Reflectie 5(2).vp

‘Je suis celui qui est’, en wat verder: ‘Je suis’ m’a envoyé . En- zie boven: ‘Ik ben die is’, en wat verder: ‘Hij die is’ zendt mij naar u Nog andere vertalingen geven: Ik ben die Ik eeuwig ben, Ik ben de eeuwig Zijnde, of de Eeu- wige,of de Onveranderlijke. God is Wat God in zijn zelfopenbaring ‘zegt’ is hier in de verschillen- de vertalingen weergegeven; de verschillen lijken klein, maar m.i. is de meest wezenlijke daarvan ‘Ik ben die ik ben’, of kor- ter ‘Ik ben’.Vragen we ons dus af wie of wat God is, dan is het meest openbarende ‘God is’. Voor de mens echter, onvoltooid als die is, zouden we moeten spreken van ‘wordt’. De mens wordt, kent in het heden het verleden, en heeft toekomst; de mens verandert voortdurend en ontwikkelt zich, wordt uitein- delijk volmaakt – zo geloven wij. De zeer invloedrijke Italiaanse theoloog Thomas van Aqui- no , verwijzend naar de Godsopenbaring aan Mozes (Ex 3:14,) achtte toen ook – in de 13 eeuw – de meest geschikte naam van God ‘qui est’, dus degene ‘die is’: God is. Misschien is het wel het meest wezenlijke om zó over God te spreken. Als het eeuwig ‘zijn’ neemt Hij niet deel aan de tijd. Voor God ligt niets in het verleden en niets in de toe- komst, alles is in het nu. Daarom is er sprake van ‘is’. Ruimte- lijke beperkingen zijn er evenmin voor God; Hij is overal en hier, in de wereld, in de mens, al is het beter te zeggen dat de wereld in God is dan God in de wereld. Wij zijn een lange weg gegaan om iets wezenlijks naar vo- ren te kunnen brengen over God, al zal dat niet voor eenieder een bevredigende benadering zijn. We kunnen nu de vraag stellen of we daarmee nader tot God zijn gekomen. Dat im- mers is het verlangen van de religieuze mens die zich richt tot God, Hem looft en dankt en aanbidt, en tot Hem spreekt in ge- bed. In de liturgie van de erediensten van de kerk, in het bij- zonder die van de heilige eucharistie of dankzegging (!), is het Gloria een intense verheerlijking en dankzegging tot God, en ook in de Prefatie – ‘dat wij te allen tijde en overal U danken – Heer, heilige Vader, almachtig en eeuwig God’ , en dan ‘roemen en verheerlijken wij Uw glorievolle Naam – de Naam die boven alle namen verheven is – ‘U altijd lovend’; en ‘bidden U onze liefde en toewijding voor U te aanvaarden ..’ Het is een persoonlijk spreken tot God, tot God als een persoon; Hij wordt aangesproken met Heer (Adonai), Vader, Almachtige, vorst, koning, herder en met andere namen gang- baar sinds eeuwen in het christendom en voordien in het Ju- daïsme. Religie betreft een persoonlijke relatie tot God, met persoonlijke woorden of woordeloos, in stilte. Hoe kan het an- ders dan persoonlijk? Dat sluit niet uit een zoeken naar God en ervaren van God in termen van ervaringen die bestaan tussen mensen als opgenomen in de aanwezigheid van de ander, met al wat leeft, omhult in liefde, licht en warmte, als barmhartigheid, mededogen en steun of kracht. En bij deze ‘persoonlijke’ benaderingen tot God is geheel onze intuïtieve visie op God als de onkenbare ‘God die is’ bij- na paradoxaal genoeg, niet strijdig of onmogelijk, al gaat het ons bevattingsvermogen verre te boven. . * Verwijzingen Naar artikelen in Reflectie wordt verwezen door een cijfer tus- sen [..], en hieronder met de titel van het artikel. Van het be- treffende nummer van Reflectie is gegeven: jaargang(nummer), bladzijden, auteur indien niet die van het huidige artikel, periode en jaartal. Noten * * * * * * * * *

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=