Reflectie 6(3) herfst 09.vp

Zijn doorbraak naar het licht verdreef de wetenschappelijke duisternis van de negentiende eeuw. Volgens Einstein koos God altijd de eenvoudigste weg. Eenvoudiger dan de vermaar- de formule kan de status van de kosmos niet worden uitge- beeld. Alle materie berust op energie. De oorspronkelijke lichtenergie schiet met de onvoorstel- bare snelheid van 300.000 kilometer per seconde door de ruimte en doordringt alles wat op zijn weg komt. Sneller dan licht, zo stelde Einstein proefondervindelijk vast, kan niets zich voortbewegen. Maar dat schept consequ- enties voor tijd en ruimte. Een materieel voorwerp dat de snel- heid van het licht nadert, zal in energie overgaan; en de tijd, zo berekende Einstein, zal eveneens bekorten en komen stil te staan. Op de snelheid van het licht bestaan tijd en ruimte niet meer. Ruimte en tijd zijn illusies en daarvan moeten we ons bevrijden, zei de geniale geleerde. Hoewel onbegrijpelijk voor het gewone verstand, kon Einstein zijn stelling wiskundig be- wijzen. Zijn beide relativiteitstheorieën zijn algemeen aan- vaard. De stoffelijke wereld berust op licht. Schepping is vertraging van de oorspronkelijke lichtsnelheid. In de woor- den van de beroemde fysicus David Böhm: “Materie is bevro- ren licht.” Anders gezegd: de mens is in zijn diepste zijn een lichtwezen. Dat maakt hem tot familie van de engelen. Omstreeks dezelfde tijd formuleerde Wolfgang Pauli de grondslag van de inmiddels hoog ontwikkelde kwantumme- chanica. Op haar beurt levert deze theorie vrijwel onweerleg- bare aanwijzingen voor het primaat van Bewustzijn. Er moet wel een superieur Bewustzijn aan het begin van het universum aan het werk zijn geweest om alle onzekerheden en onbe- paaldheden te vertalen in de perfecte ordening van het totale universum. Ons wereldbeeld verschilt totaal van dat van onze voorouders. In de wijze waarop onze geleerden en de geïnte- resseerde leken het universum zien, is een uiterst belangrijke plaats ingeruimd voor de engelen. Oerbeelden van het onbewuste Een beroemde generatiegenoot van Einstein en Pauli speurde on- der de rook van de Zwitserse steden Basel en Zürich naar de diep- ten van de menselijke ziel. Carl Gustav Jung ontdekte een treffen- de overeenkomst tussen de grote mythische verhalen van de oud- heid en het droomleven van veel van zijn patiënten. Gedurende zijn zestigjarige loopbaan analyseerde hij 80.000 dromen. Dat le- verde hem de munitie op voor een van de grootste psychologische explosies aller tijden: het bestaan van collectieve oerbeelden, door hem, in navolging van Plato, archetypen genoemd. Zolang er mensen bestaan, verzamelden zij beelden en gedachten omtrent goden en demonen, natuur en universum. Al deze beelden raakten niet verloren, maar verdwenen in een gemeenschappelijk archief, het zogenaamde collectieve onbewuste in ieder mens. Nadrukkelijk bewonen God, de Wereldmoeder, de duivel en de engelen (of goden) dit collectieve onbewuste. Dit bracht de analytica Ursula Bernauer tot de volgende gedachte: “Diepte- psychologisch gesproken is de engel een archetype dat iets sym- boliseert en transcendeert dat voor het bewustzijn ontoegankelijk is en toch in het persoonlijke leven vorm wil krijgen. Wat wij van het archetype kunnen kennen, is zijn uitwerking of boodschap, die een verandering van het bewustzijn met zich meebrengt.” Naast deze psychologische benadering staat de natuurkun- dige uitleg van iemand als Rupert Sheldrake, die zonder enige terughoudendheid de engelen identificeert met fotonen, de zui- vere lichtenergie, want, zegt