden dat ze geen publicatie wilden. Wie het boek nú leest, ziet dat er din- gen in worden gezegd die in die tijd mensen hadden kunnen shockeren, maar ook in 1955 zullen mensen hun wenkbrau- wen hebben gefronst, omdat de door hen zo bewierookte com- ponisten eigenlijk vrijdenkers waren. Wie weet wat Bach wer- kelijk over God dacht! Wat te denken van een Brahms die zegt dat, als hij componeert in contact staat met dezelfde geest als waar Jezus zo vaak naar verwees. Richard Strauss beschrijft overweldigende visioenen. “Dan put ik uit de bron van het on- eindige een eeuwige energie waaruit wij allen en alles voort- komen. In de religie noemt men dit God”. En Grieg zegt: “ Wij componisten projecteren het oneindige in het eindige.” Van Beethoven weet ik dat ook hij sprak van een “geest” die hem inspireerde en ook een Mahler sprak niet bepaald in dogmatisch kerkelijke termen, toen hij in een brief aan zijn vrouw Alma over zijn achtste symfonie schreef: “Er is geen eeuwig oordeel, alleen maar liefde…” Hein van Dongen komt in zijn Ten geleide op een terrein waarover ik met mijn goede vriend, componist en musicus Eric G. Guns 2 , vaak spreek: alles is trilling, het heelal bestaat uit getalsverhoudingen geordende frequenties en harmonieën en componisten plukken de muziek dus als het ware uit de kosmos. In zijn in Reflectie gepubliceerde artikel, “Het verbor- gen leven van de cellen”, zegt hij: “Muziek heeft zo zijn eigen engelen. Een toetsenbord bijvoorbeeld bestaat uit herhalingen die iedere keer hoger klinken (octaven). Zo vertelt een toet- senbord het al-chemistisch proces waaraan wij zelf deelheb- ben. De octaven in muziek kunnen we zien als de grotere dimensies van ons wezen waarnaar wij worden opgetild. Op die manier hebben al vanaf de oertijd mensen elkaar opgezocht om samen te zingen en te spelen. Steeds is er ge- probeerd de vermogende kostbare kracht te musicaliseren. Ri- tuelen waarin overal ter wereld mensen proberen zichzelf te verheffen, zijn dan ook een voortdurend opduikend refrein in dit leven.” God als trilling of muzieknoten Eeuwenlang hebben mensen naar woorden gezocht om het on- eindige in hen te benoemen. Veel componisten wisten het al: ze putten uit die oneindige en eeuwige energie waaruit wij al- len en alles voortkomen. Maar ook binnen het christendom waren er teksten die niet direct aan God refereerden. Denk aan dat oude gezang: Morgenglans der eeuwigheid, Licht aan het eeuwig licht onttogen. Het klinkt wat archaïsch, maar het is heel treffend: God als Licht bezongen. Kunstenaars en compo- nisten hebben dit innerlijk weten treffend verwoord en velen van hen moesten dit met hun leven bekopen, want de Kerk had het niet zo op mensen die in andere termen over “God” spra- ken dan het leergezag voorschreef. De westerse traditie, zo stelt ook Pameijer vast, heeft God buiten de mens, in de ge- schiedenis geplaatst. Maar altijd zijn er mensen geweest die weet hadden van die oneindige bron van Licht, die alles door- schijnt en doortrilt en dit in klanken omzet. Zo wordt er in de oude Stanza’s van Dzyan, die overeenkomen met de oude kab- bala, gewezen op ‘de laatste trilling van de zevende eeuwig- heid dat de oneindigheid doordringt. “De trilling snelt voort en raakt met haar snelle vleugel het hele heelal en de kiem die in het duister woont; de duisternis die ademt over de sluime- rende wateren van het leven. ”En dan staat er iets heel moois, zoals dat ook in de kwantumfysica te vinden is: “De duisternis straalt licht uit en het licht laat één enkele straal vallen in de moederdiepte. De straal schiet door het maagdelijke ei, de straal laat het eeuwige ei trillen en dit laat daardoor de niet eeuwige kiem vallen, die zich verdicht tot het wereld-ei. ” “God” als trilling, als principe dat al het leven doordringt. God, misschien wel als muzieknoten… Aanwijzingen uit de wetenschap, zo zegt Pameijer, dragen bij tot de mening dat wij aardbewoners, ronddrijven in een oceaan van bewustzijn. Daaraan ontleent ieder individu zijn hoogst persoonlijk ge- biedje van aandacht, maar daarbuiten strekt zich het giganti- sche levensveld van het universum uit.” Het is dit ‘ weten’ dat altijd gesluimerd heeft in alle religies en verstopt werd in dogma’s, maar nu als een parel weer is ontdekt. We hoeven niet boos te zijn op degenen die ons deze parel zoveel eeuwen onthielden en ook geen paus te vermoor- den, aangezien ook hij met ons meedobbert in die oceaan van bewustzijn en zich dat eigenlijk ook wel bewust is. Het is die oceaan van bewustzijn die als een tsunami de wereld zal overspoelen. Dit maakt de toekomst van de geves- tigde religies onzeker en kerkleiders verkrampt, maar de be- wuste , zich herinnerende mens ontwaakt en is niet te stuiten. Mensen blijven elkaar inderdaad opzoeken, om te zingen en te spelen, om zo uiting te geven aan dat gevoel verbonden te zijn met al wat Is en altijd zijn zal; en de wetenschap dat we, om met Frits Moers te spreken, wij mensen, echo’s uit de toekomst zijn. 1. Johan M. Pameijer: De vergeten waarheid - Christelijke mythen in gnostisch perspectief . Symbolon 2006 2.Voor de muziek van Eric Guns verwijs ik naar diens website: www.ericGmusic.com. * * * Reflectie 4(1) voorjaar 2007 2

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=