Reflectie 6(2).vp

Waarom Goddelijke Vrijheid? Binnen de Kerken waren de afgelopen decennia een aantal mensen actief die mede hebben gezorgd voor een bewustzijnsverande- ring bij een toenemend aantal gelovigen. Sommigen blijven binnen de Kerk, anderen houden het voor gezien en laten zich door zulke mensen inspireren, door andere vormen van spiritualiteit. Gangmakers waren onder anderen de inmiddels overleden Jezuï- et Karel Douven (ook wel de new-age pater genoemd), medium en mystica Zohra Noach, ex-Ikon directeur en predikant Hans Stolp en de eveneens overleden theologe Joanne Klink. De laatste heeft in kerkelijke kring ver haar nek uitgestoken om begrippen als reïncarnatie en karma in die kring bespreekbaar te maken, wat haar niet altijd in dank werd afgenomen. Haar boek “Vroeger toen ik groot was” heeft velen diep geraakt. Het lijkt erop dat predikante Fennie Kruize de fakkel heeft overgenomen, zoals blijkt uit haar bij Ankh-Hermes verschenen boek ‘Goddelijke vrijheid. Een heilzame weg’. Een aan te bevelen boek. In onderstaand artikel vertelt Fennie Kruize waarom zij dit boek schreef... Waarom Goddelijke Vrijheid? Fennie Kruize Waarom heb ik het boek ‘goddelijke vrijheid’ geschreven en voor wie? De basale oorzaak ligt in mijn verbazing. Ik verbaas me herhaaldelijk. Ik verbaas me over wat ik regelmatig tegenkom als theoloog en predikant. Wat ik daarbij zie, is echter tegelij- kertijd ook zo schrijnend, dat de verbazing steeds meer ver- bijstering is geworden. Bijna 30 jaar werk ik nu in een geïnstitutionaliseerde Kerk. Voorheen heette het de Gereformeerde Kerk, nu heet het Protes- tantse Kerk in Nederland. Veel verandert heeft dat niet. Ook in deze Kerk is duidelijk, dat haar bestaansrecht ligt in vaste ge- loofswaarheden. Ook al bestaat haar publiek uit verschillende ge- loofsstromingen en zegt zij een pluriforme Kerk te zijn. Haar plu- riformiteit zit echter slechts in haar vorm en niet in haar inhoud. Oh ja, je mag verschillend geloven, je mag de Bijbelse verhalen verschillend uitleggen. Maar het uitgangspunt is voor allemaal de geloofsbelijdenis van Nicea, waarin de kern van het geloven is vastgelegd in een aantal duidelijke geloofswaarheden. Waarhe- den, die God, Jezus en Gods Geest buiten de mens plaatsen. Waarheden die de verlossing van de mens tot een extern gebeuren hebben gemaakt, waarbij de mens zelf een nietig wezen is geworden, dat niet in staat is tot enig goeds. En het is de onwrikbaarheid van die ge- loofswaarheden en de erbij gevormde ge- loofsbeelden waar ik in de praktijk van het kerkelijke leven het meest tegen aanloop. De onwrikbaarheid ervan leidt namelijk nog steeds tot een strijd om het eigen gelijk en het in stand houden van de eigen macht. En dat is niet nieuw. Die strijd is al zo oud als de Kerk oud is. Wie de geschiede- nis van 2000 jaar westerse kerkgeschiede- nis doorneemt, komt steeds weer een Kerk tegen, die zo overtuigd is van haar eigen waarheid, dat zij iedereen die daarvan af- wijkt, te vuur en te zwaard bestrijdt. Het begint eigenlijk al met de afschei- ding van het Joodse geloof in de eerste eeu- wen na Christus. In het jaar 150 na Christus zei bisschop Melito van Sardes in een paaspreek tegen de Joden: “Gij hebt de Heer verlaten, daarom hebt gij geen erbarmen bij Hem gevonden. Gij hebt de Heer ten gronde gericht, daar- om zijt gij geheel ten gronde gericht en ligt daar nu terneer.” Een uitspraak die gebaseerd is op de al snel geaccepteerde uitleg van Matheus 27: 25 , waar de Joodse volkmassa bij de veroordeling van Jezus roept: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen.” Dit is een oud Joods gezegde. Het verwijst naar de verant- woordelijkheid, die mensen op zich nemen voor datgene, wat er gebeurt. Ook in het verhaal van Rachab ( Jozua 2: 19) ko- men we deze uitspraak tegen. Het is een gezegde, waardoor duidelijk wordt ,dat je als mens en als volk nooit kunt zeggen: “we hebben het niet geweten”. Verantwoordelijk zijn is echter heel wat anders dan schul- dig zijn. Verantwoordelijk zijn wil zeggen, dat je op de hoogte bent van de situatie. Dat je niet ontkent wat er gebeurt, waard- oor je zelf mee verantwoordelijk wordt. Dat maakt je echter nog niet tot dader. Het maakt je niet schuldig. Schuldig zijn wil immers zeggen, dat je veroorzaker bent. Dat jij bewust de zich voordoende situatie hebt gewild. Het Joodse volk was niet schuldig aan de dood van Jezus van Nazareth. Het was er wel getuige van. Het wist wat er gebeurde; en liet het ge- beuren, zoals ook de rest het liet gebeuren. Hoe anders is er echter met dit gezegde omgegaan in de kerkgeschiedenis. Het Joodse volk is tot de veroorzaker, de moordenaar van Jezus gemaakt. En dat is een zodanig vaststaande waarheid gewor- den, dat het een excuus werd om Joodse mensen tot in onze tijd toe te vervolgen en in hun wezen te ontkennen. Onvoorstelbare werkelijkheid Een onvoorstelbare werkelijkheid is dat. En het is des te meer onvoorstelbaar, waar je bedenkt, dat het bloed waarover gespro- ken wordt, hetzelfde bloed is dat door de ‘Joden vervolgende Kerken’ als verzoe- ning wordt verkondigd. Niet alleen de Joden zijn echter het slachtoffer geworden van blinde geloofs- waarheden van de geïnstitutionaliseerde

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=