Reflectie 5(2).vp
op Discovery Science terecht, waarop zoals gezegd, dit lange pro- gramma over BDE’s werd uitgezonden. Ik nam het meteen op en keek er de volgende morgen nog eens naar en maakte enkele aan- tekeningen, om deze in mijn column te verwerken. Wat mij opvalt, is dat een dergelijk, genuanceerd programma nog niet op de Nederlandse tv te zien was. Hopelijk verandert dat nu. Het toont aan, dat er wetenschappers overal ter wereld onder- zoeken doen naar BDE’s. Ook voor BDE’ers zelf moet het een bemoediging zijn dat hun ervaring met het Licht echt was. BDE’s zijn eigenlijk intense Licht-Ervaringen (ILE’s) die de levens van mensen voorgoed en ingrijpend veranderden. De wetenschap zal ook steeds meer ontdekkingen gaan doen over de werking en de functie van het Licht. Licht, kleuren, spelen in de bijna-dooderva- ring een wezenlijke rol. In dit verband denk ik aan een uitspraak van Vicky Wall “Waarheid is dat wat aan de mens onthuld wordt als het licht van het bewustzijn erop valt." Is dat niet wat er tijdens een BDE gebeurt? Voor veel wetenschappers, zoals de Leidse anesthesioloog dr. Gerarld Woerlee, zijn deze ervaringen hallucinaties van een stervend brein, maar misschien is er ook een andere ver- klaring mogelijk. Een kleine, groeiende groep wetenschappers meent nu te kunnen aantonen dat bijna-doodervaringen echt zijn; ze voeren mensen mee naar een andere dimensie. Woerlee heeft ook BDE onderzocht. Voor hem kunnen deze uitzonderlijke ervaringen prima verklaard worden door lichamelijke processen. Een bovennatuurlijke verklaring is volgens hem onnodig. Dood is dood. Professor in de zweefkunde? Tekenend in dit verband is de felle reactie van Jan Willem Nienhuys op het boek “Onsterfelijkheid. Van twijfel naar ze- kerheid” van Ilja Maso, hoogleraar wetenschapstheorie aan de Universiteit voor Humanistiek. De kop boven. het artikel van Nienhuys, zegt al genoeg: “Ilja Maso is onsterfelijk”. Het cy- nisme spat ervan af! (Skepsis-blog d.d. 24 december 2007) Nienhuys schrijft: “Na de eerste pagina van Onsterfelijk- heid: van twijfel naar zekerheid blijkt al dat verder lezen over- bodig is: ‘Er zijn momenten dat ik het idee dat het met mijn dood gewoon is afgelopen, bijna ondraaglijk vind. Dan lijkt mijn hele leven, ja alles, geen enkele zin meer te hebben.’ (p.12) Ik kan het niet helpen, na zo’n opmerking vind ik het bijna on- draaglijk nog aandacht te moeten schenken aan de zielenroerse- len van zo’n egocentrische figuur.” [wat een niveau! LdK] “Maso begint,” zo vervolgt Nienhuys, “met de argumenten tegen een leven na de dood. Hij vindt dat die het beste staan uitgelegd in Immortality (1991) van de Amerikaanse filosoof Paul Edwards. Het sterkste argument is natuurlijk dat van de natuurwetenschappen: wat wij geest noemen kan niet bestaan los van de hersenen.” Hier slaat Maso volgens de geïrriteerde Nienhuys zijn eerste flater. “Maso denkt dat de hersenen fun- geren als een soort tv-ontvanger. ‘Net zoals de televisie een middel is om televisiegolven waarneembaar te maken, zouden de hersenen een middel zijn om dat met de geest te doen.’” (p.31) Waarom is dit zo dom? Vraagt Nienhuys zich af. Alles wat veranderingen teweeg kan brengen in de fysische wereld, hoort in zijn visie, bij die fysische wereld, en zeker als die ver- anderingen voorspelbaar en controleerbaar zijn. “De televisie- golven horen gewoon bij de materiële wereld. Het