Reflectie 6(2).vp
De Kracht van Mildheid, Moed en Mededogen Een effectief trio om de zachte krachten te doen winnen? Hans Feddema Lange tijd al opereert de mens vanuit een soort dualiteits- of tweedelingsbewustzijn. Mensen ervaren daarin afgescheidenheid van hun diepere kern, van de ander en het Andere en zijn hierdoor eenzaam. Vandaar het zoeken van de toevlucht in een groep. Sociologisch heet dat een ‘ingroup’, zoals de eigen zuil, religie, klasse, natie of ras, of een ‘outgroup’, waarmee anderen zich vereenzelvigen. Naast het gevoel van afgescheidenheid is kenmerkend voor het dualiteitsbewustzijn het ‘wij versus zij’-denken, het hebben van vooroordelen jegens een andere groep en/of het generaliseren van ‘slechte’ ervaringen met een persoon daaruit naar de hele groep. Antisemitisme, racisme en ook islamofobie horen bij dit patroon. De ‘outgroup’ wordt vaak ‘verworpen’, ter- wijl men strikte solidariteit vraagt met de ‘ingroup’. Polarisatie in de samenleving is veelal het gevolg. Oorlog eveneens, zoals de geschiedenis aantoont. Valkuil van het dualiteitsdenken Extreem nationalisme, het idee van kamerlid Geert Wilders om de Koran gelijk te stellen met Mein Kampf, en ook de marxistische klassenstrijd by all means ten behoeve van de ‘door kapitalisten’ uitgebuite klasse; dat alles past naadloos in het door strijd en projectie gekenmerkte dualiteitsbewustzijn. Het kwaad ligt bij de ander, ‘goed’ is de eigen groep evenals de eigen underdog. In deze tijd van individualisering groeit het inzicht dat de mens met het tweedelingsdenken en met de solidariteit van ‘my underdog is always right’ vastloopt; dat hij zo voorbij gaat aan het individu en aan de eenheid van mens en kosmos. De underdog van vandaag wordt immers nogal eens de topdog van morgen, zoals het conflict tussen Israel en de Pa- lestijnen aangeeft. Het individu heeft bovendien vaak hele- maal niet de innerlijke kracht om solidair te zijn met de un- derdog van zijn groep; nog los van het feit, dat underdogs zelf ook onderling strijd voeren. Solidariteit op zich is goed, maar het leidt tot oorlog, als je je met huid en haar overlevert aan je underdog, meent Mahat- ma Gandhi, die antagonisme zag als de valkuil van het duali- teitsdenken. Hij was tegen geweld en het militarisme, maar noemde zich liever geen anti-militarist. Dit om het idee van te- genover elkaar staande groepen, namelijk ‘militaristen’ en ‘anti-militaristen’ te vermijden. Hij waarschuwde niemand vij- and te noemen, omdat je deze dan wilt ‘overwinnen’, terwijl het er juist om gaat deze tevens te bevrijden, tegelijk met de onderdrukte voor wie je opkomt. Niet op de persoon spelen dus, maar wel het onrecht op tafel leggen. Geweldloosheid is bij hem een techniek en een levenshouding, waarbij zaak en persoon worden gescheiden. Proberen het recht te herstellen, zonder mensen af te schrijven of te doden, mede omdat ‘ieder mens een stukje waarheid in zich bergt’. De vijand zit bovendien ‘ook in onszelf’. Over dat laatste, dus over onze schaduwen, zijn er geluk- kig de laatste decennia nieuwere inzichten gekomen, niet in de laatste plaats door het baanbrekende werk van Carl Gustav Jung. Schaduwen als rugzak waarin we wegstoppen wat niet bij ons opgepoetste ego-ideaal past en niet gekend wil worden, maar die indirect manifest worden in irritaties over daden en karaktertrekken van anderen. Schaduwen als de manier waar- op we ‘de ander’ archetypisch, dus vanuit het oerbeeld in het collectieve onbewuste, ervaren als iemand die we in principe de schuld geven om zelf gelijk te kunnen hebben en onszelf te kunnen rechtvaardigen – een schaduw die ook collectief ge- stalte kan krijgen in vooroordelen en discriminatie. Schadu- wen ook als angst en haat, die je niet met haat en geweld kunt temmen, maar in wezen louter via een strategie van de liefde. Ze ‘erkennen is al een proces van heling’, aldus Jung. Eenheidsbewustzijn: zaad zijn van dezelfde boom en zo deel van groter geheel Je bewust zijn van je eigen schaduwen – zelfkennis dus – is van het grootste belang: 1) – Het maakt de mens milder jegens de ander en zijn of haar schaduwen, doet ons met andere woorden minder oordelen of minder gauw ontploffen over het gedrag van de ander. Ook omdat je inziet dat je met dat laatste het alleen maar erger maakt, in die zin dat het negatieve wordt versterkt door er overeenkomstig op te reageren. 2) – Het maakt sceptisch ten aanzien van polarisatie en strijd, ook jegens groepen, omdat zoiets haat en bitterheid oproept of intensiveert en kan leiden tot destructie. 3) – Het doet het grote belang inzien van in het reine zijn met zichzelf en innerlijke kracht te hebben, zonder welke je im- mers moeilijk recht kunt doen aan de verdrukten. 4) – Erkennen van zowel goed als kwaad in je, het helpt ten- slotte te komen tot (meer) eenheidsbewustzijn, dus het besef dat alles met elkaar samenhangt, dat wij en al wat leeft zaden zijn van dezelfde boom en zo ook deel van een groter kos- misch geheel. Mystiek, het doen ontwaken van de goddelijke vonk in je- zelf, draagt daar toe bij. In deze tijd van individualisering, toenemend eenheidsbewust- zijn en ‘Obama-uitstraling’ lijkt het zaak als antwoord op on- recht en geweld een nieuwe strategie te leren. Minder die van strijd, polarisatie en geweld en meer die van de liefde, waard- oor men een beroep doet op het beste in de tegenspeler in plaats van op het slechte in hem. Daardoor richt men zich op de confuciaanse Gulden Regel van mensen te behandelen, zo- als we zelf behandeld willen worden – de softpower strategie van Gandhi en Luther King trachten te realiseren.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=