hij: “Ze hebben geen massa en geen lichaam”. Hij citeert de bioloog Alfred Russell Wallace, die de evolutietheorie van Darwin nuanceerde door te stellen, dat de natuurlijke selectie geleid werd door creatieve intelli- genties, die hij vereenzelvigde met engelen. De kosmos is in hiërarchieën georganiseerd: melkwegstel- sels, zonnestelsels, planeten en hun satellieten. Op elk niveau is er heelheid, die op haar beurt weer omvat wordt door een hogere vorm van heelheid, een bewijs misschien, aldus de de- baters Fox en Sheldrake, voor het bestaan van hiërarchieën van ordende intelligenties. De hemelse hiërarchieën Hier beginnen we zelf na te denken. En te speculeren. Want laten we eerlijk zijn, niemand – ook Dionysius de pseudo-Are- opagiet niet – weet precies hoe de engelenrijken in elkaar zit- ten en hoe ze in verhouding staan tot enerzijds God en ander- zijds de mens. Dyonisius was duidelijk een man met een visio- naire geest. Misschien kon hij niet de hele engelenwereld overzien, hij kon er toch een geloofwaardige indicatie van ge- ven, gebaseerd op de bijbelse overlevering en zijn eigen intu- ïtieve waarneming. Vrijmoedig beschreef hij negen orden, verdeeld over drie hiërarchische groepen. Zijn indeling vormt nog altijd een goede handleiding voor verdere studie. Op het hoogste niveau trof hij de Serafijnen, Cherubijnen en Vorsten aan, de hiërarchie van Creatie van het universum. Een trede lager vinden we de Heerschappijen, Machten en Krachten, die samen werken aan de Manifestatie in het zicht- bare bereik. Daaronder ontmoeten we Vorsten, Aartsengelen en Engelen, werkzaam in het proces van Bewustwording van het kosmische proces. Creatie, Manifestatie en Bewustwording vormen ook de grondslag van de drievuldigheid Vader, Zoon en Heilige Geest. Dan is het nog maar een kleine stap naar een volgende identificatie: Serafijnen, Cherubijnen en Vorsten vertegenwoordigen de Vader. Ze zouden onder leiding staan van de aartsengel Michael. Heerschappijen, Machten en Krachten werken uit naam van de Zoon en hebben Gabriël als hun leider, terwijl de Vorsten, Aartsengelen en Engelen, onder leiding van Rafael, in connectie staan met de Heilige Geest. Een aanvullende verbinding kan helpen bij een meditatie op de engelenrijken, namelijk die van Geest, Ziel en Lichaam. De maatgevende indeling van Dionysius kent aan de Ser- afijnen, “zij die opwekken of in vlam zetten” de kwaliteiten van Liefde en Leven toe; de Cherubijnen zijn de schenkers van overvloedige Kennis. Zij storten hun Wijsheid in de vaten van de schepping, terwijl de Tronen de onaantastbare godde- lijke macht in stand houden. De tweede orde heeft als taak het hogere en het lagere in evenwicht samen te bundelen. De Overheden streven naar de onophoudelijke heerschappij van het goddelijke, de Krachten houden de goddelijke Kracht in stand en de Machten beheersen de ordening in de schepping. De laagste triade nadert het dichtst de mensheid. Hier wonen de engelen die zich soms, met bemiddeling van het menselijke bewustzijn, projecteren in de wereld, hulp verlenen waar nood heerst en intenties verlenen waar onzekerheid troef is. De Vor- sten wekken op tot absolute toewijding aan de godheid, de Aart- sengelen omvatten de hogere, middelste en laagste triade. Uit hun midden is het Uriël, een zuil van Licht, die hoog en laag omsluit in de cirkel van de oorspronkelijke lichtenergie. De Engelen ten slotte keren zich echt naar de mensheid en partici- peren in allerlei hoedanigheden in wereldse activiteiten.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=