probleem dat iets onstoffelijks met tamelijk grote precisie zenuwen moet aanvuren of afremmen blijft, en er komt nog een probleem bij: om de onstoffelijke geest op de hoogte te houden van wat de zintuigen waarnemen, moeten er ook signalen verzonden wor- den van de hersenen naar die geest. In de fantasie is dit inten- sieve dataverkeer geen probleem: ‘Misschien is dat [fijnstof- felijkheid] een soort ’stof’ dat met de huidige middelen niet waarneembaar is, of bestaat het op een trillingsniveau of in een dimensie waarin detectie vooralsnog niet mogelijk is.’ Het is het goede recht van critici als Nienhuys kritiek te le- veren op opvattingen waarmee hij het volstrekt oneens is. Scherpe polemiek is van alle tijden en is, mits op niveau en niet kwetsend, prima, maar ik verwonder mij over het niveau van een man als Nienhuys. Zoals hij zo denigrerend spreekt over ‘de zielenroerselen van zo’n egocentrisch figuur die in zijn ver- krampte visie natuurlijk geen hoogleraar kan zijn aan de UvH.” Nienhuys: “De Universiteit voor Humanistiek gun ik natuurlijk wel een professor in de zweefkunde, maar het is me een raadsel dat diens leeropdracht ‘wetenschapstheorie’ heet. Daarmee maakt de UvH zich onsterfelijk belachelijk.” Ook de voorzitter van het Humanistisch Verbond, Rein Zunderdorp, veegt de vloer aan met het boek van Maso: “Mij was eerst niet duidelijk of het boek over onsterfelijkheid van Ilja Maso en de presentatie daarvan tijdens een symposium van de Universiteit voor Humanistiek serieus bedoeld was of een grap. Inmiddels gaat Maso onverminderd door met het zoeken van publiciteit, hoewel de zweem van intellectuele Spielerei rondom zijn optreden blijft hangen. Zo lezen wij op 21 december in ‘Trouw’ dat hij verbaasd is dat mensen niet meteen begrepen dat zijn boek niet wetenschappelijk bedoeld was: hoe konden zij dat nu denken van een hoogleraar weten- schapstheorie? Reflectie neemt het op voor mensen als Maso die we bin- nenkort aan het woord laten. We verzetten ons tegen een ten- dens om alles wat met metafysica of spiritualiteit te maken heeft, belachelijk te maken en mensen die daarmee bezig zijn als een stel idioten te kwalificeren. Het hoort kennelijk in een tijd, waarin iedereen alles meent te kunnen zeggen en te mo- gen kwetsen. De toon zegt iets over de angst van mensen als Nienhuys dat hun hele wereldbeeld in zou kunnen storten. De onmogelijke claim dat de wetenschap alles kan verklaren en dat er geen ruimte meer is voor spiritualiteit is moeilijk vol te houden. De wetenschap is in haar claims te ver doorgeschoten en het wordt daarom hoog tijd spiritualiteit weer terug te breng- en in het dagelijkse leven. Natuurlijk kan niet alles wetenschap- pelijk bewezen worden, maar vandaag de dag zijn er wetenschappers van allerlei pluimage (natuurkundigen, psycho- logen, wijsgeren) die ontmoetingen organiseren met niet-weten- schappers zoals kunstenaars, mediamieke mensen en kerkleiders, om gezamenlijk naar antwoorden te zoeken waar- mee de samenleving worstelt. Dat is een andere benadering dan die van Nienhuys cs die van mening zijn dat wetenschappers met gemeenschapsgeld betaald worden en zich daarom niet met “baarlijke nonsens” moeten bezighouden. Maso kiest in zijn boek positie tégen de intellectuele mainstream á la Nienhuys, die zich onsterfelijk in de kaart heeft laten kijken… * * *
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=