Reflectie 5(4) winter 08.vp

Wie heeft er gelijk? Lucas, Matteus, of toch allebei? Johan Pameijer De sterrenhemel boven het Ebroesgebergte fonkelde en vonkte alsof ze de drie Iraanse wijzen wilde wakker schudden. Maar de drie sliepen niet. Zojuist hadden ze het boek der boeken gevon- den in een van de grotten en nu zaten ze op een rots en sloegen de perkamenten bladen een voor een om. Nooit eerder had een levend oog een blik in deze bladen geslagen. De oeroude ge- schiedenis van de boeken stond de drie astrologen helder voor de geest. Net als hun verre voorvaderen kenden ze de overleve- ring. Aan het begin der tijden gaf de godheid het boek over de geheimen des levens aan de hemelse mens Adam en die liet ze op zijn beurt na aan zijn zoon Seth, met de opdracht ze te ver- bergen op een geheime plek. Veel later, als de tijd er rijp voor was, zou iemand ze ontdekken. Die tijd was nu aangebroken. Met waardige eerbied namen de drie wijzen de inhoud tot zich. Langzaam maar zeker ontrolde zich het mysterie van le- ven en dood onder hun ogen. Toen viel hun blik op een onver- hoedse mededeling. Een felle ster aan de hemel zou de weder- geboorte van een goddelijke persoonlijkheid aankondigen. De drie wijzen kenden hem als de Saoshyant, de wedergeboren Zarathustra. Ergens in het Oosten zou de ster verschijnen en wie de moed kon opbrengen de ster over de onbegaanbare bergpaden te volgen, was het vergund de plaats van de godde- lijke geboorte te ontdekken. Vanaf dat tijdstip speurden de drie wijzen iedere avond de nachtelijke hemel af. Duizenden sterren brachten het univer- sum nabij. Knipogend ondersteunden ze de drie magiërs bij hun meditaties. Plotseling ontwaarden ze een ster, die de aan- dacht trok en zichtbaar groeide. Langzaam bewoog zij langs het zwerk en zij ging in westelijke richting. Snel maakten ze hun reisbagage gereed en togen ze op weg, de drie wijzen uit het oosten. Tot zover een oude Iraanse legende uit de traditie van Zarathustra. Iraanse gasten Matteus nam het estafettestokje over en vertelde hoe de drie wijzen, geleid door die wonderbaarlijke ster, Palestina binnen- trokken. Zoals het behoort, meldden ze zich eerst bij koning Herodes, niet beseffend wat zij daarmee ontketenden. Het ge- rucht van de geboren koning deed de jaloerse vorst verstijven. Een gevaarlijke concurrent als dit kind kon hij zeker niet tole- reren. Maar tegenover zijn Iraanse gasten betoonde de koning zich een welwillend gastheer. Iedereen kent het verslag van de evangelist Matteus. De drie wijzen vonden het kind in een stal, omdat er voor de ou- ders geen plaats was geweest in de herberg. Ze bogen nederig en bewezen het prille schepseltje alle eer. De drie geschenken die zij aanboden, goud, wierook en mirre, vielen bij de ouders in goede aarde. Inmiddels opende Herodes een heksenjacht op pasgeboren jongetjes. De legende gewaagt van een omvangrijke kinder- moord, een feit dat in de geschiedenis niet is teruggevonden. De Herodes aangewreven gruweldaad herinnert aan veel oude- re legenden, zich afspelend in Egypte en India, maar aan Palestina ging het misdrijf voorbij. Matteus had het evangelie van Marcus wel gelezen, maar trof in dat handschrift niets aan over een geboorte. Het ge- schrift opende met de doop en de geboorte van de Christus, die in de jonge dopeling voer. Omdat het geboorteverhaal ont- brak, ging de evangelist zelf op zoek en stuitte op die oude Iraanse legende. Zo introduceerde hij de fonkelende ster en de drie wijzen uit het oosten. Jubelende herders Een tiental jaren later begon ook de vermeende geneesheer met de naam Lucas aan een evangelie. Zeker, geboeid las hij de ver- slagen van zijn voorgangers Marcus en Matteus. Prachtige wer- ken, zonder meer, maar er ontbrak iets aan, vond hij. De ge- boorte van zo’n belangrijk wereldleraar moest toch zeker met veel vreugde ontvangen zijn? Kijk naar de Boeddha in het Ver- re Oosten, over wie Lucas van Boeddhistische missionarissen het een en ander had vernomen. Bij diens geboorte in het lust- oord Loembini bij Kapilavastoe zongen goden en andere bo- venzinnelijke wezens in het gevolg van de hoogzwangere koninklijke moeder Maya, terwijl de leeuwen zich vredig neer- vlijden te midden van de weelderige lentetooi. Als de geboorte van de prins daarginds al zo uitbundig werd gevierd, dan moest het er hier in het landelijke Bethlehem, zeker zo vrolijk zijn toe- gegaan. En Lucas noteerde “En het geschiedde in die dagen dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus....” Zijn lezing is klassiek geworden. Vrijwel iedereen heeft wel eens iets vernomen over de zingende engelen, de herders in het veld aan wie met grote blijdschap door een engel de ge- boorte van de Heiland “genaamd Christus” werd verkondigd. Het werd een van de meest geliefde verhalen uit de wereldlite- ratuur, een legende met de allure van een krachtig archetype. Miljoenen mensen over de hele wereld raakten vertrouwd met de engelen, de herders, de os en de ezel en de kribbe, waarin het Kind zijn eerste kreetjes slaakte. Maar het verslag van Lu- cas verschilt wel hemelsbreed van de visie van Matteus. Spre- ken de twee evangelisten elkaar tegen of is er iets anders aan de hand? We zullen ons daar eens in verdiepen. Goud, mirre en wierook Tot de dag van vandaag verschijnen er boeken met verslagen over de zoektocht naar de ware aard van de drie wijzen. Het verhaal spreekt nog steeds tot de verbeelding, al beseffen veel mensen dat we met een poëtische legende te doen hebben. Adrian Gilbert, auteur van het boek “Wie waren de wijzen uit het oosten”, noemt de rol van de wijzen in Mattheus’ kerstver- haal van a tot z een raadsel. “Ze verschijnen als goede feeën bij de geboorte, schenken ieder iets wat Jezus’ lot als het ware symboliseert: goud voor een koning, wierook voor een pries- ter en mirre voor een genezer. Deze legende heeft iets heel vreemds en esoterisch,” slaat hij de spijker op zijn kop. De volksmond voorzag de inmiddels zo vertrouwde drie Perzen zelfs van de westers klinkende namen Melchior, Kas- par en Balthazar. Maar hun ware geheim schuilt in de drie ge- schenken: goud, wierook en mirre, drie symbolen voor God,

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=