Reflectie 5(4) winter 08.vp

Waar is Jezus geboren? Alles wijst erop dat Jezus geboren is in Nazareth, in het gezin van Jozef en Maria. Als de evangelis- ten Mattheus en Lucas het anders vertellen, hebben ze daar hun redenen voor. Mattheus, die zijn evangelie voor de Joden schreef, kon zo duidelijk maken dat Jezus de Zoon van David was. En geboren worden in een stal riep herinneringen op aan de zonnegod Mithras, die eveneens in een stal was geboren. Ook de maagdelijke geboorte riep herinneringen op aan deze zonnegod en in de geloofsbelijdenis van Nicea, opgesteld in 325 AD, werd dit ook als dogma geformuleerd. Maar klopt het historisch? Volgens Flavius Josephus, een Joodse geschied- schrijver, had Jezus in ieder geval een broer Jacobus. Hij be- schrijft de dood van deze broer door steniging in het jaar 62 AD. Ook het door alle christenen erkende evangelie van Mar- cus, een van de oudste bronnen, geschreven rond 60 AD, geeft een andere versie. Daar wordt niets verteld over een maagdelij- ke geboorte. Integendeel, er wordt vanzelfsprekend aangeno- men dat Jezus op normale wijze was geboren en ook broers en zussen had. In Marcus 6:3 lezen we bijvoorbeeld hoe de mensen van Nazareth verbaasd waren over de woorden en kracht van Jezus. En ze zeggen dan: ‘Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jacobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters hier niet bij ons?’ Hiëronymus, die in de vierde eeuw een vertaling van de Bijbel in het Latijn maakte, heeft de contradictie met de dogmatiek waarschijnlijk gezien en er neven en nichten van gemaakt. Maar dat komt niet overeen met de grondtekst zoals wij die nu kennen. Esseense achtergronden Uit onderzoek blijkt dat Nazareth rond het begin van onze jaartelling een kleine Joodse nederzetting was van Essenen . Er is veel over hen bekend geworden door de ontdekking in 1947 van de zogenaamde Dode Zee-rollen, 200 oude hand- schriften van rond onze christelijke jaartelling, ontdekt in grot- ten nabij hun oude nederzetting Qumran op de westoever van de Dode Zee . De Essenen waren een vreedzame, geweldloze en ascetische beweging, ontstaan tijdens de Maccabeeën-opstand (168 – 164 BC) als reactie op de Hellenisering van het joodse geloof. Zij waren trouw aan de Tenach, volgden een innerlijke, esoterische weg naar God en waren argwanend ten opzichte van de tempel in Jerusalem, waar de in hun ogen ongelovige en corrupte pries- terklasse van de Sadduceeën de macht hadden. Zij kleedden zich in het wit, leefden sober en namen dagelijks baden om zich te reinigen. Zij geloofden in een onsterfelijke ziel en in een Messias die aan het einde der tijden zou komen oordelen. In de tijd van Jezus’ geboorte leidden zij een teruggetrokken leven, in afwachting van de komst van het Rijk van God. De naam Essenen betekent letterlijk ‘genezers’. Zij waren dan ook experts op het gebied van kruiden en kenden oude manieren om te genezen door middel van klanken en licht. Maar bovenal genazen ze door het licht van bewustzijn; door handoplegging, gedachtekracht en de kracht van gebed en ver- geving. Veel van hun kennis ontleenden zij aan oude teksten uit Egypte en andere, nog veel oudere mysteriescholen. Het waren in Jezus’ tijd ‘de witte broeders en zusters’, die gene- zend in Palestina rondtrokken. Als zodanig waren zij dan ook overal welkom. Over het hele land hadden zij logementen waar ze konden overnachten en Nazareth was zo’n nederzet- ting. Wie in de sfeer van deze rondtrekkende