Reflectie 6(1) voorjaar 09.vp
dit geloofde en zich liet dopen, kon aan deze uiteindelijke ver- lossing deelachtig worden. Anderen niet. Op deze manier werd, drie eeuwen na de dood van Jezus, voor de orthodoxe christenen de scheidslijnen duidelijk ge- trokken, tot op dit moment. Hiermee werd ook de macht van de Kerk over het wel en wee van de mensheid vastgelegd, want alleen de kerkelijke leiding had nu nog uitsluitend via Jezus Christus toegang tot het goddelijke. Hiermee werd even- eens een theologie geschapen die intolerant was ten aanzien van alle afwijkende opvattingen en die nadien gemakkelijk kon worden misbruikt. Maar er gebeurde meer. Op hetzelfde Concilie van Nicea werd immers ook de kiem gelegd van een definitieve scheiding tus- sen de goddelijke en menselijke wereld. Want zelfs in Jezus, zo beweerden de bisschoppen, was de goddelijke natuur van de menselijke gescheiden. Alleen in zijn persoon was de brug naar God nog aanwezig. Zo werd God buiten en boven de we- reld geplaatst en werd de aarde een tranendal vol zondige mensen. Totaal afhankelijk van de genade van Jezus Christus zoals deze in de Kerk werd verkondigd. Ofschoon een aantal bisschoppen tegen deze theologie be- zwaar aantekenden, kreeg dit denken toch zijn beslag in het la- tere Concilie van Chalcedon (451 AD) waarin deze theologi- sche opvatting de naam kreeg van ‘de twee-naturenleer van Je- zus Christus’. Een constructie die onlangs nog door Harry Kui- tert in zijn geruchtmakend boek over Jezus “een mislukt denk- model uit de vijfde eeuw” genoemd werd. Terug naar de bron Is er een alternatief voor dit ‘mislukte denkmodel’? Daarvoor is het goed terug te gaan naar de bron. In een van de codices die gevonden zijn in Nag Hammadi, het Evangelie van Thomas , beschikken we over een authentieke bron over het leven van Je- zus. Hierin zijn woorden bewaard die het diepste geheim van Jezus nog aan ons kunnen doorgeven. Het is een zeer oor- spronkelijk geheim, want de oervorm van deze bijzondere ver- zameling oneliners van Jezus stamt nog uit 50 A.D., een paar jaar na Jezus’ dood. Hier kunnen we Jezus nog horen zoals Hij toen sprak. Zodat hij nu nog, buiten alle over hem geformuleer- de dogma’s om, rechtstreeks tot ons hart kan spreken. Ze zijn opgetekend door Didymos Judas Thomas, letterlijk de Tweeling Judas Thomas. Didymos is hier duidelijk een co- dewoord, een verwijzing naar diegenen die nog geloven in de ‘dualiteit’ van ons bestaan. Alsof dit zou bestaan uit een ge- scheiden menselijke en goddelijke natuur. De levende Jezus, zoals hij in dat evangelie genoemd wordt, maakt ons duidelijk dat deze scheiding een illusie is. Met de komst van Gods Rijk is deze tweespalt opgeheven en kan in dit tijdelijke leven het eeuwige, goddelijke leven worden gesmaakt. Daarmee begint dit evangelie dan ook. In logion 1 zegt Jezus: “Ieder die de betekenis van deze woorden vindt, zal de dood niet smaken” . De mens heeft ge- noeg mogelijkheden om in dit leven het goddelijke te ervaren. Daarvoor zijn geen aparte inwijdingen meer nodig, zoals de mysteriegodsdiensten gaven. Ook geen verlossing door Jezus’ kruisdood. Daarover wordt in het Evangelie van Thomas niet gesproken. Waarover dan wel? Over het oplossen van de scheiding tussen ogenschijnlijk twee naturen, de menselijke en de goddelijke. Dat gaat niet vanzelf. Daarvoor is zoeken nodig, maar het re- sultaat is al gegeven. Logion 2 spreekt daarover: “Hij zal zich verwonderen en