Reflectie 5(4) winter 08.vp

ge geruchten rondgaan dat de God van Israel binnenkort zou ingrijpen om de wereld te modelleren naar het beeld zoals Hij zich dat had voorgesteld. God zou dan definitief zijn Rijk van rechtvaardigheid, liefde en wijsheid stichten. Maar hoe zou dit gebeuren? Door een nieuwe gewelddadige, politieke revolu- tie? Of door een revolutie van het hart? Voor de Esseense vrienden van Jezus was dit niet duidelijk. Maar Jezus kwam ook in contact met andere rondtrekkende leraren, nu van Griekse huize, en die leerden hem veel hierover. Historici hebben aanwijzingen dat Jezus toen hij ‘in de bouw’ werkte in Sipphoris, en later ook in Tiberias, in contact is geko- men met rondtrekkende Griekse filosofen. Een groep ervan ken- nen we: de Griekse ‘cynici’, volgelingen van Diogenes die bekend was, omdat hij in een ton leefde. Het waren wijsheidsle- raren voor wie rijkdom, aards bezit en luxe niet mee telden. Het ging hen om iets anders: het kennen van je innerlijke wezen, je ware aard. ‘Ken jezelf’, was hun motto. Onderzoek wat je ware natuur is, realiseer wat niet onderworpen is aan de wetten van vergankelijkheid, maar wat eeuwig blijft. Alleen door zelfon- derzoek, een innerlijke revolutie, is er werkelijk inzicht en be- vrijding van de pijn van deze wereld mogelijk. Een aantal Amerikaanse theologen die samenwerken in de Jesus Seminars komt tot de conclusie dat Jezus sterk door hen is beïnvloed en zien hem als een charismatische ‘joodse wijsheidsleraar’. Een leraar die, staande in de joodse traditie, zijn ware aard heeft gerealiseerd en van daaruit bevrijding preekt. Een radicaal, politiek ingrijpen van God in de geschie- denis is dan niet meer nodig. Dit op zich is het aanbreken van het Rijk van God. Kom tot nieuw inzicht. Is er een moment aan te wijzen waarop dit bewustzijn door- brak? Volgens historici moet dit plaatsgevonden hebben bij de doop van Jezus. Men is het erover eens dat deze plaatsvond in het jaar 26 A.D. Een bijzonder moment in de geschiedenis. De evangelist Marcus begint er zijn evangelie mee (Mc 1: 9-11), en ook Mattheus (Mt 3:13 – 17) en Lucas (3:21 – 22) melden deze gebeurtenis. Zij ontlenen hun gegeven aan Q, een verza- meling korte feiten en spreuken uit het leven van Jezus die al in het jaar 50 A.D. waren opgetekend . Ook uit de teksten die in Nag Hammadi zijn gevonden blijkt dat dit moment van cruciale betekenis was in Jezus’ leven en een grote ommekeer teweegbracht. Vanaf dat moment begon- nen zijn krachten toe te nemen en begon hij op eigen gezag in de openbaarheid te treden. Misschien heeft hij altijd al in zijn hart geweten dat dit zou gebeuren en heeft hij alleen op het juis- te moment gewacht. De doop in de wateren van de Jordaan bleek dat moment te zijn. Toen heeft hij de sprong gewaagd, een sprong in de onmetelijke diepte van het goddelijke. Johannes was familie van Jezus en zelf ook een Esseen. Hij kwam uit de woestijn, waarschijnlijk uit de grote Esseense gemeenschap te Qumran . Hij riep mensen op om een reini- gingsbad te nemen in de Jordaan. In de Joodse gemeenschap was het geen traditie een dergelijk reinigingsbad te nemen, maar ondanks dat lieten toch velen zich ‘dopen’. En kwamen daarbij vaak tot ‘nieuw inzicht’. In de traditionele vertalingen van de evangeliën staat dat Johannes de mensen opriep tot ‘berouw over hun zonden’, maar dat is geen juiste vertaling. In de oorspronkelijke tekst staat een Grieks woord ‘metanoeite’ wat letterlijk betekent ‘je hart veranderen’, ‘tot nieuw inzicht komen’. Zo lezen we in Q1: ‘In die dagen kwam het woord van God tot Johannes de Doper, de zoon van Zacharias, in de woestijn. Hij trok door het gebied van de Jordaan en riep mensen op hun hart te ve- randeren en tot nieuw inzicht te komen.’ Een mens ontwaakt Johannes had al een paar maal gesproken over de bijzondere mens Jezus. Op het moment van Jezus’ doop moet er boven- dien iets bijzonders waarneembaar geweest zijn en werd hij volgens ooggetuigen overstraald door iets waar geen woorden voor zijn. In Q3 lezen we: ‘Jezus kwam vanuit Galilea naar de rivier de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Toen Jezus gedoopt was, bad hij en de hemel opende zich. De geest kwam op hem als een duif, en een stem uit de hemel zei: ‘Jij bent mijn zoon. Vandaag ben ik je vader geworden.’ In eenvoudige woorden en tegelijk prachtige symbolische taal wordt hier het onnoembare verteld. Een mens realiseert zijn goddelijke natuur. De mens Jezus ontwaakt. Hij wordt on- dergedompeld in de stromende wateren van het leven, in de wereld van geboorte en dood, en wordt zich bewust van zijn eenheid met het goddelijke, onvergankelijke Leven. Hij reali- seert de eenheid met het onvergankelijke, goddelijke Leven. De mens Jezus wordt zich bewust van zijn ware aard. God, het eeuwige, altijd aanwezige ene leven dat schuilgaat in en ach- ter alle vormen, is zijn diepste zelf. Zoals een kind in zichzelf zijn vader en ouders kan herkennen en toch zichzelf als afzon- derlijk mensenkind kan zien, zo herkent Jezus in zichzelf zijn goddelijke natuur. Toegankelijk voor hemzelf als zijn diepste wezen, herkenbaar als zijn ware aard. De uiterlijke vorm kan nog menselijk lijken, maar zijn diepste wezen is goddelijk, on- vernietigbaar, niet onderworpen aan de vormwetten van geboor- te en dood, altijd aanwezig in het eeuwige heden. Bij zijn doop kreeg Jezus zo voelbaar deel aan Gods aan- wezigheid in deze wereld. Het was een overweldigende door- braak van het Rijk van God. De rest van Jezus’ leven zou no- dig zijn om de diepte hiervan te herkennen en in zijn leven waar te maken. En het zou tot zijn dood op het kruis duren voordat dit proces volledig voltooid was, voordat hij de totale overgave aan het goddelijke gerealiseerd zou hebben. Later, in het begin van de eerste eeuw, toen de leerlingen van Jezus de naam ‘christenen’ kregen, werd hierover gesproken als over het ‘realiseren van het Christusbewustzijn’. In de stilte en leegte van de woestijn Maar eerst moest er nog veel in Jezus leven gebeuren. Jezus trok de nabijgelegen woestijn in, omdat hij wist dat dit on- noembare alleen te beleven zou zijn als het hart zich zou ope- nen in de stilte, leegte en eenzaamheid van de woestijn. In de woestijn strijdt Jezus een intense strijd. Het is een ge- vecht met zijn oude manier van leven, zijn oude ego. Wij we- ten nu ook van anderen die een dergelijke doorbraak van het goddelijke in hun leven meemaken dat op zo’n moment het oude ego in opstand komt. En zich nog eens in alle kracht en met alle verleidingen toont. Zowel Q als de evangeliën vertel- len hierover in een mythische vorm: de duivel probeert Jezus te verleiden. Maar Jezus weerstaat hem. In de woestijn moet Jezus ook het moeilijke besluit geno- men hebben te breken met zijn oude, gelukkige bestaan, met zijn gezin en met Maria Magdalena, de vrouw die hij zo intens liefhad. Niet dat er sprake was van een werkelijke scheiding tussen hen beiden, Maria bleef Jezus volgen en werd zijn

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=