Reflectie 6(2).vp

belangrijkste functie bevrijdt hij – door de Daad van zijn Vol- ledig Offer – de wereld en heeft haar tot in het Absolute ver- heven en absolveert dus. Dit kan alleen gedaan worden door mededogen, dat wil zeggen: mede te lijden met anderen. Daar- om komt zijn lichtende Heerlijkheid pas op de tweede plaats en is zijn plaatsvervangend Lijden van veel groter belang. Dat is een waarheid, die wij licht geneigd zijn te vergeten. In ande- re Kerken en door talloze kunstenaars wordt Hij als lichame- lijk gekruisigd voorgesteld, bloedend uit zijn vijf wonden. Dit zijn symbolen, maar zij staan voor grote innerlijke waarheden. De wond aan zijn zijde, bij zijn hart, is veroorzaakt door onze zelfzucht4, onze eigengerechtigdheid – de kern van alle kwaad. Dan zijn er de vier andere wonden aan zijn handen en voeten, twee paren van twee. Het ene paar wordt gevormd door de zucht naar macht en al de verschrikkelijke daden, die door de vreselijke hartstocht en door wreedheid worden ver- oorzaakt, het toebrengen van pijn aan gevoelende wezens, aan onze broeders. Het andere paar bestaat uit zinnelijkheid en hebzucht. Door zijn Offer wast hij deze met zijn levensbloed weg, gekruisigd als hij is op de mensheid en op de gehele schepping hier op aarde. Op deze wijze stelt hij ons in staat onze zonden in te zien en geeft ons tijd ze in scheppend ver- mogen en in Wijsheid om te zetten. Dan zullen wij tenslotte bevinden dat er in deze wondere bedeling één ding bovenal voor ons nodig is, namelijk om te delen in deze bevrijdende, absolverende Daad van Barmhartigheid.” (Uit: Hemelse Machten achter het Kerkelijk Jaar, verhandeling 20; Pasen) Het is dit dat aan het kruis zijn kracht geeft als symbool. Het lege kruis van de Paasochtend heeft dan ook een heel an- dere betekenis dan het kruis van vóór de kruisiging. De bete- kenis daarvan kunnen we alleen dan verstaan, als we ook de voorafgaande situatie kunnen verstaan: het crucifix. Niet dat ik er voor wil pleiten om een crucifix boven het altaar te hangen, maar wel om open te staan voor de betekenis ervan. Dan krijgt het lege kruis vanzelf een andere betekenis. Optisch is het leeg, maar in de beleving is het dat niet. Dan verbeeldt het ook de volgende fase van de Christus die Zijn absolverende macht en Zijn heerlijkheid over de wereld uitstort. Maar dat kan al- leen maar, omdat Hij door het lijden heen is gegaan. Niet Zijn lijden, maar het lijden van anderen, door Zich daarmee te ver- binden. Door die daad wordt de negatieve energie van lijden getransformeerd in scheppende energie die over de mensheid neerdaalt. Dat beeld komt tot ons met Pinksteren. Dat kan niet los worden gezien van Goede Vrijdag. Daarom verzinnebeeldt het crucifix niet alleen het lijden van de mensheid, maar ook de glorievolle daad van het plaatsvervangend lijden, dat zoveel zegen en scheppende energie voor de wereld vrijmaakt. Dit beeld van offeren en zegening is zo mooi tot ons geko- men in het Keltisch kruis met de zonneschijf als achtergrond. Op het eiland Iona, aan de oostkust van Schotland, zag ik ooit zo’n stenen Keltisch kruis met daarop een Christusfiguur met zijn armen in een zegenend gebaar uitgespreid. Dat is het cru- cifix met het andere corpus, waarover ik hiervoor sprak.|| Noten Het kruis een verklaringssymbool voor goed en kwaad Mike Bais In dit artikel wordt een mogelijke zienswijze en interpretatie aangeboden van het symbool van het kruis Het ons bekende kruis (zonder Gekruisigde) heeft twee leggers: een verticale en horizontale legger. Twee lijnen die in twee richtingen het principe van dualiteit weergeven. We kunnen een lijn met twee uiteinden ook zien als twee uiterste punten, met daartussen een spanningsveld. Dat span- ningsveld wordt in stand gehouden door de uiterste krachten van de twee tegenover elkaar liggende punten aan het einde van de lijnen. Deze kunnen worden herkend in de menselijke ervaringswereld als de twee uitersten of opposities, vertaald als ‘goed en kwaad’. Op de horizontale legger demonstreert zich het moralistische goed en kwaad, wat door de mens en de mens(heid) als collectief wezen wordt beschouwd als een grondslag van wat de mens in zijn belevingswereld zou moeten herkennen als goed en kwaad, en hoe hij dat op de wereld manifesteert in zijn handelen. Hier wordt aanspraak gemaakt op de menselijke ziel en de stem van ons geweten, die wel of niet gehoord wordt, wat afhankelijk is van onze gemoedstoestand van deze ziel. We kunnen dat ook ver- talen door te zeggen dat het spanningsveld tussen de twee uiter- sten niet wordt herkend als een persoonlijk probleem dat lijden veroorzaakt en daarom dient te worden opgelost. Vanuit de wetmatigheid van Karma wordt een overdaad aan één van beide zijden als niet goed benoemd. Die overdaad ver- oorzaakt immers weer een andere, overeenkomstige overmaat. Overdaad wordt in Karma gezien als dat wat veroorzaakt wordt

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=