Reflectie-18.vp
· Het evangelie van Thomas, zeer spectaculair, bevat een groot aantal spreuken, gelijkenissen en korte gesprekken waarin Jezus aan het woord is. Hoewel bekend was dat er een evangelie op naam van Thomas bestaat (Hippolytus, Origenes, Eusebius verwijzen ernaar), was dit geschrift tot 1945 praktisch geheel onbekend. Is Thomas wel gnos- tisch? Af te meten aan het voorkomen van een allerhoogste God én een lagere schepper in de meeste gnostische wer- ken, zien we dat dit onderscheiden niet nadrukkelijk voor- komt in Thomas. Het bevat geen uitgewerkte mythe, zoals in het Geheime boek van Johannes. Gnostisch in Thomas is wel waar Jezus over zijn leerlingen zegt dat zij van het Koninkrijk zijn en afkomstig van het Licht, dus over het voor-bestaan van hun zielen in de hemel. · Het evangelie volgens Filippus, een verzameling van 127 spreuken, overwegingen en interpretaties van teksten uit het Oude en Nieuwe Testament. Ook van dit evangelie was bekend dat het bestond en dat de Manicheeën het gebruik- ten. Veel zinspelingen op een uitgewerkte mythologie. · Het evangelie der Waarheid, dat geen titel draagt. Irenaeus, in Tegen de ketterijen, gaf er deze naam aan. Veel van deze gnostische geschriften, van Nag Hammadi en daarbuiten, dateren van ná 200 n.Chr, mogelijk met vroegere, oorspronkelijker versies, zoals die van het evangelie van Tho- mas dat waarschijnlijk zelfs stamt van vóór de synoptische evangeliën (van Mattheus, Marcus en Lucas; jaren 60-70 ). Nader over gnosis en de canon In het gnosticisme, in het bijzonder het stelsel van Valentinus, maar ook in die van anderen, werd onderscheid gemaakt tus- sen God de Vader van Jezus Christus en de God van het Oude Testament, een lagere god, de demiurg, die uit de volheid (het pleroma) is voortgekomen. Deze god schiep de mens uit ziel en stof, naar zijn beeld en gelijkenis. De demiurg is dus de we- reld-schepper, de schepper van de aarde. Voor het vroege Christendom was het Oude Testament gezaghebbend in de vi- sie dat God de Schepper is van hemel en aarde en ook de God en Vader van Jezus Christus is. Dus wel de schepper van he- mel en aarde, maar verder niet verheven genoeg, wel recht- vaardig, maar niet goed. De opstanding der doden identifice- ren de gnostici met het verwerven van ware kennis, gnosis. Als de Kerk was meegegaan met de gnostische scheiding tus- sen de God van het Oude Testament en de Vader van Jezus Christus, dan was daarmee de band met het volk Israel doorge- sneden. Jezus was dan niet in de lijn van de oudtestamentische profeten opgetreden, en had een geheel nieuwe, afwijkende hemelse boodschap gebracht. De vroege Kerk bestreed fel de gnosis. Daarvoor was no- dig aan te geven wat de ‘echte’ overlevering aangaande Jezus Christus de Heer inhield. Norm hierbij was: van apostolische oorsprong. Dus als ‘echt’ werden alleen de geschriften van de apostelen beschouwd en die van hun directe leerlingen, de ‘ontwijfelbare dragers van de H. Geest’. Dit hield in dat ca. 150 n. Chr alleen canoniek waren: de vier canonieke evangeli- ën, de brieven van Paulus, de Handelingen van de Apostelen en de Openbaring (van Johannes). D.w.z. het gehele Nieuwe Testament was toen al vastgelegd, met uitzondering van de ‘algemene zendbrieven’ (protestante benaming) of van de ‘katholieke brieven’ (rk benaming). Wel vrij algemeen erkend waren 1 Petr, 1 + 2 Joh, maar de Brief aan de Hebreeën werd niet erkend in het Westen, wel in het Oosten. Daarentegen was er wel een boek ‘Herder van Herman’ bekend dat verloren is gegaan. Voor het einde van de openbaring, verwoord in de Bijbel, geldt ca 380 n.Chr; de openbaring werd toen dus als definitief afgesloten beschouwd. Het Nieuwe Testament bevatte toen – en bevat nu – zevenentwintig canonieke boeken, niet meer, niet minder. Tot slot Tekenen van renaissance van het Westerse Christendom zijn m.i. te vinden in de herwaardering van de vroegchristelijke ge- schriften waartegen het vroege orthodoxe christendom fel ge- kant was en die daardoor niet zijn opgenomen in de Bijbel als canoniek. Die geschriften zijn grotendeels bekend en goed beschik- baar, in het bijzonder door de vondst van de ten dele gnosti- sche Nag Hammadi bibliotheek, midden vorige eeuw. De vernieuwing van het (Westerse) Christendom zou dus samenvallen met de renaissance van het vroegchristelijke gnosticisme. Daartoe draagt zeker bij de huidige spirituele ge- richtheid van velen, ook jongeren, in de samenleving. Vanuit de Kerken zelf, georiënteerd als deze zijn op de Bijbel, is geen vernieuwing van het christelijk geloof te verwachten, tenzij (een deel van) de verworpen vroegchristelijke (gnostische) ge- schriften in de Bijbel wordt opgenomen, ook al bevat de huidige Bijbel gnosis in een wat verborgen vorm. In de VKK worden in enkele kerkgemeenten – voor een proef periode – de lezing(en) tijdens de H. Mis genomen uit andere bronnen dan de (canonieke) Bijbel, in het bijzonder uit de Nag Hammadi geschriften. De geselecteerde teksten uit deze NH bibliotheek, en mogelijk uit andere vroegchristelijke bronnen, zullen na die proefperiode mogelijk worden ‘gecano- niseerd’. Daarmee beschouwt de VKK in feite de canon van de Bijbel al als een open canon. * * * Verwijzingen en Literatuur 1. Het christelijk fundamentalisme, voornamelijk in Noord Amerika; het neo-calvinisme, via de Nederlander Abraham Kuyper (1837-1920), is in de VS niet onbekend. 2. Canon, naar het Grieks voor regel, richtsnoer. 3. The canon of the New Testament - its Origin, Development and Signifi- cance. Bruce M. Metzger, Clarendon Paperbacks, 1987; 326 p 4. De Nag Hammadi geschriften - een integrale vertaling van alle teksten uit de Nag Hammadi codices en de Berlijnse codex, J. Slavenburg, W. Glaudemans, 2004/2005, 3e druk, Ank-Hermes, 1200 p. 5. Christianity not Mysterious, John Toland, Oxford 1699 In een vervolgartikel, in een van de komende nummers van Reflectie, zal worden nagegaan waaruit die vernieuwing zou kunnen bestaan. Zeker, gnosis zal dan ook aan de orde komen, wel wetend dat het gnosticisme zeer divers is, en niet alles daaruit relevant en van belang is . * * * *
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=