Reflectie 6(3) herfst 09.vp
wig verderf de kwaden zal straffen en voor de goeden een eeuwig leven vol geluk is weggelegd. In dit leven, aldus Zara- thoestra, moet ieder mens kiezen of hij tot het leger van de bo- zen of van de goeden wil behoren. De mens moet kiezen tussen een boosaardig, aards, materialistisch leven of een goed, verheven, geestelijk leven. Het is de keuze tussen duis- ternis en licht, tussen lijden en vreugde. En de vruchten daarvan zijn eeuwig geldig. Voor de Joden, die tijdens de ballingschap in het Perzische rijk, de kracht van een diep doorvoeld monotheïsme hadden le- ren kennen, ging dit dualisme van twee goeden en twee rijken te ver. Maar zij namen er wel veel van over. Zo zijn er in het para- dijsverhaal van Genesis over de ‘vrucht van goed en kwaad’ veel elementen van dit systeem te vinden. Natuurlijk wel aange- past aan het monotheïstisch geloof, want in Genesis is God dui- delijk heer en meester zowel over de duivel, als over de eerste mensen en de aarde. . Geen ontologisch dualisme. De Joodse profeten hielden vast aan de uiteindelijk Ene werkelijkheid. Vitale levenskracht Hoe is die Ene werkelijkheid te ontdekken? Niet via het analy- serend verstand. Dat kan alleen verschillen waarnemen, verge- lijken wat goed en kwaad is en oordelen. De Ene werkelijk- heid is voor het analyserend verstand onbereikbaar. In het Westen zijn wij hier al lang mee vertrouwd geraakt en vooral de laatste eeuwen hebben dit nog eens duidelijk kunnen maken. Tijdens de periode van de Verlichting was het de filosoof Emanuel Kant die duidelijk maakte dat het ver- stand niet in staat was De Waarheid over de Ene Werkelijk- heid te bevatten. En de Westerse filosofen na hem hebben dit alleen maar meer kunnen bevestigen. Is er dan geen toegang tot de Ene werkelijkheid van het le- ven? Het paradijsverhaal geeft een opening. In het paradijs stonden namelijk twee bomen. Een boom waarvan de vruchten ons alleen maar lijden zouden brengen. En een andere boom, de levensboom (etz ha chayim) genaamd. Dit symbool van vi- tale levenskracht, van overvloed, liefde en bewustzijn kennen we uit veel verhalen over het begin van de mensheid. Het wordt in verschillende vormen van sacrale geometrie prachtig verbeeld. Maar deze levensboom staat, zoals de Yggdrasil uit de Germaanse mythologie, meestal aan het einde van de we- reld, onbereikbaar. Zo ook in het paradijsverhaal. Want, al wordt ervan verteld dat hij in het midden van het paradijs staat, hij is onbereikbaar geworden. Immers, nadat Adam en Eva van de boom ‘van kennis van goed en kwaad’ hadden ge- geten, wordt de levensboom op bevel van God door een che- rubijn tegen een toenadering door de mensen afgeschermd. God wil voorkomen dat de mensen van de vruchten van deze levensboom zouden eten want, ‘als de mens hiervan zal eten, zal hij eeuwig leven’ (Gen 3:22). Kennis van het hart Geen wonder dat deze boom in de Joodse geschiedenis een grote aantrekkingskracht uitoefende. Maar hoe daar kennis over te krijgen? Het zijn uiteindelijk de mystici die de gehei- men van deze boom leren kennen. In de Kabbalah, de mystie- ke studie van de Thora, wordt deze levensboom dan ook het centrale thema. De levensboom wordt weergegeven als de Se- firot . En in het hart daarvan vinden we de ‘ware kennis’ (da’at) , die door zelfobservatie, meditatie en studie van de Thora wordt verkregen. Hierdoor wordt de mens ingewijd in de geheimen van het leven. Door deze kennis, de kennis van het hart, verwant aan de Griekse gnosis, wordt de identificatie met het onverlichte verstand overstegen en hebben wij deel aan het goddelijke leven. We kunnen dan het fundamentele ‘nee’ van het verstand loslaten, zien wat werkelijk IS en ons hieraan overgeven. Ook voor christenen werd deze levensboom een centraal thema. Jezus stierf aan het kruis en deze kruisboom werd de levensboom. Op deze kruisboom kon Jezus alle illusies over de werkelijkheid loslaten en zich totaal overgeven aan wat IS. En daarmee eindigde het lijden, dat door het eten van de boom van ‘kennis van goed en kwaad’ in de wereld was gebracht. Niet alleen voor Jezus, maar voor allen die de werkelijkheid in totale overgave zien zoals die IS. Of die, zoals Boeddha zegt, de pijnlijke afscheiding van het ego als een diep ingewortelde illusie zien en zo ontwaken uit de nachtmerrie van het lijden. Noten (1) www.video.google.com (2) CBS: Religie aan het begin van de 21e eeuw, juli 2009, www.cbs.nl (3) Deze vertaling is van prof. dr. G.A. van der Wal. Zie: G.A. van der Wal, Karl Jaspers, Het Wereldvenster, Baarn, 1970, p. 121 (4) Siddhartha Gautama werd volgens historici ca. 450 BC geboren in Kapilavastoe in Zuid Nepal en stierf rond 370 BC (5) Jared Diamond, Zwaarden, paarden en ziektekiemen – de ongelijkheid in deze wereld verklaard, Spectrum, 15e druk, 2008. (6) Historici rekenen met minstens vier bronteksten voor de eerste vijf boeken van het Oude Testament: J (Jahwist), E (Elohist), D (Deuteronomist) en P (Priestercodex). Voor meer informatie: A. Rofe, Introduction to the Composition of the Pentateuch , Sheffield Academic Press, 1999 (7) Terugkijkend in de achteruitkijkspiegel van de geschiedenis, moeten wij constateren dat ook het later ontstane christendom en de islam veel ba- siselementen van deze visie op het lijden in de wereld hebben overge- nomen. Ook de gnostieke traditie is schatplichtig aan het gedachtegoed van Zarathoestra uit de Spiltijd. Met name toen later, in de derde eeuw AD, het dualisme van Zarathoestra door een andere Perzische leraar Mani werd omgezet in een keuze voor de materie (het kwade) en het geestelijke (het goede). Dit werd de aanzet tot het gnostisch manicheïs- me, waarin Jahweh met zijn vervloekingen als God van de duisternis werd gezien, die als ‘demiurg’ de wereld schiep waarin de ziel van de onbewuste mensen gevangen raakte. * * * * * * * * *
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=