Reflectie15-winter2007.vp
Dat wat wij geloven (?) Over de geloofsbelijdenis van Nicea Frank In het begin van het christendom ontstonden vele, van elkaar verschillende geloofsregels, credo’s of geloofsbelijdenissen, maar alleen de latere, vanaf de 4de eeuw, zijn bewaard geble- ven. Ze werden gebruikt als norm bij het onderricht voor de doop en inwijding in de Kerk; degenen die werden voorbereid op de doop, moesten ze uit het hoofd kennen! De structuur van de diverse credo’s was meestal driedelig: artikelen over God de Vader, de Zoon van God, en de Heilige Geest, maar gaf geen expliciete, systematische leer van de Drie-eenheid, al werd wel de onderlinge verbondenheid gegeven. Enkele van deze credo’s komen nog altijd voor in de litur- gieën van de Kerken, in het bijzonder de Apostolische Ge- loofsbelijdenis en de Geloofsbelijdenis van ‘Nicea’. Deze laatste, hierboven volledig weergegeven, is opgenomen in de liturgie van de H. Mis, lange vorm, en is de ‘klassieke’ ge- loofsbelijdenis van Nicea, van het jaar 325. Ontstaansperiode van de geloofsbelijdenis van Nicea Hoewel gekoppeld aan het jaar 325 is dit strikt genomen dit niet juist, want deze geloofsbelijdenis is aangevuld tijdens het concilie van Constantinopel (381) en veel later, tijdens het concilie van Toledo (948), met een nadere precisering van de Heilige Geest: Die voortkomt uit de Vader en uit de Zoon. De Westerse Kerk beschouwt dit – onterecht – als behorend tot de Niceaanse geloofsbelijdenis1. ‘Nicea’ heeft óók een voorgeschiedenis: vóór 325 is veel on- enigheid geweest over het één van wezen met de Vader tegen- over de andere leer van hetzelfde wezen als de Vader . Is het Christendom hiermee dan afgeweken van het monotheïsme dat centraal staat binnen het Judaïsme, waaruit het is voortgeko- men? Immers, in de geloofsbelijdenis is niet alleen sprake van God de Vader, maar ook van God de Zoon in de woorden God van God, Licht van Licht, waarachtig God van de waarachtige God. Het is daarna, tot aan ‘Toledo’, nog moeilijker geworden door de vraag of de Heilige Geest is voortgekomen of uitge- gaan van de Vader (en de Zoon). In een andere visie, die van de Macedoniërs of ‘Geestvechters’, is de Geest te beschouwen als een ‘kracht’ (energeia) niet als een wezen. De werkelijkheid van de drievoudige God – de drie ‘perso- nen’ van God, de Triniteit–- is dus voortdurend en langdurig overwogen, voordat het vaste grond kreeg in het Christelijke denken. Iedere eredienst, ieder Sacrament, wordt gevierd en ver- richt in de Naam van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest – dat gebeurt ook steeds in onze vk.-erediensten. Het blijkt dus, dat de geloofsbelijdenis ‘van Nicea’ (en an- dere) gedurende ongeveer de tien eerste eeuwen van het Chris- tendom tot stand is gekomen, en grotendeels ook de theologie die ten grondslag ligt aan de geloofsleer, inclusief die over de Sacramenten. Maar de theologie ontwikkelt zich voortdurend door dieper inzicht in en kennis van de geloofsbron, de Bijbel. ‘Nicea-Constantinopel’, een voor de Kerken gemeenschappelijke geloofsbelijdenis Is het dan niet verwonderlijk zoveel waarde te hechten en zich te willen houden aan een geloofsbelijdenis, meer dan tien eeu- wen geleden verwoord, en waarin voordien vele ‘amendemen- ten’ zijn aangebracht? . Immers, de ‘4de eeuwse’ geloofsbe- lijdenis van Nicea – beter, maar nog niet correct: van Nicea- Constantinopel – is de gemeenschappelijke geloofsbelijdenis van alle grote Kerken, afgezien van een aantal (kleine) ver- schillen : van de Rooms- en de Orthodox-Katholieke Kerken, de Anglicaanse Kerk en de Protestantse Kerken, en van de Vrij-Katholieke Kerk. Deze geloofsbelijdenis komt voor – als Credo – in de lange vorm van de H. Mis, en wordt daarom ook tot ons geloofsgoed gerekend. Maar dát Credo is bij ons nau- welijks bekend, omdat de korte, en niet de lange vorm van de H. Mis, vrijwel uitsluitend wordt gebruikt, waarin een modern (begin 20ste eeuw!), eigen, vrij-katholiek credo of Acte van Geloof is opgenomen. [3]. De andere reden van het vrijwel onbekend zijn binnen de VKK van deze voor alle Kerken gemeenschappelijke geloofs- belijdenis van N-C is, dat deze ons mogelijk wat moeilijkhe- den geeft: wij kunnen ons er niet in vinden. Maar een toe- lichting kan ‘Nicea’ nader verduidelijken, zoals dat vaak ook nodig is voor de bijbelse teksten, een interpretatie of exegese,
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=