hij zal over het Al regeren” . Is dat werkelijk mogelijk? In het derde logion geeft Jezus een advies: “Het Koninkrijk is in je en buiten je. Als je jezelf kent, zul je worden gekend en zul je weten dat je een kind bent van de levende Vader.” Dit thema komt herhaaldelijk voor in de woorden van Jezus. Hij spreekt in deze oudste bron herhaaldelijk over “jezelf ken- nen” en daarin de wezens-eenheid met de Vader herkennen. Anders dan de orthodoxe christenen later zullen zeggen, geldt deze wezens-eenheid voor ieder mens. De gnostische traditie houdt hieraan vast. De ziel van iedere mens, zijn ‘goddelijke vonk’, is van dezelfde substantie als Gods wezen. De mens is naar Gods beeld geschapen en blijft rechtstreeks met God ver- bonden. Herhaaldelijk wordt gezegd: “Zoals een lichtstraal ver- want is aan de zon, zo is ook de mens verwant aan de bron.” En: “Wij hebben de gelaatstrekken van de Vader.” De beeltenis van God, die elk mens in zich draagt als een kind dat op zijn ouders lijkt, is het “oorspronkelijk gelaat” van de mens. Hoe kun je daaraan worden herinnerd? Jezus laat er geen twijfel over bestaan: leer dat van een kind. In logion 4 zegt Je- zus: “Een oude man zal niet aarzelen een kind van zeven da- gen te vragen naar de plaats van het leven, en hij zal leven. ” Een kind van zeven dagen, nog niet besneden, nog geen deel van de maatschappij, nog puur en in onschuld. In zo’n pasge- borene is er nog geen scheidding tussen binnen en buiten, tus- sen een ik en een niet-ik. Alles wordt nog in eenheid ervaren. Dat is het begin van het leven. Voor Jezus ook het uiteindelij- ke doel. Dat doel kan hier en nu bereikt worden, zoals in hem gebeurde bij de doop. Het Rijk Gods openbaart zich in je, als je weer wordt als een kind. In meer dan honderd prachtige, inspirerende teksten legt Jezus dit uit. Hij spreekt niet over zijn dood die zonden zou moeten vergeven of over zijn fysieke opstanding. Wel over de aanwezigheid van het Rijk Gods in de harten van iedereen. Voor hem is dat de dood van het ego en de opstanding van de mens die niet meer sterft. Overal en op elk moment kan deze opstanding plaatsvinden, als je jezelf ervan bewust wilt wor- den. Helaas gebeurt dat in de ogen van Jezus nog maar zelden. In logion 113 lezen we: “Zijn discipelen zeiden tot Hem: “Wanneer zal het Koninkrijk komen?” Jezus zei: “Het komt niet door het te verwachten; zij zullen niet zeggen: Zie hier, of: Zie daar. Maar het Koninkrijk van de Vader is verspreid over de aarde en de mensen zien het niet. ” Spirituele opstanding nu We zijn hiermee bij de kern van Jezus’ leven en boodschap. De historische Jezus predikte een verlossing van binnen uit, een mogelijkheid die Hij zelf had ervaren bij zijn doop. Voor- dat anderen van hem een verlosser-van-buitenaf maakten, maakte Hij duidelijk dat het Rijk Gods al was aangebroken. Het was alleen een kwestie van dit leren zien in het hier-en-nu zo. Niet daar of dan, niet in het hiernamaals, maar hier en nu. Dit waren en zijn nog steeds de bevrijdende woorden van Je- zus. Als je bewust bent van je goddelijke wezen, van je ware zelf, van de goddelijke vonk in je – en die bewustwording kan op elk moment plaatsvinden – is Gods Rijk voor je aangebroken. Voor de duidelijkheid: Jezus zegt niet dat het Rijk Gods eens zal aanbreken, in de toekomst, of na je dood. Hij spreekt niet over de continuïteit van de verborgen goddelijke vonk na
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=