Reflectie 6(3) herfst 09.vp
hoop kunnen geven. Het bleek een succes, niet omdat het met de rede kon worden bewezen, maar omdat het in staat was ge- bleken het lijden te verlichten en de wanhoop te verdrijven. Gods woord, zoals dat door de profeten was verkondigd, was sterk genoeg gebleken om het Joodse volk kracht te geven in rampzalige omstandigheden. Gods woord zou dat ook moeten doen tijdens de opbouw van een verwoest land. Want verwoest was het land. De akkers van het verlaten land waren verwoest, er groeiden alleen maar distels en door- nen en er zou gezwoegd en gezweet moeten worden om er weer een vruchtbaar land van te maken. Het was daarom nu belangrijk, goed in herinnering te houden wat God had ge- zegd. Tot nu toe was dat grotendeels mondeling doorgegeven en op gezag van levende profeten aanvaard. Maar van nu af aan zou dit op schrift moeten komen en zouden deze geschre- ven teksten hetzelfde gezag moeten uitstralen als de monde- linge toespraken. Het besluit werd genomen oude teksten samen te voegen tot een inspirerend verhaal, waarin Gods aan- wezigheid in de wereld en zijn bijstand in het lijden en de kommervolle omstandigheden van het Joodse volk centraal zou komen staan. Er zouden ook veel richtlijnen in worden opgenomen zoals God die aan Mozes en de profeten had geo- penbaard. De ons bekende Bijbelboeken waarvan elk woord de kracht van God had, waren geboren. Zij zouden bekend worden als de Wet en de Profeten. De verboden vrucht De eindredacteur had een groot aantal teksten tot zijn beschik- king. Voor de vraag over het ontstaan van het lijden in deze wereld gebruikte hij de bron die historici kennen als de mythi- sche vertelling van de Jahwist, kort J genoemd . De eindre- dacteur actualiseerde de tekst van J en plaatste die in Genesis, na het verhaal over de schepping van de wereld. Het is nog steeds bekend bij ons als het paradijsverhaal waarin Jahweh het eerste mensenpaar Adam en Eva schept en hen de wereld als geschenk geeft. En dan moet toezien hoe de natuurlijke orde der dingen al onmiddellijk door de mensen wordt ver- stoord. Toezien? Zo is Jahweh niet. Hij ziet alles en geeft met- een aan wat de gevolgen zijn. De gevolgen zijn nog steeds duidelijk op het moment dat de eindredacteur van het eerste boek van Mozes dit rond 500 v. Chr. opschrijft. Voor de uit ballingschap teruggekeerde boe- ren is de aarde nog steeds vol doornen en distels, onvruchtbaar en vol gevaarlijke dieren. Ook het voortbrengen van kinderen is een zware last. De levensomstandigheden zijn zwaar en moeilijk. En dat kan niet meer op een onpersoonlijk lot wor- den afgewenteld zoals de heidenen doen. God is een persoon- lijke God en heeft een verbond van vriendschap gesloten met Israel. Waarom is er dan zoveel leed? Wat verstoort de relatie? Een medaille met twee kanten Het verhaal van de Jahwist geeft er antwoord op: de mens heeft zelf de relatie verstoord door zich in zijn eigen ‘ik’ op te sluiten. De beelden waarin dit verteld wordt, spreken nog steeds tot onze verbeelding. Ze zijn realistisch, want ze tonen de twee kanten van de medaille. Eerst hoe aantrekkelijk dat voor de mensen lijkt. Want dat eigen ‘ik’ ziet de ‘objectieve’ wereld als een prachtig hebbedingetje. Als Eva ermee in aan- raking komt, is zij er verrukt over. Alsof je plotseling een heerlijke vrucht aan een boom ziet en die wil hebben. Zo staat het ook beschreven in Genesis 2: ‘ De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar kennis zou schenken.’ Adam ging daar snel in mee. Natuurlijk, wat kan kennis al niet geven? Kennis is goed om de wereld om je heen als object te zien en dienstbaar aan je te maken. Met kennis kun je vergelijken en analyseren wat goed en kwaad voor je is, zodat je beter kunt kiezen wat goed voor je is. Je kunt dan ook samen afspreken wat goed en kwaad voor de groep is waartoe je behoort. Met kennis kun je de wereld om je heen ook beter beheersen. Superieur denkwerk geeft comfort, macht en aanzien. Dat is duidelijk één kant van de medaille. De andere kant is natuurlijk dat je dan de wereld alleen maar vanuit je eigen standpunt of dat van de groep bekijkt. En als je jezelf daarmee identificeert en ernaar handelt, doe je natuurlijk dingen die in het grotere geheel niet passen, die het grote geheel zelfs lijken te verstoren. Dan val je, zou Boeddha zeggen, uit de ‘dham- ma’ , uit de natuurlijke orde der dingen. De Jahwist kon dat natuurlijk niet zo zeggen, maar bedoelde wel hetzelfde toen hij schreef: ‘Zo doe je iets wat God niet wil, zo verbreek je de band met God en trek je jezelf terug in je eigen wereldje. En dat brengt alleen maar ellende’. Dat wordt ook zo in Genesis beschreven. Eva at van de vrucht en gaf die aan Adam, die er ook van at. En onmiddel- lijk kwamen er schuld en schaamte op. Ze voelden zich naakt en werden bang voor God, begonnen tegen hem te stotteren, maar konden niet meer terug. Het gif van eigenmachtige ken- nis over de wereld was al binnengeslopen en de resultaten worden al snel zichtbaar. Verwarring alom. De levensomstan- digheden worden als zwaar en bijna niet meer te dragen erva- ren. De aarde (adamah) lijkt vervloekt vanwege de mens (adam) . En dit wordt doorgezet in het nageslacht van Adam en Eva. In de mythische vertelling van de Jahwist maken hun kin- deren Kaïn en Abel heftig ruzie om wie er in de ogen van God het beste voorstaat. Het loopt dodelijk af. Kaïn vermoordt zijn broer Abel. Dit wijst op een oeroude intuïtie van de homo sapiens sa- piens . Hij moet aanvankelijk de nieuwe mogelijkheden van denken en communiceren als een geweldige sprong voor- waarts hebben ervaren. Maar door zich te identificeren met deze verstandelijke vermogens en zich in te beelden nu de eindfase bereikt te hebben en ‘als god te zijn’, is de mens op een dwaalspoor gekomen. En is gewelddadig om zich heen gaan slaan. Het kwaad was geboren. Zarathoestra: kwaad tegenover goed Inspiratie voor dit inzicht vonden de Joden bij Zarathoestra, een beroemde godsdienstleraar die leefde in het Perzische Rijk waar de Joden in ballingschap hadden geleefd. Ook voor hem moet dit lijden en gewelddadig kwaad zijn geweest, dat ook hij dage- lijks meemaakte, een nachtmerrie. Om hiervoor een verklaring te vinden, ontwikkelde hij een dualistisch systeem van twee oer- principes: die van het kwade en die van het goede. De mens beleeft de wereld als lijden, omdat hij gevangen is geraakt in het rijk van de duisternis, de leugen en het onrei- ne. In dit rijk heerst de satan, Ahriman . Dit rijk is tegengesteld aan het rijk van de god Ahura Mazda, het rijk van het goede, waarin licht, waarheid en vreugde heersen. Beide rijken zijn met hun legers (duivels en engelen) in voortdurende strijd met elkaar gewikkeld, maar deze wordt be- slecht in het eindgericht, een ‘laatste oordeel’ waarna het eeu-
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=