Reflectie15-winter2007.vp
dracht. Daardoor ontwaakte hij en slaagde hij erin de kostbare parel, zijn hoger Zelf ofwel de Christus-in-ons, terug te vinden en thuis te brengen. Geen zoenoffer Lang voordat keizer Constantijn zich tot het christendom be- keerde en de Kerk van Rome naar het model van het Romeinse Keizerrijk werd gereorganiseerd, waren de gnostici deze me- ning al toegedaan. Zij geloofden niet in het zoenoffer, omdat zij de erfzonde verwierpen. Volgens de leer van de erfzonde had Eva de benarde situatie van het mensdom op haar geweten. Tegen het verbod in at zij van de boom der kennis. Haar gnosti- sche afspiegeling Sophia, voltrok slechts wat noodzakelijk was. Zij zette de kringloop in werking en stimuleerde de mensheid om de wortel van goed en kwaad te zoeken teneinde deze twee tegendelen in elkaar te doen oplossen. Uiteindelijk doel: de be- wustmaking van het goddelijke in de mens. De twee moeten één worden, zei de Jezus van het Tho- mas-evangelie. Dat werd doel en zin van de gnosis. Want een- wording betekent verlossing, bevrijding van de tweedracht, maar dat mochten we niet aan Jezus de Christus overlaten. Hij leefde ons een gnostisch leven voor en raadde ons aan zijn kruis op te nemen en hem na te volgen. Met deze beeldspraak reikte hij ons een belangrijke metafoor aan. Hem volgen bete- kent niet anders dan zijn scholingsweg gaan, teneinde tot op- standing van de geest in onszelf te komen. Zoektochten De gnostici geloofden niet zoals de kerkelijke Christenen, nee, zij wisten. Zij waren op de hoogte van de ‘Val van Sophia’, de onderdrukking in de materie, haar zoektocht en uiteindelijk de verlossing. Ook Maria, de bijbelse moeder van Jezus, moest zoeken. Zij zocht haar twaalfjarige zoon die, predikend in de tempel, zich aan het ouderlijke toezicht had onttrokken. Zoektochten komen in alle mythologieën voor. Psyche zocht naar Eros, Demeter was op zoek naar haar dochter Per- sephone, Orpheus zocht zijn verdwenen geliefde Eurydice. Maria zocht haar twaalfjarige Zoon, en wij, de mensheid, zoe- ken naar de spirituele bron van ons bestaan. Dat is Gnosis, Kennis verwerven omtrent datgene wat ver- borgen is. En vooral: leven in Wijsheid. Daarom zegt Jezus (volgens Thomas): “Ken wat u voor u ziet en wat voor u verborgen is, zal u geopenbaard worden. Want er is niets verborgen wat niet openbaar zal worden.” Dat is precies waar de gnosis voor staat: Zelfkennis. Want zelfken- nis, zo beweren de gnostici, is godskennis. De Jezus van de evangeliën bedoelde hetzelfde toen hij zei: “Hebt uw naaste lief gelijk uzelf”. Liefhebben is Kennen. Zelfkennis wil zeggen: van jezelf houden. En daarmee wordt bedoeld: openstaan voor je tekortkomingen, ze eerlijk onder ogen zien en ermee aan het werk gaan. Zij zijn de vijanden die wij lief moeten hebben. De vijanden bevinden zich niet buiten ons, maar bewonen de eigen ziel. Zelfkennis opdoen is hetzelfde als de zelfverwerkelijking, de speerpunt van de Jungiaanse psychologie. Wie het Zelf wil verwerkelijken, zal eerst alle blokkades moeten opruimen. Zoeken is: veel opruimwerk verrichten. Daarop doelde het Jezus-woord uit het Thomas-evangelie: zoeken en vervolgens verontrust worden. Dat is wat de gnostiek ons leert. Niet zelfvoldaan achter- over leunend in het onwrikbare geloof dat Gods genade wel over ons zal komen, maar zelf aan het werk gaan. De gnosis ziet Jezus niet als zoenoffer, maar als wegbereider. Word voorbijganger In het Thomas-evangelie vat hij zijn hele leer samen in twee woorden: “Wordt voorbijgangers.” Talm niet, maar zet je zoektocht voort. En stop niet met zoeken totdat je vindt. Je zult dan vast en zeker verontrust raken, maar uit de verontrus- ting rijst de verwondering op en ... je zult een koning van de geest zijn. Verontrusting, waarom? Onbevangen zoekend in het eigen zielenwezen, stuiten wij on- verwijld op onze tekorten, onze trauma’s, fobieën en conflic- ten. Wij ontmoeten onszelf zoals we niet willen zijn. Allemaal verdrongen materiaal, zou Jung zeggen, kennis over onszelf waar we ons diep voor zouden schamen, als het aan het licht kwam. Toch wordt ons gevraagd om deze onbewuste inhou- den onder ogen te zien. Wie zijn wij, waarom zijn wij zoals we zijn, wat is de zin van ons bestaan. Waarom sterven wij en wat is leven? Het juiste antwoord op al deze vragen komt voort uit inzicht. In ons diepste wezen zijn wij goden in wording. Op tal van plaatsen komen wij deze vaststelling tegen. In ons collectieve, nu nog onbewuste, ontmoeten wij de goddelijke archetypen, de stille bewoners van de individuele ziel. Sophia daalde met ons uit de hoogste regionen neer tot in de materiële wereld en begeleidde ons op onze lange evolutiereis. Zelfs haar reputatie offerde zij op om via ons de goddelijke Vader te leren kennen. En zoals veel esoterische stelsels ons leren, deed zij dat omdat God zichzelf wilde kennen. Sophia bewoont in haar volle spirituele diepte de menselij- ke ziel. Zij bestaat niet veraf in een soort abstract universum, maar leeft in ons zoals ook haar goddelijke Zoon, Christus of het hoger Zelf het kernwezen is van onze spirituele ziel. Daar zetelt de levenskracht, die ons ook na de dood van het lichaam bewust doet zijn en die met ons meegaat door alle incarnaties heen. Dat is de ware betekenis van het gnostische alternatief, dat zoveel onrust en agressie opwekte in de traditionele Kerk. Gnosis plaatst de grote, goddelijke gestalten van de we- reldreligies niet buiten de mens in de geschiedenis, maar ze maken deel uit van de menselijke ziel en zij willen gekend worden. “Wanneer u uzelf kent, zult u worden gekend”, be- looft Jezus in het Evangelie van Thomas, want “U zult weten dat u zonen bent van de Levende Vader.” Leerschool voor de ziel Dikwijls wordt gnosis verward met een stelsel van ingewik- kelde, nauwelijks toegankelijke mythen, hun oorsprong vin- dend bij een Algoede, onbenoembare Alvader, en een kwaad- aardige Demiurg, de schepper van een wereld vol lichamen die als een gevangenis van de ziel dienen. Dat maakt de gnos- tische wereldbeschouwing tot een even benepen religie als het in dogma’s vastgelegde kerkelijke geloof. In werkelijkheid is gnosis: Kennis, pure Wijsheid, de Wijsheid die deze schep- ping bouwde als een leerschool voor de zielen. Elk porfieren zuiltje in de Aya Sophia symboliseert een in- dividuele ziel en het invallende licht door de ring van venster- tjes rondom de koepel staat voor het altijd aanwezige godde- lijke Licht in de mystieke ruimte van iedere ziel. Zo ontmoette ik in dit grote, eerbiedwaardige en oeroude gebouw de ziel
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=