Reflectie15-winter2007.vp
gebruikmakend van kennis en inzichten over de ontstaansge- schiedenis in de toenmalige cultuur. [4] Toelichtingen bij de geloofsbelijdenis Deze ‘klassieke’ belijdenis van Nicea-Constantinopel tracht het christelijk geloof kort en bondig samen te vatten. Dat ge- beurt in vier artikelen die handelen over God, Jezus Christus, de Heilige Geest en, samengebracht in het laatste artikel, over Kerk, Doop, wederopstanding en ‘het leven in de komende eeuw’. Dat is op zich praktisch het hele geloof, maar de uit- werking daarvan ontbreekt natuurlijk. Iedere Kerk interpre- teert het op eigen wijzen, en geeft – zoals al even genoemd – ook een enkel ander woord of andere toelichting. We zullen hierop ingaan, zij het summier – dat kan niet anders waar het het hele christelijk geloof betreft. De geloofsbelijdenis begint dus bij God – ook zo bij onze vrij-katholieke Akte van Geloof [3]. Beginnen bij God was al het geval bij de vroegste verwoordingen daarvan: de Apostoli- sche geloofsbelijdenis (‘Ik geloof in God de Vader, de Al- machtige’). Na God, in een Heilige Drievuldigheid nader ver- woord, komt pas de mens zeer summier ter sprake. In latere eeuwen, tot in de huidige, is uitgebreid en in detail op de mens ingegaan, zoals over diens zondigheid, genade en vergeving, voorbeschikking, opstanding op de laatste dag, en ook nader over Jezus Christus, diens kruisiging, zijn (zoen)offer, opstan- ding, hemelvaart en wederkomst. Hieraan wordt in dit artikel geen nadere aandacht geschonken; wel volgen enkele korte toelichtingen bij de vier artikelen van ‘Nicea’. 1 e. Almachtig God, de almachtige Vader - daar begint de belijdenis mee. Wat wordt hier met ‘almachtig’ (omnipotens) bedoeld? In het algemeen verstaan: ‘God is almachtig, Hij kan alles’. Maar dit kan logisch gezien niet juist zijn, zoals met een bekende historische vraag en het antwoord wordt aangetoond: ‘Kan God een steen scheppen die zo zwaar is, dat Hij die niet kan optillen’? ‘Als Hij zo’n zware steen niet kan scheppen, dan is Hij niet echt almachtig; en als Hij het wel kan, dan is er iets anders wat Hij niet kan: die steen optillen’. God kan dus niets doen wat logisch onmogelijk is, of anders bedacht: God kan niets doen wat niet strookt met zijn goddelijke natuur. En een weer wat andere, 13de eeuwse benadering van Gods almacht maakt onderscheid tussen de absolute en de ge- ordineerde almacht van God: voordat Hij orde had gesteld met de schepping van de wereld – die tot het einde der tijden zal standhouden – had Hij absolute almacht door te kunnen kiezen tussen wel of niet scheppen. Daarna had Hij die beide moge- lijkheden niet meer, want alleen één mogelijkheid blijft over in de manier waarop God de schepping ordent. In onze liturgie komt ‘God Almachtig’ voor in de eindze- gen van de H. Mis (de ‘gewone’ Mis, de Huwelijksmis en de Requiemmis), en bij elke wijding. Dus in de VKK wordt dui- delijk, ook door ons, aan God almacht toegekend, een almacht die als het ware op ons wordt overgebracht in het ‘In Uw sterkte – d.i. in die van de Heilige Geest – vermogen wij alle dingen’ (aan het eind van de ochtenddienst, de Prime). 2e. Jezus Christus, … één van wezen met de Vader, door Wie alles gemaakt is, Die voor ons mensen en voor ons heil neergedaald … vlees heeft aangenomen uit de Heilige Geest en de Maagd Maria, …voor ons gekruisigd. Van hem wordt gesteld dat hij volledig God is en volledig mens, en daarmee geplaatst in de geschiedenis. Jezus is een historische figuur, geen mythe. Hij is een bijzonder mens, één met God de Vader, met twee ‘naturen’, later nader gekarakteri- seerd als ongemengd, onveranderd, ongedeeld en ongeschei- den. En ‘door Wie alles gemaakt is’ sluit goed aan bij het Woord, de Logos, uit de proloog van het evangelie van Johannes.(1:1-14). Dat hij geboren is ‘uit de Heilige Geest en de maagd Maria’ sluit een natuurlijke geboorte, uit Maria, niet uit, als wij bedenken dat met ‘maagd’ een huwbare vrouw wordt aangegeven. Maar vrij algemeen wordt die formulering opge- vat als een miraculeuze geboorte waarbij geen bevruchting door een man heeft plaatsgevonden. De meeste (?) vrij-katho- lieken echter verstaan dat er niét onder. Hier is dus wel enige ruimte voor een andere visie. Het ‘voor ons gekruisigd’ hebben velen gezien als een offer van Jezus Christus: het lam Gods, het Agnus Dei, hoewel het niet in dié betekenis tot uiting komt in de geloofsbelijdenis. De offergedachte is van meet af aan in het christendom zeer nadrukkelijk uitgesproken. In het begin van het vierde evangelie treedt Johannes de Doper op, en hij spreekt – tot tweemaal toe – over Jezus als lam van God (dat de zonde van de wereld wegneemt), dus als offer (Joh 1:26,36). Het verwijst naar het ritueel offeren van dieren als specifiek religieuze daad. In de algemene brieven wordt de offergedachte overge- nomen en herhaald (Ef 5:2; Heb 9:28), maar krijgt ook al een innerlijke inhoud wanneer het ter navolging wordt voorgehou- den: ‘een heilig priesterschap te vormen om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.’ (1 Pe 2:5). De kerkvader Augustinus (354-430) benadrukte de eerdere, unieke en direct met Christus verbonden betekenis: ‘Christus werd tot een offer voor onze zonde gemaakt en bood zichzelf aan als een totaal brandoffer op het kruis van het lij- den.’ In het consecratiegebed van de H. Mis, na de consecra- tie, biedt de celebrant onze offerande aan ‘indachtig aan het onuitsprekelijk offer’ van Christus, God de Zoon. Hierop verder ingaan voert nu te ver. Dan blijft nu nog de vraag onbeantwoord – al of niet juist gesteld: “Hoe kan het offer van de dood de zonden van de we- reld wegnemen en daarmee ook nog verzoening met God tot stand brengen?” 3e. Katholiek Dit woord treffen we niet aan in het Nieuwe Testament; het komt van het Grieks kath holou of ‘van het geheel’, dat in het Latijn vertaald werd door catholicus hetgeen ‘universeel, algemeen’ betekent. In de wat oudere uitgaven van de Bijbel worden in het Nieuwe Testament de brieven die niet aan een specifieke groep of persoon gericht zijn, gegroepeerd onder ‘Katholieke Brieven’, en dat speciaal in uitgaven van rk-huize. De protestantse bijbeluitgaven spreken van ‘Algemene Zendbrieven’. In het Nieuwe Testament wordt ‘algemeen’ ner- gens gebruikt voor de Kerk als geheel, zoals dat het geval is in de N.-C. geloofsbelijdenis. Het Latijnse ekklesia, waarvan het Nederlandse woord ‘kerk ‘is afgeleid, verwijst naar plaatselij- ke kerken of groepen van christenen. Maar de verschillende ekklesia’s werden wel beschouwd deel te zijn van het geheel- van de algemene of katholieke Kerk. In het Consecratiegebed
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=