genezers wilde leven, kon rond zo’n logement een huisje bouwen. Waar- schijnlijk leefden Jozef en Maria met hun kinderen in zo’n huisje en groeide Jezus op in de sfeer van de Essenen. In deze sfeer van liefde, levend bewustzijn en vrede kon hij zich als timmerman in Nazareth voorbereiden op zijn taak, die hem pas bij de doop door Johannes – ook een Esseen – duidelijk werd. Maria van Magdala Jezus groeide op in woelige tijden. Barbaars, primitief, als we er nu op terugkijken. Al vlak na zijn geboorte, toen Herodes de Grote stierf, braken er opstanden uit. Met name de opstand van de onderdrukte boeren in Sepphoris, een dorpje zes kilo- meter ten noorden van Nazareth, is berucht gebleven in de ge- schiedenis, omdat de opstand gruwelijk onderdrukt werd. De opstandige boeren – ‘zeloten’, ijveraars voor de Wet van God – hoopten dat God hen zou bijstaan, dat zij door hun actie de komst van het Rijk Gods zou bespoedigen. Maar dat gebeurde niet. Integendeel. De opvolger van Herodes de Grote, Herodes Antipas, viel met een groot garnizoen Romeinse soldaten het dorp aan, maakte het met de grond gelijk, kruisigde alle man- nelijke inwoners aan palen langs de weg en voerde vrouwen en kinderen als slaven weg. De schrik zat er in. De boeren moesten torenhoge belasting betalen, maar durfden zich niet meer te verweren. Ironisch ge- noeg gebruikte Herodes Antipas het geld om Sep- phoris weer te herbouwen en daar de hoofdstad van Galilea van te maken. Van het geld van de boeren bouwde hij later ook het luxueuze Tiberias aan het meer van Galilea. In deze wereld groeide Jezus op. Niet als boer maar als timmerman. Marcus 6:3 gebruikt hiervoor het woord ‘tek- toon’, een woord dat uitdrukt dat iemand hout, steen of metaal bewerkt. Luther was de eerste die dit vertaalde als ‘timmer- man’ en dat is in het Westen zo gebleven. Het vak leerde Jezus van zijn vader, die volgens Mattheus 13:55 ook een ‘timmerman’ was. Mogelijk is Jezus’ vader vroeg gestorven, want de bronnen noemen Jezus daarna altijd ‘zoon van Maria’. Zeker is wel dat Jezus en zijn broers na de dood van Jozef diens bedrijfje heb- ben voortgezet. Het kan best een florerend bedrijf geweest zijn, want er was voldoende werk. Het verwoeste Sepphoris, vlak bij Nazareth, moest volledig worden herbouwd. Er was veel werk aan de winkel. De stad moest worden gemodelleerd naar hellenistisch model, inclusief een citadel, rituele badhui- zen en een amfitheater. Jezus, wiens moedertaal Aramees was, moet hierbij ook wat Grieks en Latijn hebben leren spreken. Sepphoris was een smeltkroes. In deze tijd moet Jezus ook zijn uitgehuwelijkt. De meeste historici zijn het hier over eens, omdat het anders zeker zou zijn opgemerkt. Pas door de ontdekking van de gnostische teksten in Nag Hammadi is er duidelijkheid gekomen over wie zijn bruid was: Maria van Magdala, een dorpje vlakbij Nazareth. Zij zou bekend worden als Maria Magdalena. Volgens de Nag Hammadi geschriften had Jezus een bijzondere, intieme en spi- rituele relatie met haar en werd zij, na Jezus’ doop, de leerling die als enige werkelijk begreep wat er met Jezus was gebeurd. Hun relatie heeft Jezus’ dood ook overleefd. Groeiend bewustzijn In die dagen moet er ook in het bewustzijn van Jezus veel ge- beurd zijn. Het leven onder Romeinse dictatuur was hard en voor hem was God, zoals zijn eigen vader Jozef, de goedheid zelve. Hoe was dat met elkaar te rijmen? Er bleven hardnekki-

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=